Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam

Pijnbestrijding

De belangrijkste pijlers bij de behandeling van pijn bij sikkelcelziekte zijn een adequate pijnbestrijding, in combinatie met ruime vochttoediening. Van belang is de pijnstillers volgens een vast schema toe te dienen. Hiermee bereiken we dat de werkzame stof van de pijnstiller in een constante hoeveelheid in het lichaam aanwezig is. De pijn keert hierdoor niet telkens terug.

Hieronder volgt een overzicht van te geven vocht en pijnstilling bij de behandeling van een pijnlijke crisis bij sikkelcelziekte. Alles is uitgedrukt per kilogram lichaamsgewicht van het kind. Dit wisselt dus met de leeftijd.

Als u twijfelt over de ernst van de pijn, probeer dan eerst uit te komen met de lichtste pijnstillers; als uw kind pijnlijk blijft, kunt u een sterkere proberen. Als het niet lukt een pijnlijke crise thuis te behandelen, kan het nodig zijn uw kind in het ziekenhuis op te nemen.

Pijnstillingsschema
Het is belangrijk om op vaste tijden de pijnstillers in te nemen. Dan werken de pijnstillers het beste. U hoeft dus niet te wachten tot de pijn opnieuw begint.
U kunt voor elk van de middelen kiezen uit zetpillen of tabletten (wat uw kind het prettigst vindt). Voor een goede pijnstilling met behulp van zetpillen kunt u één van onderstaande schema’s gebruiken:

  •  Bij een milde pijncrise: Paracetamol
  •  Bij een matig ernstige pijncrise: Paracetamol in combinatie met diclofenac of ibuprofen
  •  Bij een ernstige pijncrise: Paracetamol met codeïne in combinatie met diclofenac of ibuprofen

Dosering van:
Paracetamol zetpil: 
Elke 6 uur ______ mg
Diclofenac (=Voltaren) of ibuprofen (=Brufen) zetpil:
Elke 8 uur _______ mg
Paracetamol/codeïne zetpil:
Elke 6 uur ____/____ mg

Hieronder volgen de combinatie schema’s voor paracetamol (eventueel met codeïne) en diclofenac of ibuprofen:
(NB: voor paracetamol tabletten is het anders dan voor zetpillen; kijk dus goed of uw kind zetpillen of tabletten gebruikt!)

Bij een matig ernstige of ernstige pijncrise (zetpil gebruik):
08.00 uur      paracetamol of paracetamol/codeïne zetpil
10.00 uur      diclofenac of ibuprofen zetpil
14.00 uur      paracetamol of paracetamol/codeïne zetpil
17.00 uur      diclofenac of ibuprofen zetpil
20.00 uur      paracetamol of paracetamol/codeïne zetpil
23.00 uur      diclofenac of ibuprofen zetpil
02.00 uur      paracetamol of paracetamol/codeïne zetpil

Dosering van:
Paracetamol tablet:
Elke 4 uur ______  mg
Diclofenac (=Voltaren) of ibuprofen (=Brufen) tablet:
Elke 8 uur _______ mg
Paracetamol/codeïne tablet:
Elke 4 uur ____/____  mg

Hieronder volgen de combinatie schema’s voor paracetamol (eventueel met codeïne) en diclofenac of ibuprofen:
(NB: voor paracetamol tabletten is het anders dan voor zetpillen; kijk dus goed of uw kind zetpillen of tabletten gebruikt!)

Bij een matig ernstige of ernstige pijncrise (tablet gebruik):
08.00 uur      paracetamol of paracetamol/codeïne tablet
10.00 uur      diclofenac of ibuprofen tablet
12.00 uur      paracetamol of paracetamol/codeïne tablet
16.00 uur      paracetamol of paracetamol/codeïne tablet
18.00 uur      diclofenac of ibuprofen tablet
20.00 uur      paracetamol of paracetamol/codeïne tablet
24.00 uur      paracetamol of paracetamol/codeïne tablet
02.00 uur      diclofenac of ibuprofen tablet
04.00 uur      paracetamol of paracetamol/codeïne tablet

Tabel voor de hoeveelheid te gebruiken vocht bij de behandeling van een vaso-occlusieve crise bij kinderen met sikkelcelziekte.

Gewicht (kg)

Minimale hoeveelheid vocht per dag (liter)

5

0.5

10

1

13

1.2

15

1.3

17.5

1.5

20

1.6

22

1.7

25

1.9

28

2

31

2.2

34

2.3

37

2.5

41

2.7

47

2.9

53

3.2

58

3.4

65

3.6

69

3.7

70

3.8

Auteur: Dr. H. Heijboer, kinderhematoloog EKZ AMC


juli 2009