Academisch Medisch Centrum Universiteit van Amsterdam

Zappend naar de psychiater

back

Een ongezond dieet en een inactieve leefstijl verhogen niet alleen de kans op hart- en vaatziekten, maar ook op psychiatrische aandoeningen als depressiviteit en schizofrenie. De oorzaak is een verstoorde vetzuur- en zuurstofhuishouding in lichaamscellen, aldus internist Hanneke Assies. Met een symposium over dit onderwerp neemt zij deze maand afscheid van het AMC. Officieel tenminste, want de 65-jarige Assies gaat gewoon verder met haar onderzoek.

‘De westerse mens sterft in zijn eigen vet’, verzucht Hanneke Assies aan het begin van het gesprek. Een weinig opbeurende opening misschien, maar het maakt haar boodschap wel zo duidelijk. En die boodschap liegt er niet om: mede door onze ongezonde leef- en eetstijl roept de moderne mens het onheil over zichzelf af. ‘Laatst las ik een zin die ik maar wat graag zelf had verzonnen: de homo sapiens is verworden tot een homo zappiens. Dat slaat de spijker op zijn kop’, aldus Assies. ‘Veel mensen bewegen tegenwoordig nauwelijks meer en hangen avond aan avond voor de tv – liefst met een bak chips en de afstandsbediening binnen handbereik.’
De tol die hiervoor betaald moet worden is zichtbaar in de westerse samenleving, waar het aantal patiënten met welvaartsziekten alsmaar blijft stijgen. Hart- en vaatziekten, obesitas (zwaarlijvigheid) en diabetes (suikerziekte) zijn de bekendste voorbeelden, maar aan dat rijtje kunnen we volgens Assies ook psychiatrische aandoeningen toevoegen. Psychiatrische aandoeningen? ‘Jazeker’, aldus de internist. ‘Het is al langer bekend dat patiënten met hartklachten een grotere kans hebben op een depressie. Ook het omgekeerde is bekend: vergeleken met de rest van de bevolking lopen psychiatrische patiënten een dubbel zo hoog risico op hart- en vaatziekten. Dat is deels een kwestie van genetica. En deels wordt het veroorzaakt door de medicijnen die zij slikken – vooral antipsychotica vormen wat dat betreft een risico. Maar de derde factor is hun leefstijl, die vaak wordt gekenmerkt door een gebrek aan lichaamsbeweging, roken en een ongezond voedingspatroon. Zij eten te veel suikers en verzadigde vetten, te weinig vezels en hun dieet bevat een verkeerde verhouding van essentiële vetzuren.’
Volgens de AMC-onderzoekster ligt het daarom voor de hand om bij de behandeling van psychiatrische patiënten ook te letten op hun leef- en eetpatroon. ‘Meer beweging en een aangepast dieet, zo luidt ons devies. Net als bij de Hartstichting, die al een tijdje adviseert om meer vette vis – zoals makreel, paling en haring – of visolie te eten tegen hart- en vaatziekten. Hetzelfde geldt wat mij betreft ook voor depressies en schizofrenie. Die aandoeningen zijn namelijk met elkaar verbonden.’

DISBALANS
Het verbindende element is het metabool syndroom, dat het afgelopen decennium van een buzzwoord is uitgegroeid tot een bijzonder serieus onderwerp voor medici. Assies: ‘Je kunt tegenwoordig haast geen krant of vakblad meer openslaan zonder de term tegen te komen. Dit syndroom staat bekend als een cluster van risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Het gaat hierbij om een combinatie van een verhoogde bloedsuikerspiegel, een te hoge bloeddruk, een verkeerde cholesterol- en triglyceridenspiegel, plus zwaarlijvigheid rond de buik. Als bij een patiënt drie of meer van deze risicofactoren worden gevonden spreken we van het metabool syndroom.’
Eén van de kenmerken van dit syndroom is een disbalans in de vetzuurhuishouding. ‘Om preciezer te zijn: de hoeveelheid meervoudig onverzadigde omega-3 vetzuren is verlaagd, terwijl de hoeveelheid omega-6 vetzuren verhoogd is. Juist daar ligt de link met de psychiatrie’, vertelt Assies. ‘Vetzuren zijn namelijk van wezenlijk belang voor de bouw en functie van celmembranen en van andere membranen binnen onze cellen. Hersencellen blijken niet goed te werken als de verhouding van die vetzuren niet klopt.’
Voor een beter begrip is enige uitleg misschien welkom. Celmembranen zijn gebouwd als een dubbele laag van zogeheten fosfolipiden – vetachtige moleculen met lange staarten die bestaan uit vetzuren. De exacte samenstelling van deze staarten bepaalt de eigenschappen van het membraan, en daarmee het functioneren van de cel of een celorganel. De fosfolipiden vormen namelijk een soort fundering voor de membraaneiwitten die allerlei processen in en rond de cel regelen. Klopt de samenstelling van de fundering niet, dan zijn deze eiwitten niet goed verankerd en lopen de biologische processen dus spaak.
Assies: ‘Belangrijk hierbij is te weten dat ons lichaam niet zomaar alle membraan-vetzuren kan produceren. Via onze voeding moeten we hiervoor de juiste bouwstenen binnenkrijgen: de essentiële vetzuren als linolzuur en linoleenzuur. Deze verbindingen worden vervolgens omgebouwd tot bijvoorbeeld arachidonzuur en DHA (docosahexaeenzuur, red.), die op hun beurt in de membranen worden ingebouwd. DHA kun je echter ook rechtstreeks binnenkrijgen door het eten van vette vis of visolie.’

KRUISBESTUIVING
Het idee dat de vetzuurhuishouding van invloed is op de menselijke psyche komt overigens niet uit de koker van Assies. Dit concept werd in de jaren tachtig bedacht door de Schot David Horrobin en de Brit Malcolm Peet, twee psychiaters die als de grondleggers van het vakgebied worden gezien. Horrobin overleed twee jaar geleden, maar Peet is één van de sprekers op het symposium ‘Psychiatrie, het metabool syndroom en vetzuren’ dat op 2 december in het AMC wordt georganiseerd. De Brit komt ter ere van het afscheid van Assies, die eind dit jaar offcieel met pensioen moet. Omdat er nog veel onderzoeksterrein braak ligt, blijft de internist voorlopig echter gewoon in het AMC werken via een nul-aanstelling.
De afgelopen jaren boekte Assies al de nodige successen met haar onderzoek, dat een kruisbestuiving is van de afdeling Psychiatrie en het Laboratorium voor Genetisch Metabole Ziekten onder leiding van Ronald Wanders. Samen met Wanders en psychiater Don Linszen ontdekte Assies bijvoorbeeld dat schizofrenie-patiënten een lager DHA-gehalte hebben in hun celmembranen. Hierdoor zou de structuur van die membranen veranderen. Mogelijk reageren daardoor dopamine-receptoren in hun hersencellen overactief op de neurotransmitter dopamine.
Een tweede succes is een pilot-studie die Assies vorig jaar samen met promovenda Anja Lok en psychiater Aart Schene uitvoerde. Zij ontdekten dat in het bloed van patiënten met terugkerende depressies minder omega-3 vetzuren en meer homocysteïne voorkomt dan bij gezonde mensen. Deze veranderde vetzuurspiegel werd ook gevonden bij patiënten die al hersteld waren van hun depressie, waardoor het onderzoek mogelijk de opmaat is naar een nieuwe biologische marker voor terugkerende depressiviteit. De definitieve resultaten van deze Delta-studie worden echter pas in de loop van volgend jaar verwacht, als ook de gegevens van een follow-up geanalyseerd zijn.

ZUURSTOFPROBLEEM
De eerste resultaten van de Delta-studie sluiten aan bij een belangrijke opvatting van Assies: ‘Volgens mij is de veranderde vetzuurhuishouding zeker niet het enige probleem. Minstens zo belangrijk is de oxidatieve stress. De genetische achtergrond daarvan is nog onduidelijk, maar psychiatrische patiënten hebben vaker last van een verstoord mitochondriaal metabolisme. De mitochondriën zijn de energiefabriekjes van de cel, waar met behulp van zuurstof energie wordt opgewekt. Daarbij komen ook radicalen vrij: reactieve zuurstofverbindingen die schadelijk zijn voor de cel. Normaal gesproken worden die verbindingen weggevangen door anti-oxidanten, maar bij patiënten met het metabool syndroom zie je aanmerkelijk meer zuurstofradicalen. We weten dat DHA in het mitochondriale membraan werkt als een natuurlijke anti-oxidant; het pikt radicalen op en voorkomt zo dat er een soort uitslaande brand kan ontstaan doordat die reactieve verbindingen over het membraan aan de wandel gaan. Mogelijk dat we in de toekomst dit zuurstofprobleem kunnen tackelen met de toediening van DHA of andere anti-oxidanten die rechtstreeks op de mitochondriën inwerken.’
Tot nu toe zijn er pas enkele klinische studies gedaan waarbij patiënten DHA of andere vetzuren krijgen. Volgens Assies waren de resultaten daarvan positief, maar wisselend. Vandaar dat zij binnenkort samen met onderzoekers François Pouwer van het VU Medisch Centrum en Eugène Jansen van het RIVM een studie start naar het effect van een vetzuurrijk dieet bij diabetespatiënten met een depressie. De patiënten krijgen EPA (eicosapentaeenzuur) toegediend, een omega-3 vetzuur waaruit ons lichaam DHA kan maken. Een belangrijke focus van dit onderzoek ligt op de zogeheten lipidenperoxidatie-producten, verbindingen die bij oxidatieve stress vrijkomen als vetzuren worden aangevallen door zuurstofradicalen. De onderzoekers hopen aan te kunnen tonen dat dankzij EPA zowel de hoeveelheid oxidatie-producten als de ernst van de depressie vermindert. Assies: ‘Dat zou een extra bewijs zijn dat de verstoorde oxidatie in de mitochondriën een cruciale rol speelt bij het metabool syndroom én bij depressie.’

ALERT BLIJVEN
Zoals gezegd bepleit de AMC-onderzoekster een gezondere leefstijl voor psychiatrische patiënten, om zo hun vetzuurhuishouding te verbeteren en om en passant het metabool syndroom terug te dringen. Of dat gaat lukken, blijft echter nog de vraag. Assies: ‘Het zou al heel wat zijn als psychiaters zich meer bewust worden van het fenomeen. Bij hun patiënten moeten zij dus heel alert blijven op symptomen van het metabool syndroom: is er sprake van hoge bloeddruk, van afwijkende glucose- en lipiden-spiegels in het bloed of van veel vet rond het middel? Probeer dan de patiënt meer te laten bewegen en stimuleer hem om zijn eetgewoonten te verbeteren. In het AMC zijn de meeste psychiaters zich daar inmiddels van bewust – vooral doordat wij er telkens op blijven hameren. Maar misschien is het wel een utopie hoor. Want als het gewone mensen al niet goed lukt om zich een gezondere leefwijze aan te meten, dan zal dat voor mensen met psychiatrische problemen nog moeilijker zijn. Al valt er ook voor hen grote gezondheidswinst mee te behalen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de resultaten van recent gestarte “leefstijlprogramma’s”, waarbij psychiatrische patiënten goed worden begeleid. Die uitkomsten zijn bemoedigend.’

Arthur van Zuylen