1 maart 2007
Alcoholisten die afkicken van hun verslaving lopen het risico op delirium tremens. Hun hersenen slaan op hol, wat gepaard kan gaan met ernstige verwardheid, hallucinaties en geheugenverlies. De exacte oorzaak is nog onbekend, maar ook genetische variaties lijken een steentje bij te dragen. Dat blijkt uit een recente publicatie van internisten en epidemiologen van het AMC.
Wie ‘delirium tremens’ opzoekt op internet komt voor een bijzondere verrassing te staan. De webencyclopedie Wikipedia verwijst niet alleen naar de medische term (‘ontwenningsverschijnsel bij alcoholverslaving’), maar ook naar een biermerk. Voor de liefhebbers: Delirium Tremens is een Belgisch bier met negen procent alcohol, afkomstig van een kleine brouwerij vlakbij Gent. Het wordt verkocht in ondoorzichtige grijze flesjes, met op de wikkel een dansende roze olifant die iets te diep in het glaasje heeft gekeken.
Een mooi voorbeeld van serendipiteit – een ongezochte vondst. Hetzelfde geldt voor de ontdekking die arts-onderzoeker Barbara van Munster en internist Sophia de Rooij van de afdeling Inwendige Geneeskunde begin februari publiceerden in Alcoholism: clinical & experimenal research, het hoogst aangeschreven wetenschappelijke tijdschrift over onderzoek naar alcoholverslaving. Samen met collega’s van de afdeling Klinische Epidemiologie en Biostatistiek legden zij een verband tussen delirium tremens en de genetische bagage van bepaalde patiënten. Hun boodschap: bij alcoholisten met een delier blijken enkele genen die betrokken zijn bij de regulatie van de neurotransmitter dopamine vaker veranderd dan bij alcoholisten die géén delirium ontwikkelen na hun onthouding. De AMC’ers achterhaalden deze informatie via een systematische review. In dit uitgebreide literatuuronderzoek analyseerden ze de uitkomsten van een groot aantal internationale studies op het gebied van delirium tremens.
Toevalstreffer
Eigenlijk is de ontdekking een toevalstreffer, want alcoholverslaving behoort niet tot hun specialisme. Zowel Van Munster als De Rooij richten zich vooral op ouderengeneeskunde. ‘Onze alcoholstudie maakt deel uit van een groter onderzoeksproject naar delier bij ouderen’, verklaart De Rooij. ‘In Nederland krijgen elk jaar bijna honderdduizend bejaarde patiënten na een operatie of een niet-geplande ziekenhuisopname last van acute verwardheid. Zij moeten gemiddeld vijf dagen langer in het ziekenhuis blijven en overlijden bovendien vaker. Door de vergrijzing zal dit in de toekomst steeds meer gebeuren, tenzij je een delier op tijd ziet aankomen.’
Van Munster en De Rooij wilden onderzoek doen naar de genetische achtergronden van delier, maar daarbij stuitte het duo op een probleem. ‘Bij genetische studies hoop je afwijkende genpatronen op te sporen. Dan heb je te weinig aan individuele patiënten; je wilt liefst ook kijken naar het DNA van hun ouders, broers, zussen en andere familieleden’, vertelt Van Munster . ‘Helaas is zo’n onderzoek heel lastig bij oude patiënten; je weet immers nog niet welke familieleden later ook een delier gaan krijgen. Vandaar dat we onze blik verlegd hebben naar mensen met delirium tremens. Deze aandoening is verwant aan het delier bij ouderen, hoewel onbekend is of de pathofysiologie ook overeenkomt.’
Extreme
En zo raakten de AMC’ers verzeild in de wetenschappelijke literatuur over ontwenning na een alcoholverslaving. Van Munster: ‘De meeste alcoholisten die stoppen met drinken krijgen last van vrij onschuldige verschijnselen, zoals slapeloosheid of trillingen. Delirium tremens zit aan de uiterste kant van het spectrum. Het komt slechts bij vijf à tien procent van de langdurige alcoholisten voor. Binnen een dag of vier krijgen ze extreme ontwenningsverschijnselen, waaronder ernstige verwardheid, hallucinaties, en geheugenverlies.’
De symptomen zijn bekend, de onderliggende oorzaken echter diffuus. Dat geldt evenzeer voor delier bij ouderen. ‘Er wordt in publicaties vaak van alles geassocieerd met die aandoening, maar daarmee heb je nog geen oorzaak gevonden. Via onze literatuurstudie konden wij geen specifiek onderzoek achterhalen naar de genetische basis van delirium tremens’, aldus de internist-in-opleiding.
Tijdens hun research filterden Van Munster en haar collega’s uiteindelijk 25 bruikbare studies uit de literatuurdatabanken. In totaal beschreven die artikelen dertig polymorfismen, genmutaties die vaker dan gemiddeld voorkomen en daardoor mogelijk geschikt zijn als genetische merker. Van Munster: ‘Toen we die gegevens verder gingen analyseren, hielden we uiteindelijk zes verschillende kandidaatgenen over. Drie daarvan blijken betrokken bij de overdracht van de neurotransmitter dopamine. Bovendien gaat het in deze gevallen om functionele polymorfismen: door de veranderingen in het gen wordt een afwijkend eiwit aangemaakt. Daaruit hebben wij afgeleid dat een verstoorde dopamine-huishouding wellicht een rol speelt bij het ontstaan van delirium tremens.’
Hoe belangrijk is die rol precies? ‘Dat weten we helaas niet’, nuanceert Van Munster haar ontdekking. ‘Wat we wél weten is dat het bij delirium tremens om een multifactoriële aandoening gaat: de duur en de ernst van het alcoholmisbruik spelen een rol, maar ook factoren als leeftijd, geslacht en de verdere gezondheidstoestand van een patiënt. De genetica blijkt nu ook een steentje aan het risico bij te dragen. Maar ik verwacht eerlijk gezegd niet dat je straks aan de hand van een genprofiel zomaar de kans op delirium tremens kunt voorspellen.’
Vis-expeditie
Volgens De Rooij biedt de vondst wel aanknopingspunten voor het AMC-onderzoek naar delier bij oude patiënten. ‘Wij hebben hier de afgelopen jaren bloedmonsters en ander materiaal verzameld van ruim achthonderd acuut opgenomen oudere patiënten – zowel met als zonder delier. Een volgende stap wordt het verifiëren van de polymorfismen die we in onze literatuurstudie hebben gevonden. Zien we die veranderingen ook terug in onze eigen patiëntenpopulatie? Daarnaast hopen we de bijbehorende eiwitten te identificeren. Dat wordt denk ik een grote vis-expeditie: op dit moment hebben we aan de ene kant van de vijver de dopamine-genen gevonden, maar we weten niet wat elders nog rondzwemt. Delier wordt bijvoorbeeld ook vaak in verband gebracht met de neurotransmitter acetylcholine en met ontstekingseiwitten zoals cytokines. Op zich zijn daarvan polymorfismen bekend, maar voor delier zijn die nog niet boven water gekomen.’
Arthur van Zuylen
