Algemene Pediatrie I en II

Dr. Diederik Bosman
Dr. Diederik Bosman

'Deze stage is een eyeopener'

Stage: Kindergeneeskunde - Algemene Pediatrie I (het kind op de spoedeisende hulp) en II (effecten van migratie op de kindergeneeskunde)

Opleider: Dr. Diederik Bosman

Waarom heeft u voor dit vak gekozen?
‘Eigenlijk ben ik maag- darm- en leverdokter, maar ik vind het mooi dat ik me nu met algemene pediatrie bezighoud. Zo hoef ik me niet te focussen op een specifiek orgaan, maar kan ik het kind als geheel beschouwen. Toen ik nog als maag-, darm- en leverarts werkte, zag ik heel boeiende verschillen van aandoeningen tussen etnische groepen. Die verschillen intrigeerden me, en ik ging me erin verdiepen. Een collega-kinderarts van Marokkaanse afkomst, Dahhan Nordin, is hierbij een belangrijke inspirator voor mij geweest – en dat is hij nog steeds. Tien jaar geleden nam hij mij en een aantal collega's mee op studiereis naar Marokko. Daar heb ik heel veel geleerd over de patiëntengroep die hier in Nederland ruim vertegenwoordigd is. Zo werd mijn interesse in de effecten van migratie op kindergeneeskunde nog verder aangewakkerd.’

Wat is er zo bijzonder aan deze stages?
‘Stage II, effecten van migratie op kindergeneeskunde, is uniek in Nederland. Nergens anders wordt de gelegenheid geboden zoveel kennis en ervaring op dit gebied op te doen. Eigenlijk is het raar dat wij de enige zijn, want het onderwerp is ongelofelijk maatschappelijk relevant. In Amsterdam is 60 tot 70 procent van de kinderen allochtoon. Het zou dus totale onzin zijn om je ogen voor deze groepen te sluiten. De boeken over kindergeneeskunde gaan echter over autochtone, westerse kinderen. Die kennis is niet meer representatief. Neem bijvoorbeeld de ziekte FMF, die ziekte kan op lange termijn nierproblemen veroorzaken. In Amsterdam missen we misschien wel 80 procent van de patiënten met FMF, omdat we de ziekte niet signaleren. Waarom niet? Omdat ze bij Nederlandse kinderen nauwelijks voor komt. We zijn er dus niet alert op. Sommige ziekten komen bij bepaalde groepen veel vaker voor, of hebben een andere verschijningsvorm, of vergen een andere behandeling. Daar moet je je als kinderarts van bewust zijn. Stage I richt zich op de spoedeisende hulp voor kinderen. Tijdens deze stage word je opgeleid door zowel spoedeisende hulp artsen als kinderartsen. Deze gecombineerde aanpak is uniek in Nederland. Je leert hierdoor goed om te gaan met acute problemen bij kinderen. Het moeilijke aan dit vakgebied is dat je te maken hebt met een heel kwetsbare patiëntengroep met ongelofelijk uiteenlopende problemen. Je moet de situatie goed kunnen inschatten: kan het kind weer naar huis, of loopt het risico? Dat ga je leren, vooral door heel veel ervaring op te doen. Multi-etniciteit komt daarbij natuurlijk ook om de hoek kijken.’

Wat zal de aios zeker bijblijven?
‘Op de spoedeisende hulp zie je vaak schokkende en acute dingen, dat maakt natuurlijk veel indruk. Maar ik denk dat het de aios ook zal bijblijven hoe veel ze daar in korte tijd leren. Ik denk dat je als dokter altijd het meest bezorgd bent over de dingen die je het minst beheerst. De eerste keer dat je een reanimatie doet, ben je bang dat je het fout doet. In dat opzicht doe je bij stage I heel veel bagage op. Ik denk dat stage II in zijn geheel een eyeopener is. Het beeld dat artsen over het algemeen van etnische diversiteit hebben is een black box. Ze hebben geen idee van de verschillen in ziektebeelden tussen verschillende groepen. Aiossen zullen ervan versteld staan hoe nuttig deze stage is. Veel artsen denken bijvoorbeeld dat ze niet goed met patiënten kunnen communiceren wanneer de patiënten de taal niet goed beheersen. De aio zal gesprekstechnieken leren waardoor hij zal beseffen dat je wel degelijk een goed gesprek met deze patiënten kunt voeren. Ook met allochtone kinderen kun je grapjes maken, zodat het bezoek aan de dokter voor hen luchtig blijft. Die ervaringen zullen de aios prikkelen zich meer te verdiepen in de ander, in plaats van af te haken en te zeggen: “Ze begrijpen me toch niet, want ze kunnen geen Engels of Nederlands”.’

Hoe zou u de wereld van het AMC omschrijven?
‘Het ziekenhuis is erg op innovatie gericht, en een tikkeltje eigenwijs. Je wordt hier aangemoedigd in je eigen ideeën en oplossingen te geloven. Eigen initiatieven worden dan ook erg toegejuicht, het hoeft niet allemaal eerst van bovenaf te worden opgelegd. Natuurlijk kun je niet alles wat je verzint daadwerkelijk uitvoeren – je hebt ook te maken met financiën bijvoorbeeld – maar a priori is alles hier mogelijk.’