1 september 2008
Voor je gezondheid is het belangrijk dat je moeder voldoende heeft gegeten tijdens haar zwangerschap. Zoveel is inmiddels wel duidelijk geworden uit het Hongerwinter-onderzoek. Of epigenetische factoren hierbij een rol spelen en hoe de resultaten kunnen worden vertaald naar de huidige zwangeren is nog niet bekend. Het zijn vragen die een nieuwe fase van het onderzoek inluiden.
De muur van haar werkkamer in het AMC hangt vol met krantenknipsels. ‘Na twaalf jaar hebben we nog steeds niet te klagen over publiciteit’, lacht Tessa Roseboom, projectleider van het Hongerwinter-onderzoek en Principal Investigator op de afdeling Klinische Epidemiologie, Biostatistiek en Bioinformatica (KEBB). Binnenkort zendt National Geographic een documentaire uit over het onderzoek en komen filmploegen van de Duits-Franse cultuurzender ARTE/ZDF en de Japanse televisie opnames maken.
Maar ook binnen de wetenschappelijke wereld geniet het Nederlandse Hongerwinter-onderzoek veel bekendheid. Het heeft namelijk als een van de eerste aangetoond dat het dieet van zwangere vrouwen belangrijk is voor de gezondheid van hun kinderen later. ‘Tussen november 1944 en mei 1945 was er veel te weinig eten in het westen van Nederland omdat voedseltransporten verboden werden door de Duitsers’, vertelt Roseboom. ‘Mensen aten ongeveer een derde van wat wij nu dagelijks innemen. Van 2414 baby’s die rond de hongerwinter zijn geboren – tussen november 1943 en februari 1947 – hebben we de medische dossiers uit het oude Wilhelmina Gasthuis bestudeerd. Vervolgens zijn duizend van hen zowel op 50- als op 58-jarige leeftijd uitgebreid in het AMC onderzocht.’ Wat bleek? Kinderen van moeders die vooral in de eerste drie maanden van de zwangerschap te weinig eten kregen, hadden op middelbare leeftijd twee keer zo vaak last van hart- en vaatziekten en vijf keer zo vaak borstkanker. Zij bleken gemiddeld dikker te zijn, vaker suikerziekte te hebben en hadden een ongunstige vetverdeling in hun bloed. Vond de ondervoeding vooral in het midden van de zwangerschap plaats, dan was met name de kans op longziekten en nieraandoeningen verhoogd.
DNA volumeknop
‘Dat goede voeding tijdens een zwangerschap verstrekkende gevolgen heeft, weten we nu’, vervolgt Roseboom. ‘Maar wat is hiervan de oorzaak? En hoe zit het met de volgende generatie, de kleinkinderen van de vrouwen die tijdens de hongerwinter zwanger waren? Om dat uit te zoeken gaan we nu met subsidie van de Nederlandse Hartstichting ook deze kleinkinderen in de studie betrekken.’
Allereerst wordt DNA verzameld van drie generaties vrouwen: 80 vrouwen die destijds zwanger waren, hun kinderen en hun kleinkinderen. Uit dierproeven is namelijk gebleken dat epigenetische factoren mogelijk een belangrijke rol spelen – niet zozeer de volgorde van de bouwstenen van het DNA verandert, maar wel de mate waarin genen actief zijn. Alsof er aan de volumeknop van het DNA wordt gedraaid. Als je bijvoorbeeld ratjes te weinig eten geeft als ze in verwachting zijn, blijkt dat bepaalde genen bij hun kinderen op non-actief worden gezet terwijl de baseparen van het DNA intact blijven.
Dit uitschakelen van genen gebeurt door er methylgroepen aan te hangen. Normaal lezen eiwitten het DNA af door eraan te binden en er langs te glijden. De methylgroep aan het DNA steekt nu letterlijk een stokje voor het werk van deze eiwitten. Gewoonlijk wordt vlak na een bevruchting het DNA van zowel vader als moeder van alle methylgroepen ontdaan en begint het embryo als het ware met een schone lei. Al snel echter krijgt het een nieuwe epigenetische code aangemeten waarbij signalen uit de omgeving zoals voeding en stress waarschijnlijk medebepalend zijn. En voor een deel is de code toch ook weer overerfbaar.
‘Bij de pasgeboren baby’s van ondervoede ratjes bleken vooral glucose- en cortisol genen een afwijkende methylering te hebben. Een laboratorium in Southhampton, waar we mee samenwerken, gaat nu de methylering van vier van deze genen vergelijken bij de drie generaties vrouwen. Zo hopen we uit te zoeken of voedingsstoffen een directe invloed hebben op de activiteit van het DNA van de kinderen en zelfs van de kleinkinderen.’ Naast het afstaan van DNA wordt de tweede generatie ook gevraagd om de door de Clinical Research Unit van de KEBB ontwikkelde vragenlijsten via internet in te vullen. ‘We weten al iets over de gezondheid van deze groep omdat we dat eerder aan hun moeders hebben gevraagd. Die meldden echter niet zozeer cardiovasculaire problemen bij hun kinderen maar meer aandoeningen zoals astma en auto-immuun ziekten. Een beetje tegen de verwachting in eerlijk gezegd.’
over de grens
‘Onderzoek naar epigenetische factoren is belangrijk, maar minstens zo relevant zijn vragen over de betekenis van het Hongerwinter-onderzoek anno 2008’, vindt Roseboom. ‘In Nederland kun je daarbij denken aan vrouwen die vaak overgeven als ze in verwachting zijn, of aan zwangeren die veel stress ervaren. Door de eerste groep sondevoeding te geven en de tweede groep psychisch te ondersteunen kun je wellicht de gezondheid van hun nakomelingen verbeteren.’
‘Maar ook kinderen die zijn geboren na IVF in combinatie met ICSI – een methode waarbij een zaadcel kunstmatig in een eicel wordt gebracht - zou ik graag in ons onderzoek betrekken. Koeien die op deze manier zijn verwekt, hebben meer gezondheidsproblemen en leven korter. Bij kinderen blijkt de bloeddruk op achtjarige leeftijd acht millimeter hoger dan normaal. Op zichzelf niet erg, maar wel als dat een voorbode is van meer hart- en vaatziekten op latere leeftijd. In Brussel wordt bij embryo’s nu al onderzoek gedaan naar epigenetische markers die door de IVF- en ICSI-procedure mogelijk verstoord raken.’
Buiten Nederland werken Roseboom en haar groep inmiddels aan verschillende projecten. In Indonesië is een onderzoek gestart naar de nakomelingen van hele jonge moeders. Zij zijn kleiner dan gemiddeld en krijgen ook weer kleinere kinderen. In Bangladesh, waar de hongersnood in 1974 op een dieptepunt was, zullen kinderen worden onderzocht van vrouwen die toen zwanger waren. En met al die toekomstplannen hoopt Roseboom een nieuw onderzoekscentrum op te richten met een passende naam: ‘Wijzelf denken aan WOMB want dat staat, behalve voor baarmoeder, ook voor Women, their Offspring and Making a change for Better health. En dat laatste is precies wat we met onze studies daadwerkelijk proberen te bereiken.’
Cora Aalfs
