Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam

Aplastische crise

Met sikkelcelziekte heb je minder rode bloedcellen dan andere mensen. Dit noemen we bloedarmoede. Kinderen met sikkelcelziekte hebben ongeveer de helft van de rode bloedcellen van een kind zonder sikkelcelziekte.

Heb je koorts of een infectie dan kan het gebeuren dat het aantal rode bloedcellen nog minder wordt. Dit kan twee oorzaken hebben. De rode cellen breken sneller af dan normaal. Of, het beenmerg, waar rode bloedcellen worden gemaakt, stopt met het aanmaken van nieuwe rode cellen.

Als het beenmerg plotseling stopt met het maken van nieuwe rode cellen komt dit bijna altijd doordat je een infectie hebt met een bepaald virus, het Parvo B19 virus, dat ook koorts veroorzaakt. Wanneer je door zo’n infectie te weinig rode bloedcellen hebt, is het nodig om een bloedtransfusie te geven. Je kan merken dat je bloedarmoede hebt doordat je erg moe bent, heel erg bleek ziet, duizelig bent, het gevoel hebt flauw te vallen of omdat je je hart erg voelt bonken. Na een paar dagen gaat de infectie over en gaat het beenmerg ook weer zijn werk doen. Als je eenmaal een infectie met een Parvo B19 virus hebt gehad kan je het niet nog eens krijgen.

Auteur
Dr. H. Heijboer, kinderhematoloog EKZ AMC
Bewerkt door F.H. Kruisinga, kinderarts EKZ AMC


juli 2009