Oor, gehoor en evenwicht


Introductie over de werking van het oor

Het oor

Het oor is te verdelen in het buitenoor, het middenoor en het binnenoor. Het buitenoor bestaat uit de oorschelp en de uitwendige gehoorgang. Het buitenste gedeelte van de gehoorgang bestaat uit kraakbeen, bekleed met huid. Hier wordt het oorsmeer gemaakt. Het meer naar binnen gelegen gedeelte bestaat uit bot, bekleed met huid. Hier wordt geen oorsmeer gemaakt.
Op de overgang van het buitenoor naar het middenoor bevindt zich het trommelvlies. Het middenoor bestaat uit een met lucht gevulde ruimte met daarin de gehoorbeentjes, die samen de gehoorbeenketen vormen: de hamer (malleus), het aambeeld (incus) en de stijgbeugel (stapes). Deze botjes zijn aan de ene kant verbonden met het trommelvlies. Aan de andere kant zijn ze verbonden met een dun vlies, dat een kleine opening in de wand van het binnenoor afsluit. Het middenoor is bekleed met slijmvlies. Via de buis van Eustachius staat het middenoor in verbinding met de neus-keelholte.
Het binnenoor bestaat uit het slakkenhuis (cochlea) met daarin de haarcellen die geluidstrillingen
opvangen. Het slakkenhuis staat in verbinding met de gehoorzenuw. Verder bevindt zich hier het evenwichtsorgaan. Het bot achter het oor heet het mastoïd of rotsbeen. Dwars door het oor loopt de aangezichtszenuw die ervoor zorgt dat de aangezichtsspieren bewegen. Een kleine aftakking van deze zenuw die een gedeelte van de smaak verzorgt, loopt ook door het oor.



Het gehoor

Geluid bestaat uit luchttrillingen. Deze trillingen bereiken het oor via de oorschelp. Via de gehoorgang bereiken de trillingen het trommelvlies. Het trommelvlies geeft de trillingen door aan de gehoorbeenketen. Het laatste gehoorbeentje, de stijgbeugel, geeft de trillingen door aan het slakkenhuis.
Het slakkenhuis is gevuld met vloeistof, die in beweging komt door de trillingen. In het slakkenhuis ontstaan door de trilling van de vloeistof en de haarcellen, die zich hierin bevinden, signalen die via de gehoorzenuw naar de hersenen worden getransporteerd. Wanneer deze signalen aan de buitenkant van de hersenen, de hersenschors, zijn aangekomen nemen we die waar als geluid. Door trilling van geluidsgolven direct tegen het bot van het oor aan, ontstaan ook trillingen van de haarcellen in het slakkenhuis. Waarnemen van geluid kan dus via luchtgeleiding en beengeleiding (direct via het bot). Bij afwijkingen in het gehoororgaan kunnen drie verschillende soorten gehoorverlies optreden:

  • Geleidingsverlies: het geluid wordt niet goed naar het slakkenhuis doorgegeven door het trommelvlies of de gehoorbeenketen
  • Perceptief gehoorverlies: door achteruitgang van het slakkenhuis zelf of van de gehoorzenuw
  • Gemengd gehoorverlies: een combinatie van zowel geleidings- als perceptief gehoorverlies

Het gehoor kan gemeten worden met een gehoortest (audiogram).

Gehoorgangontsteking

Acute gehoorgangontsteking

Een acute gehoorgangontsteking is een pijnlijke aandoening. Behalve pijn is er ook slecht horen en uitvloed uit het oor. De gehoorgang kan door zwelling vrijwel geheel worden afgesloten. Uw KNO-arts kan het zieke oor behandelen door een gaasje in het oor te doen, dat vervolgens met oordruppels nat moet worden gehouden. Het gaasje werkt als het lontje in een olielamp en zal de medicijnen naar binnen trekken, daar waar zij nodig zijn. Na een aantal dagen gaat de gehoorgang weer open en is de ergste pijn weg. Daarna wordt er nog een week met alleen oordruppels nabehandeld.

Chronische gehoorgangontsteking

Een chronische gehoorgangontsteking is een vervelende aandoening omdat het meestal vooral jeuk geeft. Door steeds in het oor te krabben en te peuteren blijft de gehoorganghuid chronisch geïrriteerd en blijft het probleem bestaan. De behandeling bestaat uit oordruppels die vooral de jeuk bestrijden en de huid weer gezond maken. Verder is het absoluut verboden nog in de oren te peuteren met wattentips, niet met vingers, niet met lucifers, paperclips of wat dan ook.

Voorkomen is beter dan genezen

Heel veel mensen maken er gewoonte van hun oren met wattentips dagelijks schoon te maken. Dat is geen goede gewoonte omdat de beschermende laag oorsmeer hiermee te grondig wordt verwijderd. Ook is de huid van de gehoorgang zo teer dat de zachte wattentip nog steeds als schuurpapier door het oor gaat. Alleen het zichtbare oorsmeer dat in de oorschelp naar buiten komt mag worden verwijderd.

Zwemmen, surfen en oordopjes

Wie veel zwemt of surft, vooral in koud water, loopt een groter risico op botuitwassen in het oor (exostosen). In surf- en duikwinkels, maar ook bij apotheker en drogist zijn zwemdopjes verkrijgbaar die de gehoorgang beschermen tegen het water. Bij de gespecialiseerde hoorapparaatwinkels kunt u zwemdopjes op maat laten maken.

Operatieve behandeling

Wanneer gehoorgangontsteking een chronisch terugkerend probleem is, dan kan uw KNO-arts voorstellen om door middel van een operatie de gehoorgang wijder te maken. Bijna altijd is het probleem daarmee definitief opgelost.

Tubaire dysfunctie

Normaal gesproken vindt de beluchting van het middenoor plaats via de buis van Eustachius (een buis die het oor verbindt met de ruimte achterin de neus) en via het slijmvlies in het middenoor zelf. Het kan voorkomen dat deze beluchting is verstoord. Hierdoor ontstaan er drukverschillen tussen het middenoor en de buitenwereld waardoor het trommelvlies de neiging heeft om naar binnen te worden gezogen, het middenoor in. Patiënten klagen dan over een drukgevoel in het oor en soms ook over gehoorverlies. Met name bij kinderen komt dit probleem veel voor. In de meeste gevallen groeien zij hier vanzelf overheen.

Soms kunnen problemen verholpen worden met een trommelvliesbuisje. In sommige gevallen ziet de KNO-arts, meest bij volwassenen, dat het trommelvlies nog steeds de neiging heeft om naar binnen te groeien (intrekking).

Vocht achter het trommelvlies

Deze informatie moet nog worden aangevuld. Probeer het later nog eens.


Trommelvliesperforatie

Een gat in het trommelvlies. Het kan klein zijn, maar soms ook zo groot dat bijna het gehele trommelvlies weg is. Meestal is een trommelvliesperforatie het gevolg van oorontstekingen op jonge leeftijd. Ook kan het ontstaan door een klap op het oor. Een klein gaatje in het trommelvlies sluit vaak vanzelf. Als dit niet het geval is, kan de trommelvliesperforatie alleen met een operatie worden verholpen. Dit wordt “trommelvliessluiting” of “myringoplastiek” genoemd. Er zijn drie beweegredenen om perforaties te sluiten:

  • verbeteren van het gehoor
  • mogelijk maken van zwemmen zonder zwemdop
  • het stoppen van terugkerende looporen

Gehoorverlies

Gehoorverlies kan vaak met een operatie verbeterd worden. Dat kan alleen als er schade is van het middenoor en of trommelvlies.

De onderdelen die gehoorverlies kunnen geven zijn de volgende: het trommelvlies en de gehoorbeentjes (de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel). Indien het probleem in het trommelvlies zit dan is er vaak spraken van een gaatje in het trommelvlies. Het trommelvlies kunnen wij repareren door een trommelvliessluiting. Indien het probleem in de gehoorbeentjes zit kunnen we het gehoor verbeteren door het aambeeld en de stijgbeugel te vervangen door een prothese. Die zijn van titanium of van teflon gemaakt. De hamer kan niet worden vervangen. Gehoor verbeterende operaties noemen wij tympanoplastiek.

Chronische oorontsteking met of zonder cholesteatoom

Uw KNO-arts heeft bij een chronische oorontsteking vastgesteld. Dit kan voorkomen in combinatie met een cholesteatoom. Hieronder leggen wij u uit wat een cholesteatoom inhoudt.

Ons lichaam is “verpakt” in de huid. Dat betekent dat de buitenkant van het lichaam bekleed is met huidweefsel. Ook het trommelvlies en de gehoorgang zijn zo bekleed met een heel dun laagje huid. Het bijzondere van huidweefsel is dat het zichzelf steeds verjongt. Aan de buitenzijde slijt de huid af en aan de binnenzijde groeit hij weer aan. Dat zie je goed als de huid in de zomer verbrand is geraakt, dan gaat dit wat sneller en gaan we vervellen.


Cholesteatoom
Bij de ziekte cholesteatoom is huid van de gehoorgang en het trommelvlies in de holtes van het rotsbeen gegroeid. Doordat het rotsbeen aan de binnenzijde van het lichaam zit, kunnen de versleten huidschilfers het lichaam niet verlaten. Het rotsbeen raakt gevuld met steeds meer versleten huid, zoveel dat het onder druk komt te staan. Tere structuren zoals gehoorbeentjes gaan hierdoor kapot. Dat merkt u doordat u slechter gaat horen. Ook is de massa huidschilfers een voedingsbodem voor bacteriën. Als er bacteriën bijkomen dan ontstaat er een chronisch stinkend loopoor.

Wanneer cholesteatoom niet wordt behandeld dan kunnen er complicaties optreden. We hebben al verteld dat de gehoorbeentjes kunnen worden beschadigd. Het gehoorverlies dat hierdoor ontstaat, kan vaak met een operatie worden hersteld. Maar als evenwichtsorganen en slakkenhuis worden aangetast dan is het gehoorverlies blijvend.

Andere ernstige complicaties van cholesteatoom zijn verlamming van de aangezichtszenuw (je krijgt dan een scheef gezicht dat niet meer kan bewegen), hersenvliesontsteking en hersenabces.
Gelukkig zijn complicaties van cholesteatoom buitengewoon zeldzaam, ook al omdat in Nederland goede oorheelkundige zorg bijtijds kan worden gegeven.

Cholesteatoom kan alleen goed worden behandeld met een operatie. Slechts in uitzonderingsgevallen kan uw KNO-arts besluiten om een paar maal per jaar het oor poliklinisch schoon te maken, zo nodig onder plaatselijke verdoving.

Enige misverstanden
Cholesteatoom is geen gezwel, maar wordt toch vaak als “parelgezwel” beschreven omdat het een paarlemoerachtig uiterlijk heeft.
Cholesteatoom is een goedaardige ziekte en geen tumor die kan uitzaaien.

Oorsuizen

Wat is oorsuizen?

Onder oorsuizen verstaat men het horen van geluiden in het hoofd, geluiden die niet van buitenaf komen. Alle vormen van geluid worden beschreven, van gierende fluitketels tot windgeruis, bellen, brommen, fluiten, rinkelen en straaljagers. De medische term is: tinnitus. Vrijwel iedereen heeft wel eens kortdurend last van oorsuizen. Soms is het bijna continu aanwezig en dermate hinderlijk dat men in de dagelijkse bezigheden wordt belemmerd. De exacte oorzaak van oorsuizen blijft meestal onbekend. Het begint vaak tussen het 45ste en 60ste levensjaar en kan zeer langdurig en soms een leven lang aanwezig zijn.

Mogelijke oorzaken
Oorsuizen kan ook bij gezonde personen, zonder aanwijsbare oorzaak, spontaan en kortdurend optreden. Meestal is oorsuizen een algemeen verschijnsel dat bij verschillende ziekten en afwijkingen kan optreden. zoals ook koorts door verschillende ziekten kan worden veroorzaakt. De hoor-sensatie kan ontstaan in het oor (buitenoor, middenoor, binnenoor, gehoorzenuw) of in het hoofd. Oorsuizen kan veroorzaakt worden door:

  • Afsluiting van de gehoorgang door bijvoorbeeld oorsmeer, water of een watje.
  • Beschadiging van het oor door een ongeval. Vooral vlak na het ongeval kan het oorsuizen
    erg hinderlijk aanwezig zijn en meer opvallen dan het gehoorverlies. De oorzaak kan vrij onschuldig zijn in geval van bloed in de gehoorgang, maar ook ernstiger bij beschadiging van trommelvlies en/of gehoorbeentjes, tot zelfs onherstelbaar bij een schedelbasisfractuur.
  • Ontsteking van het oor bij griep en na een verkoudheid. Bij griep en verkoudheid raakt het slijmvlies ontstoken en zwelt op. Bij een niet goed functionerende buis van Eustachius
    zal daardoor onderdruk optreden in het middenoor. Als er te lang een onderdruk heerst kan zich uiteindelijk vocht gaan ophopen in dat middenoor, met gehoorverlies en oorsuizen tot gevolg.
  • Chronische middenoorontsteking. Dit gaat vrijwel altijd gepaard met vieze oor afscheiding en gehoorverlies.
  • Otosclerose. Bij otosclerose treedt abnormale botvorming in het oor op. Hierdoor vergroeit de stijgbeugel en ontstaat er ook gehoorverlies.
  • Plotselinge doofheid. Een enkele keer komt het voor dat iemand binnen enkele minuten tot uren doof wordt aan één of beide oren. Dit kan veroorzaakt worden door een ontsteking,
    bloeding of bloedstolsel.
  • Medicijnen. Er zijn geneesmiddelen bekend waarvan het gebruik kan leiden tot schade aan het binnenoor, zoals Kinine, Streptomycine en Cisplatinum.
  • Ouderdomsslechthorendheid (hardhorendheid). Meer dan de helft van de mensen boven de 70 jaar ondervindt hiervan last in het dagelijkse leven. Door slijtage van de zintuigcellen
    in het binnenoor worden met het toenemen van de leeftijd de hoge tonen steeds slechter waargenomen.
  • De ziekte van Menière. Door een aandoening van de vloeistof in het binnenoor en evenwichtsorgaan ontstaan klachten (in aanvallen) van onder meer oorsuizen, gehoorverlies en draaiduizeligheid.
  • Lawaai. Vrijwel iedereen heeft zijn oren weleens horen tuiten door te veel geluid, zoals na een knal van vuurwerk, na bezoek aan een hedendaags concert of disco en na gebruik van
    boormachines. Na verloop van een korte tijd is het oorsuizen meestal niet meer waarneembaar en is de tijdelijke beschadiging weer hersteld. Bij herhaalde blootstelling aan te veel lawaai kan het oorsuizen echter blijvend worden omdat er een definitieve beschadiging van het binnenoor is opgetreden. Bij een gehoortest is deze beschadiging dan als een geluidsdip meetbaar bij 4 tot 6 kHz.
  • Hoge bloeddruk.

Onderzoek naar oorzaak
Het verhaal dat de patiënt over zijn klacht vertelt (de anamnese), brengt de oorzaak van de klacht vaak aan het licht. Uw Keel-, Neus- en Oorarts kan hieruit opmaken welk onderzoek verder noodzakelijk is. KNO-onderzoek kan bestaan uit:

  • Inspectie van het oor: beoordeling van uitwendig oor en met microscoop van trommelvlies en middenoor.
  • Gehoortesten: stemvorkonderzoek, bepalen van de gehoordrempel en eventueel beoordelen van het spraakverstaan, verrichten van hersenstamaudiometrie (meten van kleine elektrische spanningen die in de hersenen ontstaan ten gevolge van het aanbieden van geluid) en tympanometrie (spanningsmeting van het trommelvlies en meten van druk in het middenoor). Oorsuizen blijkt in decibels uitgedrukt meestal een vrij zacht toontje te zijn, maar voor de eigenaar luid genoeg om hinderlijk te zijn.
  • Beeldvormend onderzoek: indien noodzakelijk kunnen röntgenfoto's, een CT-scan of MRI-scan worden gemaakt.
  • Bloeddruk meten: bij een te hoge bloeddruk dient onderzoek naar de eventuele oorzaak van de hoge bloeddruk plaats te vinden.
  • Evenwichtsonderzoek: bij oorzaken buiten het binnenoor en evenwichtsorgaan dient neurologisch onderzoek te worden overwogen.

Behandeling van oorsuizen
Als oorsuizen een begeleidend verschijnsel is, kan het verdwijnen als de oorzaak of de onderliggende ziekte behandeld is. Veelal verdwijnt het oorsuizen echter niet, zoals in geval van lawaaibeschadigingen na behandeling van hoge bloeddruk. Er is veel onderzoek gedaan naar de werking van medicijnen tegen oorsuizen. Helaas bestaat er momenteel nog geen veilig geneesmiddel dat hinderlijk oorsuizen geneest. Ook andere manieren van behandeling zijn geprobeerd:

  • Elektrische prikkeling van het oor heeft weinig resultaat en zou het oor (verder) kunnen beschadigen;
  • Het verwijderen van het binnenoor door middel van een operatie, waarbij natuurlijk ook het gehoor weggenomen wordt, blijkt op langere termijn weinig effectief te zijn. In meer dan de helft van de gevallen is het oorsuizen na een jaar weer teruggekeerd en is dan soms nog hinderlijker aanwezig dan voor de operatie.

Maskeren van het oorsuizen
De methode die soms verlichting kan geven, is het maskeren van het oorsuizen. Hierbij wordt het oorsuizen door een geluid van buitenaf overstemd. Dit kan door middel van een gewoon hoortoestel, dat immers de natuurlijke geluiden van buitenaf versterkt doorgeeft aan het oor. Ook is het mogelijk het toestel zelf een geluid te laten produceren. Een heel zacht geluid,
dat niet door omstanders wordt gehoord, kan al voldoende zijn om het oorsuizen te overstemmen. Niet iedereen heeft hier echter baat bij. Vervanging door een ander geluid van buitenaf wordt
soms als hinderlijker ervaren dan het eigen oorsuizen.

Omgaan met oorsuizen
De meeste mensen hebben in meer of mindere mate oorsuizen, zonder er echt hinder van te ondervinden. Ze horen het alleen als ze eraan denken, zoals bij een tikkende klok. Als u zich
aan geluid of aan oorsuizen gaat ergeren, nemen de lasten sterk toe. Een klein deel van de mensen voelt zich, door het plotselinge ontstaan ervan, door het oorsuizen overweldigd.
Men wordt er het grootste deel van de dag en vooral de nacht onaangenaam mee geconfronteerd en dit belemmert de dagelijkse bezigheden.

Onbegrip van de omgeving
Een bijkomend probleem is het onbegrip van de omgeving. Gezinsleden, collega's en vrienden zien niets aan de patiënt, terwijl deze toch door het oorsuizen enorm gehinderd wordt. Als blijkt dat het oorsuizen onschuldig is, moet u leren hoe u deze last het beste kunt dragen.

Acceptatie
Omdat oorsuizen nooit de hele dag maximaal aanwezig is, moet nagegaan worden welke factoren een gunstige uitwerking hebben. U moeten accepteren dat toename van het hinderlijke oorsuizen
een uiting kan zijn van lichamelijke en geestelijke vermoeidheid maar ook van (kleine) psychische spanningen. Verder moet u een manier vinden hoe het oorsuizen het beste genegeerd of
overstemd kan worden. Op een gezellig feestje met geroezemoes, muziek en afleiding hoort u het suizen niet. Misschien helpen eenvoudige middelen als een zacht aanstaande radio bij het
inslapen of mooie muziek, zo nodig met een walkman, tijdens het lezen of studeren in stilte.

Gewenning
In geval van ouderdomsslechthorendheid kan bij het voeren van een gesprek een hoortoestel van nut zijn. Acceptatie van het oorsuizen kan bevorderd worden door contact met andere patiënten
die aan oorsuizen lijden (via de Nederlandse Vereniging van Slechthorenden). Uiteindelijk zal bij de meeste patiënten gewenning aan het oorsuizen optreden: het oorsuizen is weliswaar niet verdwenen maar het geeft geen hinder meer.

Vragen en contact
Het is niet mogelijk om in een voorlichtingsfolder alle details voor elke situatie te beschrijven. Aarzel niet om bij eventuele onduidelijkheden uw Keel-, Neus- en Oorarts om nadere
uitleg te vragen. Deze kan u naar het Audiologisch Centrum (AC) van het AMC verwijzen. In ernstige gevallen van tinnitus kan het AC helpen d.m.v. gehooronderzoek, advies en begeleiding.
U kunt ook de Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden (NVVS) benaderen. De NVVS is een belangenvereniging voor mensen die last hebben van oorsuizen. Bij onderstaand adres kunt u folders met meer gedetailleerde informatie downloaden of opvragen:


Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden, Commissie Tinnitus
Website: http://www.stichtinghoormij.nl/nl-nl/tinnitus
Bezoekadres: De Molen 89a, 3995 AW Houten
Postadres: Postbus 129, 3990 DC Houten
Teksttelefoon: 030 261 7677
Telefoon: 030 261 7616
E-mail: info@stichtinghoormij.nl


Flaporen en frommeloren

Er bestaan verschillende aangeboren afwijkingen van het kraakbeenskelet van de oorschelp.

Flaporen
Relatief frequent komen afstaande oren, ook wel flaporen genoemd, voor. Dit komt bij jongens en meisjes even vaak voor en kan soms alleen links of rechts voorkomen. Flaporen hebben geen
lichamelijke gevolgen. Iemand met flaporen kan net zo goed horen als iemand die geen flaporen heeft. Toch kan het wel psychische gevolgen hebben. Met name voor schoolgaande kinderen kunnen afstaande oren aanleiding zijn tot plagerijen en daardoor leiden tot problemen in het functioneren. Een operatie is de enige manier om flaporen te corrigeren en heeft als doel de stand van de oren te verbeteren. De ingreep kan bij kinderen vanaf het vijfde à zesde levensjaar worden uitgevoerd. De groei van de oorschelp is dan nagenoeg voltooid. Ingrepen aan de oorschelp worden ook wel “Otoplastiek” genoemd.

Frommeloren
De oorschelp kan, naast het hebben van een afwijkende stand, ook abnormaal klein en afwijkend van vorm zijn. Deze afwijking wordt ook wel “Frommeloor” of “Microtie” genoemd. Microtie kan samen met misvormingen van de gehoorgang voorkomen.

Aangezichtsverlamming / Verlamming van Bell

Verlamming van Bell

Een plots opkomende verlamming van één helft van het gezicht, waarbij geen afwijkingen te vinden zijn die de verlamming verklaren, noemen we een 'verlamming van Bell'. Sir Charles Bell (1774 tot 1842) was de eerste die de aangezichtszenuw beschreef. De aangezichtszenuw of nervus facialis, is de zevende hersenzenuw. Deze zenuw verzorgt de prikkels naar de spieren die met de gelaatsexpressie te maken hebben (aan één zijde van het gezicht). De zenuw loopt door een nauw en benig kanaal in het oor en heeft ook aftakkingen voor de smaak en voor het dempen van harde geluiden

Hoe ontstaat de verlamming?
De verlamming van de aangezichtszenuw ontstaat vaak na een periode van afkoeling of tocht (bijv. een open autoraampje). Het kan ook ontstaan na hevige emoties en spanningen, zeer warschijnlijk door een reactivatie van het herpes simplex virus I.
In Nederland zien we de verlamming per jaar bij circa 1 op 5000 volwassenen zich voordoen. De verlamming komt evenveel voor bij mannen als bij vrouwen en evenveel links- als rechtszijdig.
Mannen krijgen de verlamming van Bell opvallend vaak tussen hun 30e en 40e jaar. Bij kinderen komt de verlamming minder vaak voor.

Eerste verschijnselen
Aan de verlamming gaat vaak een veranderde smaak op de tong vooraf (thee of koffie smaken anders of de patiënt klaagt over een bittere smaak in de mond). Ook klinken harde geluiden
in het oor aan de kant van de verlamming erg hol. Het gehoor lijkt beter dan normaal. Er ontstaat een zeurende pijn achter het oor, waarschijnlijk ten gevolge van een lichte druk op de zenuw. Wanneer men tracht het oog te sluiten, ziet men de oogbol naar boven draaien. Dit noemen we het teken van Bell. In normale omstandigheden gebeurt dit ook doch is niet zichtbaar omdat de oogleden sluiten.

Latere verschijnselen
Door het uitvallen van de zenuw kunnen de spieren aan één zijde van het gezicht niet meer (of minder) gebruikt worden. Het oog kan niet meer gesloten worden, de mondhoek hangt af, het
gezicht staat scheef, er kan speeksel uit de mond lopen en de patiënt kan minder goed de lippen gebruiken bij het spreken. Door de verlamming van de sluitspier van het oog kan het oog
ontstoken raken.

Verloop
Bij circa 70 procent van de patiënten geneest de verlamming vanzelf, zonder therapie. De overige 30 procent houdt een beschadiging over aan de zenuw en heeft in meer of mindere mate last
van restverschijnselen. Bij toename van de leeftijd neemt de kans op 100% symptoomherstel af. In het slechtste geval is pas na drie - tot drieënhalve maand het begin van het herstel te zien. Na twaalf maanden kunnen we beoordelen of het herstel definitief is.

Onderzoek
Om andere oorzaken (oorontsteking, gordelroos of afwijkingen in de speekselklieren) van de verlamming uit te sluiten, onderzoeken we eerst keel-, neus-, en ooronderzoek.
We doen eenvoudig bloed - en urineonderzoek ter uitsluiting van infecties, suikerziekte enz. Indien nodig doen we röntgenonderzoek van het gehoor- en het evenwichtsorgaan.Pas als andere oorzaken zijn uitgesloten, doen we elektrisch onderzoek aan de zenuw om te beoordelen of er sprake is van een beschadiging. Dit onderzoek is niet pijnlijk en wordt bij elke controle herhaald. Bij ieder bezoek aan de polikliniek noteren we welke delen van het gezicht verlamd zijn en in welke mate. Na deze onderzoeken krijgt u uitsluitsel over de aard van de verlamming en de te volgen behandeling. Met nadruk wijzen we erop, dat de verlamming van Bell niet berust op een
beroerte of een andere levensbedreigende ziekte (bij een beroerte is er alleen verlamming ter hoogte van de mond).

Behandeling

  • Oogdruppels
    U kunt het oog overdag indruppelen met hypromellose 0,3%, zo vaak als nodig. Om problemen met het oog te voorkomen, adviseren we 's nachts het oog te beschermen met een horlogeglasverband. Dit plakt u vast rondom de oogkas en voorkomt dat het oog beschadigt door uitdroging. Sommige patiënten verwijzen we naar de oogarts om eventuele beschadiging van het hoornvlies te voorkomen of te behandelen.
  • Medicijnen
    Bij ernstige of snel verergerende verlammingen starten we een behandeling met prednison en een antiviraal middel. Beschadiging van de zenuw treedt dan minder vaak op. Dit kan tijdelijke bijwerkingen geven, zoals: een licht honger- en dorstgevoel en minder goed slapen. Opvallend is verder dat de oorpijn verdwijnt. De behandeling moet binnen een week na het ontstaan van de klachten beginnen. Hoe hoger de leeftijd, hoe kleiner de kans op volledig herstel. Het nut van deze behandeling moet worden afgewogen tegen eventuele problemen die kunnen ontstaan bij een reeds bestaande suikerziekte of een verhoogde bloeddruk. Het is van belang dat u twee weken rustig aan doet. Vermijdt tocht, afkoeling en lichamelijke of geestelijke inspanning.
  • Elektrotherapie
    Behandeling met elektrische stroomstoten (elektrotherapie) achten wij niet zinvol, het nut ervan is nooit aangetoond.

Door het scheef hangen van de mond is drinken lastig, met een rietje gaat dat makkelijker.

Verloop bij zenuwdegeneratie
Soms treedt er beschadiging van de aangezichtszenuw op. Dit wordt duidelijk door het verloop van de ziekte en door de resultaten van het elektrisch onderzoek (de zenuwprikkelbaarheid). Bij beschadiging kunnen er restverschijnselen achterblijven, zoals:

  • een verminderde functie;
  • meebewegen (dit berust op een verkeerde uitgroei van de zenuwvezels, waardoor de signalen van de zenuw bij de verkeerde spier terechtkomen);
  • het gevoel van een strak gezicht te hebben, door verlittekening;
  • een tranend oog bij eten of spreken ("krokodillentranen").

Door deze restverschijnselen kunnen er problemen ontstaan met uw omgeving. Goed bedoelde opmerkingen kunnen soms erg vervelend zijn. Als u het wilt, brengen wij u in contact met oud-patiënten, die u kunnen adviseren hoe hiermee het best om te gaan.

Mimetherapie
Na zes tot acht maanden kijken we of u baat heeft bij speciale revalidatieoefeningen gebaseerd op principes uit de mime ("mimetherapie"): ontspanningsoefeningen, ademhalingsoefeningen, massage en het opnieuw leren coördineren van de bewegingen in het gezicht. We beginnen pas met deze behandeling als er voldoende beweging in het gezicht is teruggekeerd. Belangrijk is dat de patiënt zelf graag deze mimetherapie wil en bereid is dagelijks te oefenen. Meestal krijgt u tien behandelingen van ca. 30 minuten, gedurende tien weken.

Kans op herhaling
Ondanks de behandeling kan zich een tweede verlamming voordoen. Dit kan aan dezelfde kant of aan de andere kant van het gezicht zijn. Deze tweede verlamming hoeft niet ernstiger te zijn dan de eerste en moet opnieuw beoordeeld worden.

Controles
In de beginperiode controleren we u één à twee maal per week. Als de verlamming gunstig verloopt wordt u na circa zes weken ontslagen. Mocht u tussen het voorlopig ontslag en de
jaarcontrole behoefte hebben aan een extra advies, dan kunt u ons altijd bellen.

Duizeligheid

Inleiding
Duizeligheid komt veel voor. Het is een moeilijke klacht. Meestal is duizeligheid het gevolg van een onschuldige aandoening, maar een enkele keer ook van een ernstige ziekte. Duizeligheid maakt onzeker en angstig. Het kan u ernstig hinderen in het functioneren in het dagelijks leven. Iedereen is wel eens duizelig geweest, bijvoorbeeld door deelname aan bepaalde attracties in een pretpark. Het probleem is dat iedereen met de klacht duizeligheid iets anders kan bedoelen, zoals draaierigheid, flauwvallen, zweverigheid, onstabiliteit of vallen.

Oorzaken van duizeligheid
Duizeligheid kan één van de klachten zijn als gevolg van:

  • Aandoeningen op KNO-gebied: stoornissen van het evenwichtsorgaan, eventueel in combinatie met gehoorstoornissen.
  • Neurologische aandoeningen, zoals een hersenbloeding, een herseninfarct, stoornissen in het zenuwstelsel.
  • Aandoeningen van hart- en bloedvaten, zoals hartritmestoornissen, hoge bloeddruk, plotselinge daling van de bloeddruk na overeind komen.
  • Andere interne aandoeningen, zoals bloedarmoede en suikerziekte.
  • Bijwerking van medicijnen.
  • Psychiatrische aandoeningen.

Onderzoek bij duizeligheid
Uw eigen verhaal is verreweg het belangrijkste deel van het onderzoek. De beschrijving van uw klachten helpt uw dokter bij het zoeken naar de vermoedelijke oorzaak ervan. Ook kan dan worden beslist welk onderzoek noodzakelijk is. Bij de beschrijving van uw klachten wordt gelet op de volgende punten:

  • Welke soort duizeligheid heeft u?
  • Wanneer is de duizeligheid ontstaan en waardoor? Bijvoorbeeld na een ongeval, een ziekte met of zonder koorts of een aangrijpende gebeurtenis?
  • Hoe verloopt de duizeligheid in de tijd? Is de duizeligheid voortdurend aanwezig of komt deze in aanvallen?
  • Zijn er bepaalde omstandigheden die de duizeligheid uitlokken of verergeren?
  • Zijn er ook andere verschijnselen, zoals slechthorendheid, oorsuizen, een drukgevoel op de oren, overgevoeligheid voor geluid, misselijkheid, braken, transpireren, het gevoel flauw te vallen of weg te raken, hartkloppingen, hoofdpijn, dubbelzien, uitval van het gezichtsveld, verlammingsverschijnselen, moeite met spreken of slikken, benauwdheid, angst?
  • Lijdt u aan andere ziektes en heeft u operaties ondergaan?
  • Bent u onder behandeling bij andere specialisten?
  • Gebruikt u medicijnen? Zo ja, waarvoor?

Door de KNO-arts wordt een onderzoek verricht, waarbij onder andere de oren worden geïnspecteerd en de oogbewegingen worden beoordeeld. Bij duizeligheid na houdingsverandering zal er ook een kiepproef worden gedaan om te beoordelen of u hierdoor duizelig wordt en of er op dat moment ook specifieke oogbewegingen bij u te zien zijn. Zo nodig wordt hierna een afspraak gemaakt voor een gehoortest en/of evenwichtsonderzoek en een enkele keer voor een CT- of MRI-scan. Aan de hand van de beschrijving van uw klachten en de resultaten van het (eventuele) aanvullende onderzoek, kan meestal een verklaring voor de duizeligheid worden gevonden.

Behandeling van de duizeligheid
Afhankelijk van de oorzaak van uw duizeligheid zal de KNO-arts een plan van aanpak maken.

Slotwoord
Het is niet mogelijk op deze voorlichtingspagina alles over duizeligheid te vermelden. Het kan zijn dat u, ook na uitleg van uw KNO-arts, nog vragen heeft en meer informatie wilt. Neem dan vooral contact op met uw KNO-arts om meer uitleg te vragen.

Bovenstaande beschrijving is mede tot stand gekomen met informatie van de Nederlandse Vereniging Voor Keel-Neus-Oorheelkunde. Meer informatie van deze vereniging kunt u hier vinden.

Evenwichtsonderzoek

Wanneer een evenwichtsonderzoek?
Duizeligheid, oscillopsie (op en neer bewegen van de omgeving), evenwichtsstoornissen en valneigingen zijn brede begrippen. Aanwijzingen voor stoornissen in de functie van het evenwichtsorgaan zijn onder andere:

  • Draaiduizeligheid die toeneemt door het maken van hoofdbewegingen, door blootstelling aan harde geluiden of door drukveranderingen (hoesten, persen).
  • Oscillopsie ten gevolge van hoofdbewegingen, tijdens lopen of bij fietsen/rijden over een hobbelige weg.
  • Evenwichtsstoornissen die toenemen bij lopen in het donker, een valneiging of een gangspoorafwijking met een richtingsvoorkeur naar links of rechts.

Bovengenoemde klachten kunnen een reden zijn voor het aanvragen van een evenwichtsonderzoek (electronystagmografie). Zeker als u ernstig beperkt wordt door de klachten of als u arbeidsongeschikt dreigt te raken. Ook onbegrepen oogbewegingsstoornissen en bewegingsziekte die tot arbeidsongeschiktheid leiden, zijn een reden voor onderzoek. Het is niet nodig bij elke patiënt met duizeligheidsklachten evenwichtsonderzoek te doen. Wegrakingen, lage bloeddruk, hyperventilatie, duizeligheid als gevolg van hartproblemen zijn geen reden voor electronystagmografisch onderzoek.

Het onderzoek
Bij het evenwichtsonderzoek wordt nagegaan of beide evenwichtsorganen, die zich in de binnenoren bevinden, goed functioneren. Ook wordt onderzocht of de delen van de hersenen die met het evenwicht te maken hebben geen afwijkingen vertonen. Het onderzoek wordt verricht door middel van het registreren van oogbewegingen. Deze geven informatie over het functioneren van het evenwichtsstelsel. Om de oogbewegingen te kunnen registreren worden bij het onderzoek enkele elektroden op het gezicht rondom de ogen geplakt.

Het onderzoek richt zich op mogelijke afwijkingen in het oogbewegingspatroon. Er is een aantal testen waarbij stippen, die op een scherm worden geprojecteerd, met de blik moeten worden gevolgd. Tot slot worden de gehoorgangen achtereenvolgens gespoeld met koud en warm water. Soms wordt geen water maar lucht gebruikt. Sommige mensen worden hierdoor duizelig, anderen niet. De duizeligheid verdwijnt over het algemeen na een paar minuten. Enkelen worden misselijk, maar dit komt zelden voor.

Vanwege de grote gevoeligheid van het evenwichtssysteem geldt voor beide onderzoeken dat het gebruik van medicijnen tegen duizeligheid en slaapproblemen en het gebruik van alcohol 48 uur tevoren moet worden gestopt. Medicijnen voor andere ziekten dan tegen duizeligheid mogen normaal worden ingenomen. De ochtend voorafgaand aan het onderzoek mag u niet roken. Ook dient u geen koffie of thee te gebruiken. Een licht ontbijt of lunch is geen bezwaar. Het onderzoek vindt soms plaats in dagbehandeling en duurt inclusief gesprek over het algemeen twee uur.

Het resultaat
Na het onderzoek worden de resultaten ervan met u besproken door de afdelingsarts. Zo mogelijk wordt een behandeling gestart of krijgt u een advies voor verder onderzoek en/of behandeling. U wordt meestal terugverwezen naar uw huisarts of specialist omdat het niet nodig en mogelijk is elke patiënt verder op onze polikliniek te begeleiden. Indien u ouder bent dan 85 jaar is telefonisch overleg gewenst met de afdelingsarts via ondergenoemd telefoonnummer. Dan wordt beoordeeld of u alleen komt voor een consult en eventueel behandeladvies of dat ook een evenwichtsonderzoek noodzakelijk is.

Punten van aandacht

  • Het onderzoek is pijnloos.
  • Het uitspoelen van de gehoorgangen met koud en warm water kan duizeligheid veroorzaken.
  • Na afloop van het onderzoek kunt u doorgaans zonder enig ongemak naar huis gaan.
  • U mag geen make-up op het voorhoofd en rond de ogen te gebruiken, omdat daar de elektrodes worden opgeplakt.
  • De 48 uren voorafgaand aan het onderzoek mag u geen alcohol gebruiken en geen medicijnen tegen duizeligheid innemen. Op de dag van het onderzoek mag u geen koffie of thee drinken en niet roken. Medicijnen anders dan tegen duizeligheid kunnen normaal worden ingenomen. Voor het onderzoek is er geen bezwaar tegen een licht ontbijt of een lichte lunch.

De afspraak
Afspraken voor evenwichtsonderzoek kunnen worden gemaakt op maandag-, dinsdag-, woensdag- en vrijdagochtend tussen 8.30 uur en 12.00 uur via telefoon nummer (020) 566 35 21. Als u ’s middags belt kunt u het antwoordapparaat inspreken. Wanneer u uw telefoonnummer vermeldt, wordt u de volgende werkdag ’s ochtends teruggebeld.

Een verwijzing is noodzakelijk. Een patiëntenvereniging of een paramedicus kan u niet verwijzen, tenzij uw huisarts of uw specialist de verwijzing terecht vindt. Als u of de assistente van uw verwijzer belt voor een afspraak, vragen wij de volgende gegevens bij de hand te hebben: uw naam en voorletters, uw geboortedatum, uw adres (inclusief postcode), telefoonnummer, de naam van uw zorgverzekeraar en het verzekeringsnummer. En uiteraard de naam van uw verwijzer.

U krijgt een schriftelijke bevestiging van de afspraak thuis gestuurd. Afhankelijk van de duur of de uitgebreidheid van het onderzoek (soms inclusief een gehooronderzoek) vindt het onderzoek poliklinisch of in dagbehandeling plaats. Voor het onderzoek heeft u eerst een gesprek over uw klachten met de arts van de vestibulaire afdeling, of soms met een KNO-arts in opleiding. Het evenwichtsonderzoek wordt verricht door een ENG (electronystagmografie)-laborant.

Mevr. dr. H.W. Kortschot
Vestibulaire Afdeling, D2-221
Telefoon 020-5663521 (8.30 uur tot 12.00 uur) op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag

Benigne paroxysmale positie duizeligheid (BPPD)

U heeft het spreekuur van uw arts bezocht, omdat u kortdurend duizelig wordt na houdingsverandering (gaan liggen of omdraaien in bed) of na hoofdbewegingen, zoals achterover buigen van het hoofd. Uw arts heeft bij u de diagnose “Benigne Paroxismale Positieduizeligheid” (BPPD) gesteld. Dit houdt in dat de duizeligheid benigne (goedaardig)
is en paroxismaal (aanvalsgewijs) ontstaat door houdingsverandering en/of hoofdbewegingen. De duizeligheid duurt meestal minder dan een minuut. Door de plotselinge duizeligheid is de kans om te vallen toegenomen.

Oorzaak
Een BPPD kan ontstaan na een hersenschudding, na langdurige bedrust of bij een andere aandoening van het evenwichtsorgaan, zoals een “neuritis vestibularis”. Vaak is er geen oorzaak
en ontstaat de duizeligheid vanuit het “niets”. Er wordt aangenomen dat de duizeligheid het gevolg is van het verplaatsen van kristallen uit de “utriculus” in één van de halfcirkelvormige kanalen. Omdat deze kristallen zwaarder zijn dan de vloeistof in de kanalen, veroorzaakt dit een extra sterke prikkeling van de zenuwcellen in het aangedane kanaal waardoor u duizelig wordt na bewegen en uw arts op dat moment een specifieke oogbeweging - een “nystagmus” - ziet.

Diagnose
Op grond van de klachten die u hebt - kortdurend draaiduizelig worden na bewegen - kan uw arts vermoeden dat u BPPD heeft. Soms kunt u zich hierbij misselijk voelen. Vervolgens kijkt uw arts naar de reactie van uw ogen tijdens de kiepproeven (zie figuur). Zo kan worden vastgesteld welk kanaal is aangedaan. Meestal is dit één kanaal: het achterste verticale halfcirkelvormige kanaal aan de linker- of rechter zijde.



Behandeling
Een BPPD kan spontaan verdwijnen. Dit gebeurt bij de helft van de patiënten. Indien dit niet zo is, dan krijgt u oefentherapie volgens Brandt en Daroff voorgeschreven of wordt er een manoeuvre volgens Epley bij u verricht. Bij nek-en/of rugklachten kan de manoeuvre van Semont worden gebruikt. Als de klachten terugkomen, kan de manoeuvre worden herhaald.

Neuritis vestibularis

Neuritis vestibularis is een aandoening waarbij een gedeeltelijk of volledig functieverlies van één evenwichtszenuw of één evenwichtsorgaan ontstaat.

Oorzaak
De oorzaak is niet bekend. Er wordt verondersteld dat een virusinfectie de oorzaak is, omdat patiënten nogal eens een bovenste luchtweginfectie hebben doorgemaakt in de weken ervoor.

Klachten
De aandoening wordt gekenmerkt door een plotselinge draaiduizeligheid met aanvankelijk ook misselijkheid en braken. In het begin is er een specifieke oogbeweging, een rotatoire nystagmus,
te zien die naar het gezonde oor is gericht. Er zijn geen andere klachten zoals (toename van een al bestaand) gehoorverlies, dubbelzien of krachtsverlies. De patiënt voelt zich ernstig ziek en wil de eerste paar dagen het liefst zo stil mogelijk blijven liggen, want bij elke beweging neemt de duizeligheid toe. De klachten nemen in verloop van dagen tot weken af. Kortdurende duizeligheid na snelle, onverwachte hoofdbewegingen kan langer aanwezig blijven.

Diagnose
De diagnose wordt gesteld op grond van uw klachten en de bevindingen van uw arts bij spreekkameronderzoek. Soms zijn de klachten zo ernstig dat uw huisarts u doorverwijst
naar een specialist. Deze bepaalt of bij u een evenwichtsonderzoek en een gehoortest moet worden verricht.

Behandeling
Er worden zetpillen voorgeschreven om het braken tegen te gaan. Medicijnen die de duizeligheid onderdrukken zijn niet gewenst. Deze middelen vertragen het herstel. Het is van groot belang dat u gaat bewegen en niet stil blijft liggen of zitten, ook al wordt u daardoor juist duizelig. Door in beweging te komen zullen de klachten sneller afnemen, hoe vervelend u dat aanvankelijk ook vindt. Dan past uw lichaam zich beter aan de nieuwe situatie. De meeste mensen herstellen goed, maar sommigen kunnen nog lange tijd kortdurend onstabiel en duizelig worden na snelle en onverwachte bewegingen.

Contact

Academisch Medisch Centrum
Polikliniek Keel- Neus- en Oorheelkunde
Polikliniekgebouw A etage 2
Meibergdreef 9
1105 AZ Amsterdam
Telefoon: 020 - 5662888

Academisch Medisch Centrum
Afdeling Audiologie
Gebouw D etage 2
Meibergdreef 9
1105 AZ Amsterdam

Academisch Medisch Centrum
Functiecentrum
Gebouw D etage 2
Meibergdreef 9
1105 AZ Amsterdam

Academisch Medisch Centrum
Verpleegafdeling Keel- Neus- en Oorheelkunde
H5Noord
Meibergdreef 9
1105 AZ Amsterdam

Academisch Medisch Centrum
Secretariaat Keel- Neus- en Oorheelkunde
A2-234
Meibergdreef 9
1105 AZ Amsterdam
Telefoon: 020 - 5663789