Minder bijwerkingen met nieuwe therapie tegen longembolie

25 juli 2011

Een nieuw medicijn voor de behandeling van longembolie is even goed, maar heeft minder bijwerkingen dan de bestaande therapie. Bovendien is de nieuwe therapie gebruiksvriendelijker; in plaats van elke dag een pil is een wekelijkse injectie voldoende.

Dit blijkt uit een grote studie uitgevoerd in meer dan zestig landen, waarvan de resultaten vandaag zijn gepresenteerd op een congres in Japan. AMC-hoogleraar Vasculaire Geneeskunde Harry Büller is de coördinator van de studie naar de behandeling van longembolie. ‘Dit nieuwe medicijn is nog niet op de markt en moet nog worden toegelaten, maar als het zo ver is, dan is dit een verbetering voor de patiënten met longembolie.’
Bij sommige mensen komt een stolsel van het bloed in de longslagader terecht. Dat kan leiden tot ernstige klachten, zoals kortademigheid en pijn in de borst. Met medicijnen wordt geprobeerd het bloedstolsel op te lossen, veelal duurt de therapie een maand of zes. De behandeling bestaat nu uit een combinatie van medicijnen die dagelijks moet worden ingenomen. Er is daarbij een kans op forse bijwerkingen. Longembolie is een ernstige aandoening die in één tot twee personen per duizend voorkomt, veelal bij mensen van rond de zestig jaar.
Het nieuwe medicijn is getest in een groep van ruim drieduizend patiënten in meer dan zestig landen. De ene helft kreeg de gangbare medicatie (heparine gecombineerd met een vitamine K antagonist), de andere helft moest zich wekelijks injecteren met het nieuwe medicijn (idrabiotaparinux). De werking was vergelijkbaar, maar het aantal ernstige bijwerkingen daalde van 6,6 naar 4,5 procent.
De studie liet ook een bijkomend voordeel zien van de nieuwkomer. Ook na het stoppen van de medicatie bleef het medicijn nog enige maanden bescherming bieden, beter dan het nu gebruikte medicijn.
Het nieuwe middel wordt nu voorgedragen om toegelaten te worden. Büller verwacht dat het over ongeveer twee jaar op de markt kan komen. `Het lijkt een belasting dat patiënten zich wekelijks moeten gaan injecteren, maar het is te vergelijken met de injectie die diabetes-patiënten zichzelf dagelijks geven. Maar ook een huisgenoot of de huisarts kan het medicijn toedienen.’