Onderzoeksresultaten

Bij onverklaarde reden voor het uitblijven van de zwangerschap of een milde mannelijke factor is er geen reden direct te starten met IVF (INeS studie)

De resultaten van de INeS studie zijn bekend en gepubliceerd in de British Medical Journal.

Er is een artikel over verschenen in het NRC

Studieopzet
Het doel van de studie was om te onderzoeken of bij paren waarbij volgens de huidige richtlijnen gestart wordt met IUI COH het aantal tweelingzwangerschappen verlaagd kan worden, terwijl de kans om zwanger te worden van één kind gelijk blijft. Er werd bij 600 paren gerandomiseerd tussen 6 cycli IUI COH (standaardbehandeling) of 3 cycli In Vitro Fertilisatie met terugplaatsing van 1 embryo (IVF SET) en indien aanwezig, achtereenvolgens terugplaatsing van ingevroren embryo’s, of 6 cycli IVF in de gemodificeerde natuurlijke cyclus (IVF MNC). De behandelingsduur binnen de studie was 12 maanden.

Resultaten
In het totaal hebben 17 fertiliteitscentra in Nederland meegedaan aan deze studie. Er hebben in het totaal 602 paren met een onverklaarde reden voor het uitblijven van de zwangerschap of een milde mannelijke factor meegedaan aan de studie.

Na 12 maanden behandeling waren de kansen op het krijgen van een gezond kind na alle drie de behandelingen vergelijkbaar. Ook het percentage tweelingzwangerschappen was vergelijkbaar na de drie behandelingen, en in alle gevallen laag (7% na IUI-COH, 6% na IVF-SET en 5% na IVF-MNC). We kunnen dit lage aantal tweelingzwangerschappen na IUI-COH verklaren doordat er lage dosis hormonen werden gegeven en er strikte regels gehanteerd werden omtrent het niet door laten gaan van de inseminatie (als er teveel eiblaasjes aanwezig waren).

Conclusie:
Uit deze studie blijkt dat er geen reden is om bij paren met een onverklaarde reden voor het uitblijven van de zwangerschap of een milde mannelijke factor direct te starten met IVF (IVF –SET of IVF-MNC), aangezien de zwangerschapspercentages en de tweeling percentages vergelijkbaar zijn tussen al deze behandelingen.

De publicaties in de BMJ kunt u hier lezen: editorial en de studieresultaten

IVF: uitgezette eileider (hydrosalpinx) verwijderen?

Desh-studie - bij vrouwen die een uitgezette eileider (hydrosalpinx) hebben, wordt de eileider voorafgaand aan een IVF behandeling verwijderd omdat dit betere zwangerschapsresultaten geeft. Dit gebeurt per kijkoperatie (laparoscopie) onder algehele narcose.

Een alternatief is het afsluiten van de eileider via een kijkoperatie (hysteroscopie) via de baarmoedermond. Dit kan poliklinisch zonder narcose plaatsvinden. Tijdens de hysteroscopie wordt de ingang van de eileider opgezocht en een Essure, een soort spiraaltje, in de eileider geplaatst. Hierdoor wordt de eileider afgesloten. De Desh studie onderzoekt of het afsluiten van de eileider via een hysteroscopie zinvol is in vergelijk met het verwijderen van de eileider per laparoscopie.

De onderzoeksresultaten worden eind 2016 verwacht.

IUI of IVF: eerst afvallen voorafgaand aan behandeling? Lifestyle-studie

Lifestyle-studie - overgewicht is een in Nederland toenemend gezondheidsprobleem, dat ook gevolgen voor de vruchtbaarheid heeft. Ook wanneer vruchtbaarheidsbevorderende behandelingen worden ingesteld, zoals het opwekken van eisprongen met medicijnen, inseminatiebehandelingen of reageerbuisbehandeling (IVF) heeft overgewicht een negatieve invloed op de kans op een zwangerschap. Daarnaast is het bekend dat bij overgewicht de kans op medische problemen tijdens de zwangerschap toeneemt.

Een nieuwe behandeling bij deze vrouwen bestaat uit zogenaamde lifestyle-begeleiding die is gericht op gewichtsdaling door verandering van het eetpatroon en het bewegingspatroon. Uit de resultaten van dit onderzoek kan vastgesteld worden wat de beste behandeling is: wel of geen lifestyle-begeleiding bij vrouwen met overgewicht en verminderde vruchtbaarheid.

Resultaten
De laatste paren zijn bezig met hun behandelingen. Er kunnen geen nieuwe paren meer deelnemen. De resultaten van de Lifestyle-studie worden in het najaar van 2013 verwacht. Meer informatie vindt u hier.

IVF: “late” eicelpunctie beter. Follikeldiameter studie

Het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde behandelt paren met ongewenste kinderloosheid. Een van de toegepaste behandelingen is een IVF of ICSI behandeling (reageerbuis methode). Bij deze behandeling worden eicellen verkregen middels een echogeleide punctie via de vagina, van de eierstokken. De eicellen die verkregen zijn worden in het laboratorium bevrucht met het zaad van uw partner of uw donor.

Tijdens de stimulatie fase wordt de grootte van de eiblaasjes regelmatig gecontroleerd met behulp van echo’s. De eicel punctie kan worden afgesproken zodra de eiblaasjes “rijp” is.

Een eiblaasje noemen wij rijp vanaf een doorsnede van 17 mm tot en met een doorsnede van 23 mm. Het is dus mogelijk een eicel punctie af te spreken bij een doorsnede van 17 mm, maar ook bij 18, 19 enz t/m 23 mm. Dit levert overigens allemaal prima zwangerschapsresultaten op.

Het doel van deze studie is om te kijken of vrouwen waarvan de eicellen langzaam groeien baat hebben bij “vroege” punctie of juist de “late” punctie en of bij vrouwen waarvan de eicellen snel groeien baat hebben bij een “vroege” punctie of juist de “late” punctie. Momenteel vindt er daarom een wetenschappelijke studie plaats naar het tijdstip van de echogeleide punctie. De follikel diameter studie vergelijkt de resultaten van IVF en/of ICSI van een eicel punctie bij een follikel grootte van 17, 18 of 19 mm met een eicel punctie bij een follikel grootte van 21, 22 of 23 mm. Wij stellen uw deelname zeer op prijs. Voor aanvullende vragen kunt u altijd terecht bij M.H.Mochtar, gynaecoloog CVV sein 59102.

IVF: tamoxifen bij vrouwen met borstkanker?

Tamoxi-studie - jonge vrouwen (18-40 jaar) met borstkanker worden vaak behandeld met chemotherapie. Omdat chemotherapie nadelige effecten kan hebben op de vruchtbaarheid kunnen jonge vrouwen embryo’s of eicellen laten invriezen. De behandeling is te vergelijken met een IVF behandeling, er is een hormoonstimulatie nodig om meerdere eicellen tegelijk te laten groeien.

Voor vrouwen met een oestrogeengevoelige tumor kan deze hormoonstimulatie mogelijk voor groei van microscopische tumorcellen zorgen. De hormoonstimulatie geeft een verhoogd oestrogeen gehalte in het bloed, hierdoor zouden de microscopische tumorcellen kunnen groeien. Om deze reden krijgen vrouwen in het AMC tamoxifen (60 mg) tijdens de hormoonstimulatie. Dit verlaagt het oestrogeengehalte in het bloed.

We weten op dit moment onvoldoende of de dosis tamoxifen, die wordt voorgeschreven gedurende de gehele hormoonstimulatiefase, voldoende beschermt tegen het verhoogde oestrogeengehalte in het bloed. Daarom willen we bij jonge vrouwen met een oestrogeengevoelige tumor bloed afnemen tijdens de hormoonstimulatie. Hiermee zullen we onderzoeken of tamoxifen en de dochterstoffen van tamoxifen voldoende aanwezig zijn in het bloed. De bloedafnames vinden plaats op de momenten dat er al bloed wordt afgenomen voor hormoonbepalingen.

Meer informatie
U kunt hieronder meer informatie als pdf over de studie downloaden.

IVF: eerst in de baarmoeder kijken?

Insight studie - voorafgaande aan de IVF/ICSI-behandeling bestaat de mogelijkheid om de baarmoederholte op verschillende manieren te onderzoeken. Dit gebeurt standaard bij iedereen door middel van een vaginale echo. Andere opties zijn een waterecho (Saline Infusion Sonography, SIS) of een kijkonderzoek (hysteroscopie). Beide onderzoeken worden reeds vele jaren gedaan, echter tot nu toe alleen als er een verdenking is op afwijkingen in de baarmoederholte. Via deze methodes kunnen afwijkingen gemakkelijker gediagnosticeerd en eventueel gecorrigeerd worden. Het zijn veilige en veel toegepaste methoden om meer te weten te komen over de baarmoederholte.

Doel van de studie:

Het doel van deze studie is te bepalen of kleine afwijkingen in de baarmoederholte - voorafgaande aan de eerste IVF/ICSI behandeling - opgespoord en behandeld moeten worden door middel van een waterecho en hysteroscopie om een gunstige invloed te hebben op de IVF/ICSI-behandeling. Hierdoor hopen wij de effectiviteit van de IVF/ICSIbehandeling te vergroten.

Resultaten
De laatste paren zijn bezig met hun behandelingen. Er kunnen geen nieuwe paren meer deelnemen. De resultaten van de Insight-studie worden in het voorjaar van 2014 verwacht. Meer informatie >>

IVF: rol van het baarmoederslijmvlies?

IMPECT-studie - tijdens IVF worden wordt slechts 20-25 % van de vrouwen per cyclus zwanger. De vraag is in hoeverre het slijmvlies van de baarmoeder een rol speelt bij de innesteling van het embryo.

Doel van het onderzoek
De IMPECT studie vergelijkt het baarmoederslijmvlies van vrouwen met herhaald implantatiefalen (geen zwangerschap na minimaal 3 IVF of ICSI behandelingen) met baarmoederslijmvlies van vrouwen bij wie de implantatie goed is verlopen (zwangerschap na IVF of ICSI behandeling).

Het gaat om een onderzoek waarbij we eenmalig een biopt van het baarmoederslijmvlies afnemen in de tweede helft van de menstruatie cyclus.

De laatste vrouwen zijn bezig met het onderzoek. Er kunnen geen nieuwe vrouwen meer deelnemen. De resultaten worden eind 2014 verwacht.

IVF: individuele dosis gonadotrofines?

Optimist-studie - tijdens een IVF of ICSI behandeling worden de eierstokken gestimuleerd met een gonadotrofines (Puregon, Gonal-F of Menopur) om meerdere eiblaasjes te laten rijpen. De standaard dosis is 150 eenheden gonadotrofines per dag. Het is niet bekend of het zinvol is om de dosis aan te passen op basis van de vaginale echo die u voorafgaand aan de start van de hormoonstimulatie krijgt.

In dit onderzoek wordt de keuze voor de juiste dosis onderzocht op basis van het aantal kleine eiblaasjes (antral follicle count, AFC) dat zichtbaar is tijdens de eerste echo. Meer informatie vindt u hier.

Resultaten
De laatste paren zijn bezig met hun behandelingen. Er kunnen geen nieuwe paren meer deelnemen. De resultaten van worden in het voorjaar van 2015 verwacht.

Herhaalde miskraam: antistolling niet zinvol. Alife-studie
25 maart 2010

Bij vrouwen met onverklaarde herhaalde miskramen zijn medicijnen die bloedstolsels tegengaan geen oplossing. Aspirine en heparine maken de kans op een levend geboren kind niet groter, en bovendien hebben ze vaak hinderlijke bijwerkingen. Dat is de voornaamste conclusie uit de ALIFE-studie, een door het Academisch Medisch Centrum en Leids Universitair Medisch Centrum gecoördineerd onderzoek onder ruim 300 vrouwen. De volledige uitkomsten staan woensdag on line in het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine.

Bij herhaalde miskramen blijft vaak onduidelijk wat er precies verkeerd gaat. Een van de mogelijkheden is verstopping van de placenta door kleine bloedstolsels, die zich in de bloedbaan van de vrouw hebben gevormd. Aspirine en laag-moleculair-gewicht heparine gelden als de aangewezen middelen om zulke stolsels te voorkomen. Al eerder is aangetoond dat deze antistollingsmiddelen bij zwangeren met het ‘antifosfolipidensyndroom’ (een zeldzame stollingsstoornis) de kans op een levend geboren kind vergroten.

Of ook andere zwangeren met herhaalde miskramen er baat bij hebben, is bestudeerd in het zogenoemde ALIFE-onderzoek (Anticoagulants for LIving FEtuses). In het kader van deze studie van het AMC en het LUMC, waaraan diverse Nederlandse ziekenhuizen hebben deelgenomen, zijn driehonderd zwangere vrouwen onderzocht die tenminste twee onverklaarde miskramen achter de rug hadden. Ze werden onderverdeeld in drie groepen: een groep die geen behandeling kreeg, één die aspirine kreeg en één die zowel aspirine als heparine kreeg. Daarbij bepaalde het lot wie in welke groep terechtkwam. In elk van de groepen bleek tweederde van de vrouwen van een levendgeboren kind te bevallen. Het gebruik van aspirine met heparine of van uitsluitend aspirine verbetert de kansen dus niet. Wel hadden veel vrouwen last van bijwerkingen: hinderlijk waren vooral de blauwe plekken en huidreacties op de plaats van heparine-injecties. Alle reden om de behandeling met deze antstollingsmiddelen af te raden, constateren de onderzoekers.

Dat bloedstolsels bij onbegrepen herhaalde miskramen echt een belangrijke rol spelen, is met deze uitkomst onwaarschijnlijk geworden. Maar wat de onderzoekers betreft zijn de kansen op effectieve behandeling nog niet verkeken; samen met acht Britse ziekenhuizen bereidt het AMC momenteel nieuwe studies voor.
Overigens waarschuwen de beide hoofdonderzoekers van de ALIFE-studie, AMC-gynaecoloog Mariëtte Goddijn en LUMC-internist Saskia Middeldorp, voor overspannen verwachtingen. Goddijn: ‘Goede voorlichting blijft voorlopig de beste behandeling, in het bijzonder over de kans op een zwangerschap die wél goed afloopt. Want die kans is een stuk groter dan veel van de betrokken vrouwen denken: het overgrote merendeel bevalt vroeg of laat alsnog van een gezond kind.’

Overigens waarschuwen de beide hoofdonderzoekers van de ALIFE-studie, AMC-gynaecoloog Mariëtte Goddijn en LUMC-internist Saskia Middeldorp, voor overspannen verwachtingen. Goddijn: ‘Goede voorlichting blijft voorlopig de beste behandeling, in het bijzonder over de kans op een zwangerschap die wél goed afloopt. Want die kans is een stuk groter dan veel van de betrokken vrouwen denken: het overgrote merendeel bevalt vroeg of laat alsnog van een gezond kind.’

PCOS: hoe verder na 6 cycli Clomid?

Movin-studie - bij vrouwen met Polycysteus Ovarium Syndroom (afgekort PCOS) wordt een eisprong opgewekt met tabletten Clomid. Wanneer er na 6 cycli geen zwangerschap is opgetreden is het niet bekend of het zinvol is over te stappen op dagelijkse injecties met gonadotrofines (Puregon, Gonal-F of Menopur) of door te gaan met Clomid. Een nadeel van gonadotrofines is het risico op een tweelingzwangerschap. Ook is het niet bekend of het zinvol is om het opwekken van de eisprong te combineren met intra uteriene inseminaties (IUI). Hierbij wordt het zaad bewerkt en worden de goed bewegelijke zaadcellen rondom de eisprong in de baarmoederholte ingebracht.

Deelnemende vrouwen lootten voor 1 van de 4 groepen:
• Zes cycli doorgaan met clomid
• Zes cycli doorgaan met clomid gecombineerd met IUI
• Zes cycli met gonadotrofines
• Zes cycli met gonadotrofines gecombineerd met IUI

We verwachten de resultaten medio 2017.

Herhaalde miskraam: progesteron toediening?

Eind november 2015 zijn de resultaten van de Promise trial in het wetenschappelijke tijdschrift ‘New England Journal of Medicine’ verschenen. In de Promise trial werd de invloed van progesteron toediening in het eerste trimester ter reductie van de miskraamkans bij vrouwen met onverklaarde herhaalde miskraam bestudeerd. Een samenvatting van de resultaten treft u hier aan. 

Progesteron is essentieel voor het in stand houden van een zwangerschap. Het was echter onduidelijk, of toediening van progesteron bij vrouwen met onverklaarde herhaalde miskraam, de kans op een levendgeborene vergroot.

In dit onderzoek werd progesteron toediening vergeleken met placebo. Vrouwen gebruikten 400 mg progesteron of placebo capsules 2 maal daags vaginaal, vanaf een positieve zwangerschapstest tot 12 weken zwangerschapsduur. De primaire uitkomstmaat was een levendgeborene na 24 weken zwangerschapsduur.

In totaal werden 1568 vrouwen gerekruteerd, waarvan 836 vrouwen zwanger raakten en konden worden gerandomiseerd (404 kregen progesteron, 432  placebo). Het aantal levendgeborenen en miskramen in de progesteron groep bleek niet te verschillen van het aantal levendgeborenen en miskramen in de placebo groep. 

Concluderend bleek toediening van progesteron in het eerste trimester van de zwangerschap geen verbetering van de kans op een levendgeborene bij vrouwen met onverklaarde herhaalde miskraam op te leveren.


Diagnostiek: welk contrastmiddel bij een baarmoederfoto? H2Olie-studie

H2Olie-studie - een baarmoederfoto of HSG (hysterosalpingogram) is een röntgenonderzoek om te kijken of uw eileiders doorgankelijk zijn. Via de baarmoedermond wordt contrastvloeistof ingespoten. Deze vloeistof is zichtbaar op een röntgenfoto en zo kunnen wij beoordelen of de vloeistof goed door de eileiders loopt. In het verleden is gesuggereerd dat door het maken van een HSG de eileiders worden doorgespoeld en dat dit leidt tot meer zwangerschappen, wanneer de afsluiting van de eileiders veroorzaakt wordt door slijm en cellen.

Er bestaan twee soorten contrastmiddelen. Het ene middel is een contrastmiddel op waterbasis en het andere middel is een contrastmiddel op oliebasis. Het H2Olie onderzoekonderzoek wil een antwoord geven op de vraag welk contrastmiddel tot de meeste zwangerschappen leidt.

Meer informatie vindt u hier.

Resultaten
Er kunnen geen nieuwe vrouwen meer deelnemen. De resultaten worden in het najaar van 2015 verwacht.

IUI met milde hormoonstimulatie met clomid of gonadotrofines(SUPER studie)

SUPER - Intra uteriene inseminatie (IUI) wordt gecombineerd milde hormoonstimulatie zodat er meerdere eiblaasjes uitrijpen. De stimulatie kan plaatsvinden door middel van tabletten Clomid of injecties Follikel Stimulerend Hormoon (FSH). Momenteel is niet bekend met welk medicament het beste is om 2 eiblaasjes te laten groeien. Wat betreft de zwangerschapsuitkomsten is er geen verschil. Het doel van het onderzoek is het bepalen welke vorm van hormoonstimulatie toegepast moet worden.

Er kunnen geen vrouwen meer deelnemen. De onderzoeksresultaten worden eind 2016 verwacht.

IUI: individuele dosis gonadotrofines?

Dit onderzoek is bedoeld voor vrouwen die starten met IUI met stimulatie behandeling. Het doel van dit onderzoek, is om te bepalen of hormoonwaarden (AMH, FSH, E2) die in het bloed van de vrouw aanwezig zijn en een inwendige echo, voorspellend zijn voor het aantal eiblaasjes die tijdens een gestimuleerde cyclus gaan groeien en rijpen. Dit om hopelijk in de toekomst bij patiënten vooraf aan de stimulatie een betere voorspelling te kunnen doen over de optimale dosering hormonen die zij nodig zullen hebben om deze eiblaasjes te laten rijpen.


Er kunnen geen vrouwen meer deelnemen. De onderzoeksresultaten worden over ruim een jaar verwacht. Meer informatie via de website van de prorails-studie