Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam

Twee opinies over feedback

terug

                                                        

Hoeveel opleiders inmiddels les hebben gekregen van Maarten Schutte is niet bekend. Veel, zoveel is zeker. Samen met Mart Calff geeft Schutte trainingen in feedback. Ze vormen samen een sprankelend team. Misschien juist doordat ze het vanuit een behoorlijk andere invalshoek bekijken.

‘Ik hoorde het een chirurg eens zeggen: iedere kleuterjuf heeft tegenwoordig een didactische opleiding, maar wij moeten het allemaal maar vanzelf kunnen’, zegt Maarten Schutte, opleider van talloze artsen en nu nog directeur Teaching Hospital OLVG. ‘Ook de opleiders zelf zien de noodzaak van onderwijskundige bijscholing wel in,’ wil Schutte alleen maar zeggen. Medisch psycholoog Mart Calff knikt instemmend. Haar vak, de psychologie, is het begrijpen en gestructureerd sturen van gedrag. Niet op gevoel en intuïtie, maar met een grondige theoretische onderbouwing. Het vak van Schutte, de geneeskunde, kent juist een traditie van kennisoverdracht via het meester-gezelmodel, waarin artsen in spé al werkende de kunst afkijken van hun opleiders. Is die tijd van meester-gezel-leren voorbij? Schutte is stellig. ‘Het naar eer en geweten onderwijzen van vaardigheden en professioneel gedrag door het geven van het goede voorbeeld is Hoeveel opleiders inmiddels les hebben gekregen van Maarten Schutte is niet bekend. Veel, zoveel is zeker. Samen met Mart Calff geeft Schutte trainingen in feedback. Ze vormen samen een sprankelend team. Misschien juist doordat ze het vanuit een behoorlijk andere invalshoek bekijken. Schutte is stellig. ‘Het naar eer en geweten onderwijzen van vaardigheden en professioneel gedrag door het geven van het goede voorbeeld isnog steeds de basis.’ Calff: ‘Maar vroeger ging dat vooral impliciet en tegenwoordig expliciteren we wat dat goede voorbeeld is. En, indien nodig, in hoeverre het professionele gedrag van de medisch specialist in opleiding daaraan voldoet of ervan afwijkt.’

Maatschappelijke veranderingen
Een moderne arts moet veel meer zijn dan een uitmuntend medischtechnisch expert, daarover zijn ze het eens. Het vak is veranderd de afgelopen decennia. Dokters werken steeds vaker parttime, dus hebben ze meer overdrachtsmomenten en voeren ze vaker overleg met ook nog eens meer collega’s. De patiënten zijn eveneens veranderd: ze zijn beter geïnformeerd en verwachten vaker als mondige medebeslissers benaderd te worden. Sinds de invoering van het CanMeds-model, een jaar of drie geleden, wordt ernaar gestreefd dat iedere arts-assistent alle competenties verwerft die de moderne arts nodig heeft. Professioneel communiceren bijvoorbeeld; niemand heeft nog behoefte aan een dokter die verpleegkundigen afblaft en patiënten betuttelt. Die nieuwe didactische aanpak stelt ook andere eisen aan de opleiders. Zij moeten die professionele competenties aanleren, bespreken en toetsen en de arts-assistent leren te reflecteren op het eigen handelen. Calff: ‘Vroeger kwam zelfreflectie min of meer en passant aan de orde, nu is het al vanaf het eerste studiejaar een terugkerend thema.’ Schutte, voorheen gynaecoloog in het OLVG, vult haar aan: ‘Maar het belangrijkste blijft dat de dokter voor de patiënt een vertrouwensfiguur is en dat hij de patiënt als individu met vragen en wensen blijft zien.’ Om de opleiding van de opleiders te laten meegroeien met de eisen van de tijd begon het AMC met het project Teach the Teacher. Een belangrijk onderdeel is het aanleren van professionele feedbackvaardigheden. Daarmee kan de opleider het gedrag van de arts-assistent dusdanig becommentariëren dat zij beiden weten welke onderdelen de toets van de professionaliteit kunnen doorstaan en waar verbeterpunten liggen.

Niet meehuilen
Hoe je feedback leert geven, is belangrijk. Vooral negatieve feedback roept vaak een emotionele reactie op die de volgende stap, het doeltreffend bespreken van manieren om het gedrag te verbeteren, blokkeert. De feedback moet aankomen en de ontvanger moet de gelegenheid krijgen zijn emoties te verwerken. De feedbackgever helpt daarbij door eerst stil te staan bij die emoties en te laten merken dat hij die emoties hoort en respecteert. Pas daarna, als ze wat gezakt zijn, is het moment rijp om te spreken over de bijsturing van het ongewenste gedrag. Schutte: ‘Als opleider moet jij ze helpen op dat punt te komen en je moet leren herkennen wanneer ze daar zijn. Dat vergt empathie. Je moet niet gaan meehuilen, maar je moet wel beseffen wat jouw feedback bij een ander teweeg kan brengen. Als iemand even heeft kunnen sputteren, gaat hij daarna veel makkelijker constructief meedenken.’ Calff: ‘Net als bij een slecht nieuwsgesprek. Je moet je boodschap eerst laten doordringen, daarna begin je het pas over het verbetertraject.’ Schutte geeft als voorbeeld een consult met een patiënt met buikpijn. De arts-assistent weet niet goed raad met de klachten en blijft maar doorvragen over de soort buikpijn: is die stekend, of brandend en hoeveel pijn doet het nou precies? Schutte: ‘Maar daar schiet je niets mee op. Verder was de communicatie prima, de arts-assistent vroeg goed door over de werk- en thuissituatie en ook over seksualiteit, maar het gesprek was niet effectief. Dan vraag je als opleider ‘wat vond je zelf dat er goed ging?’,  Waar had je moeite mee?’ en ‘Wat vond je zelf dat er beter kon?’ En je vult dat aan met je eigen waarnemingen. En je geeft als tip: als je niet verder komt in zo’n gesprek met een patiënt, stop dan met doorvragen. Accepteer dat je niet weet wat er aan de hand is. Het gaat daarbij om het gesprek. De didactische basis is dat volwassen leren samenwerken beter beklijft dan iets opleggen.’ Calff voegt daaraan toe: ‘Didactisch is het van belang te benadrukken dat je met die vragen iets anders bereikt dan met het geven van een tip. Vragen naar de eigen indruk is stimuleren van zelfreflectie. Een tip is een vorm van feedback: je stuurt een arts-assistent bij in de professioneel gewenste richting. In de praktijk kun je dat natuurlijk heel goed allebei in één gesprek doen.’

Positieve feedback
Maar ook het goed geven van positieve feedback is belangrijk: correct gedrag moet niet genegeerd, maar benoemd en bekrachtigd worden, zodat degene in opleiding gestimuleerd wordt om zich zo te blijven gedragen. Schutte: ‘Je moet ze als het ware conditioneren.’ Calff: ‘Je moet het juiste gedrag bekrachtigen. Een complimentje is geen feedback. Aan ‘goed gedaan, jochie’ heb je niks, je moet te horen krijgen wat je goed gedaan hebt en waarom.’ <

Feedbacktraining bij Teach the Teacher
De feedbacktrainingen worden altijd gegeven door twee docenten: een clinicus en een medisch psycholoog. De medisch psycholoog brengt deskundigheid in op het gebied van de psychologische achtergrond van het professioneel feedback geven en de daarbij horende communicatieve vaardigheden. De rol van de clinicus bestaat uit het inbrengen van praktijkervaring waarbij hij het belang van goed gegeven feedback benadrukt. De mening van een beroepsgenoot is nu eenmaal overtuigender. De training vindt plaats in een multidisciplinaire groep; dan leer je extra veel van elkaar. Maximaal tien opleiders kijken bijvoorbeeld eerst naar een video-opname van een spreekuurgesprek, daarna overleggen ze in kleinere groepjes over wat daarin te zien en te horen viel en oefenen dan in feedback geven met een acteur, die de arts-assistent uit de video speelt.

Kijk ook op: www.amc.nl/ttt

Tekst: Liesbeth Jongkind
Fotografie: Janus van der Eijnden