Strippen stimuleert bevalling

1 oktober 2007

Wonderolie, borst- en tepelstimulatie, het breken van de vliezen: verloskundigen beschikken over een arsenaal aan trucs om de baring spontaan op te wekken als een zwangere vrouw de 42 weken dreigt te overschrijden. Maar werken die methodes wel? Verloskundige Esteriek de Miranda vond daarvoor onvoldoende bewijs. Alleen het strippen van de vliezen helpt echt.

Niet alleen een kind dat te vroeg wordt geboren loopt risico’s, ook wanneer het te lang in de baarmoeder verblijft. Bij een zwangerschap die langer duurt dan 42 weken bestaat de kans dat de placenta minder goed gaat functioneren, waardoor de baby in gevaar kan komen. Daarom geldt als regel dat vanaf een zwangerschapsduur van 42 weken een vrouw naar het ziekenhuis wordt verwezen, waar de gynaecoloog kan beslissen om met bepaalde middelen de weeën op te wekken.Weinig vrouwen verkiezen een dergelijke kunstmatige inleiding. Er zijn daarom in de loop der tijd verschillende methoden bedacht om de natuurlijke baring nog voor de 42 weken op gang te laten komen. Maar van al die methoden, zoals wonderolie, borst- en tepelstimulatie, het breken van de vliezen en het strippen van de vliezen, is nooit adequaat aangetoond of ze echt werken en of ze misschien zelfs een averechts effect hebben.Esteriek de Miranda dook de literatuur in, maar werd daar niet echt wijzer van. Zo lijken het kunstmatig breken van de vliezen en borst- en tepelstimulatie veelbelovende werkwijzen, maar tot nu toe uitgevoerde studies daarnaar leveren te weinig bewijs op om deze en andere niet-farmacologische methoden aan te bevelen in de dagelijkse praktijk.

Prostaglandinen
Strippen is verreweg de meest toegepaste methode, reden voor De Miranda om daar verder onderzoek naar te doen. Bij het strippen worden via de baarmoederhals met een of twee vingers de vliezen van de baarmoederwand losgewoeld. Als reactie daarop produceert het lichaam op lokaal niveau prostaglandinen. Deze hormoonachtige stoffen bevorderen het rijpen van de baarmoederhals en kunnen weeën opwekken. Niet iedereen is echter enthousiast over deze aanpak. Zowel onder verloskundigen als gynaecologen bevinden zich hartgrondige voor- en tegenstanders. De bezwaren zijn onder meer dat de vrouw contracties krijgt zonder dat de baring echt doorzet en zij daardoor uitgeput raakt. Door de stress van deze samentrekkingen van de baarmoeder zou de baby bovendien ontlasting lozen in het vruchtwater. Ook wordt gevreesd voor het voortijdig breken van de vliezen en een grotere kans op infecties. Zijn de meningen over strippen verdeeld, ook de onderzoeken naar deze methode laten tegenstrijdige resultaten zien. Verloskundige Esteriek de Miranda vindt het niet vreemd dat die bevindingen uiteenlopen. ‘De onderzoeksgroepen waren vaak klein en verschilden van elkaar in zowel studieopzet als het aantal deelnemers. Bovendien werden in heel wat onderzoeken de deelneemsters al vanaf 39 weken gestript. Daardoor kregen veel vrouwen, ook in de controlegroepen, spontane weeën omdat de meeste vrouwen nou eenmaal op tijd bevallen.’De Miranda besloot het nut van strippen te onderzoeken, maar uitsluitend bij vrouwen met een laagrisico zwangerschap en pas vanaf een zwangerschapsduur van 41 weken. Daarop promoveert ze vrijdag 26 oktober aan de Universiteit van Amsterdam. Voor ze met deze ‘Stripstudie’ begon, vroeg ze 1288 praktiserende verloskundigen wat zij zelf van deze interventie vinden. Ongeveer driekwart reageerde en van hen bleek 64 procent overtuigd van het positieve effect van strippen. Slechts 1 procent was absoluut tegenstander en de rest twijfelde of was neutraal. De eigen ervaring van de meeste verloskundigen was de bepalende factor voor de meningsvorming. De Miranda had verwacht dat het aantal tegenstanders groter zou zijn.

Enorme crisis
Het vinden van verloskundige praktijken die wilden meedoen aan de uiteindelijke Stripstudie, was niet eenvoudig. Bij de start in 2000 verkeerde de verloskunde namelijk in een enorme crisis. Het geboortecijfer in Nederland bereikte toen zijn hoogtepunt, waardoor er een tekort ontstond aan verloskundigen en de werkdruk enorm toenam. Veel praktijken die eerder hadden toegezegd, haakten daarom af. Uiteindelijk vond De Miranda toch nog 51 praktijken verspreid over heel Nederland die bereid waren om deel te nemen.In totaal werden 742 hoogzwangere vrouwen, door het lot verdeeld in twee groepen, gevolgd. Bij de ene groep stripten de verloskundigen bij zwangerschappen van 41 tot 42 weken om de twee dagen de vliezen indien de baring niet op gang kwam. De Miranda koos voor dit serieel strippen omdat uit eerdere onderzoeken was gebleken dat vaker strippen waarschijnlijk effectiever is dan eenmalig. De controlegroep onderging in die week geen extra behandelingen om de baring op gang te brengen.Het onderzoek toonde aan dat strippen wel degelijk zin heeft, met een kwart meer spontaan op gang gekomen baringen vóór de 42 weken. Het werkte niet bij iedere vrouw. Vooral de eerste keer strippen was succesvol. De Miranda: ‘Dat waren waarschijnlijk de vrouwen die toch wel waren bevallen maar nog een extra zetje nodig hadden. Verder zagen we weinig verschil tussen vrouwen die al vaker waren bevallen of die voor de eerste keer een kind kregen. Voor beide categorieën is strippen effectief. Wel blijkt dat vrouwen die eerder zijn bevallen, na succesvol strippen ook vaker in de eerste lijn hun bevalling kunnen afronden. Het strippen heeft namelijk geen invloed op het verdere verloop van de baring. Als de uitdrijving niet vordert, wat vooral voorkomt bij vrouwen die voor het eerst gaan baren, is een doorverwijzing naar het ziekenhuis alsnog noodzakelijk.’

Baarmoedermond rijper
Gezien de positieve resultaten raadt de onderzoekster iedere verloskundige aan om strippen na 41 weken zwangerschap aan te bieden. Want deze behandeling verhoogt niet alleen de kans op het beoogde effect, ook de vermeende nadelen waarmee de tegenstanders schermen komen niet vaker voor. Als extra reden om te strippen noemt De Miranda het feit dat daardoor de baarmoedermond rijper wordt.‘Uit het onderzoek is duidelijk geworden dat veel vrouwen die laat bevallen een lage Bishop-score hebben. Dit betekent dat hun baarmoedermond nog onrijp is. Bij zo’n ongunstige uitgangspositie kunnen inleidingen moeizamer verlopen. Als strippen geen weeën tot gevolg heeft, dan kan het in veel gevallen wel de baarmoedermond rijper maken. Hierdoor zijn minder prostaglandinen nodig bij de start van de inleiding.’Na hun bevalling vroeg De Miranda aan alle proefpersonen of ze zich bij een volgende overtijd-zwangerschap zouden willen laten strippen. Van de ‘strippengroep’ gaf 88 procent een bevestigend antwoord en van de controlegroep 79 procent. De wens om thuis te bevallen was de belangrijkste reden om gestript te willen worden.

John Ekkelboom

Deel dit |