Het eerste studiejaar

In het eerste jaar maak je kennis met de beginselen van de geneeskunde, de organisatie van de zorg en de informatiekunde en informatica.

Beginselen van de geneeskunde: je maakt kennis met de (bio)medische basisprincipes. Je leert hoe het menselijk lichaam in elkaar zit, hoe cellen en organen eruit zien en hoe ze werken. Daarnaast leer je hoe een arts met zijn medische kennis een diagnose stelt bij een patiënt en bepaalt welke behandeling voor een patiënt het beste is.

Organisatie van de zorg: Je leert hoe de zorg in Nederland georganiseerd is. Hoe wordt de zorg van een patiënt afgestemd tussen de diverse betrokken partijen: huisarts, ziekenhuis, paramedici? En welke informatie wordt daarbij uitgewisseld? Je loopt stage in een huisartspraktijk, leert hoe huisartsen de gegevens van hun patiënten beheren in een huisartsinformatiesysteem en hoe de informatievoorziening in de praktijk is vormgegeven.

Informatica en informatiekunde: Je maakt kennis met basale informatica, informatiekundige methoden en de daarvoor benodigde wiskunde. Je leert programmeren in JAVA. Als medisch informatiekundige hoef je niet zozeer programmeur te worden, maar je moet wel programmeurs kunnen aansturen. Daarnaast leer je de basis van logica.

Gedurende het hele jaar leer je academische vaardigheden aan: hoe zoek je naar relevante literatuur, hoe schrijf je een paper en hoe presenteer je je resultaten?