Opbouw curriculum


De opleiding is opgebouwd aan de hand van vier thema’s. Deze thema’s komen ieder jaar terug. In elk thema staat een patiënt met zijn of haar ziekte centraal.

De thema’s:

  • Ontwikkeling, voorplanting en veroudering -> ontwikkeling van de mens, ingedeeld in drie levensfasen: ‘kindertijd en adolescentie’, ‘volwassenheid’ en ‘ouderdom’;
  • Waarnemen, denken en doen -> ziektebeelden en vraagstukken van het perifeer en centraal zenuwstelsel, zintuigen en het bewegingsapparaat;
  • Circulatie en milieu interieur -> ziektebeelden en vraagstukken van de drie orgaansystemen, hart en vaatstelsel, longen en nieren;
  • Regulatie en afweer -> ziektebeelden en vraagstukken rondom de stofwisseling, hormonale regulatie en maagdarmkanaal alsook de thematiek rondom afweer en infectie.

Door het gehele curriculum heen is er aandacht voor academische vaardigheden (onderzoek lezen en onderzoek doen) en professionele ontwikkeling.


Van eenvoudig naar complex
Tijdens het eerste studiejaar van de bachelor Geneeskunde oriënteert de student zich op het vakgebied Geneeskunde aan de hand van één van bovenstaande thema’s. Hierbij staat een patiënt met zijn of haar ziekte centraal. Tijdens het tweede en derde jaar worden de vier thema’s uitgediept.

Een voorbeeld van deze verdieping: in het thema ‘Ontwikkeling, voortplanting en veroudering’ bestuderen studenten in het eerste jaar een gezonde zwangere patiënt zonder complicaties. In jaar twee komt de zwangere patiënt weer terug. De stof uit het eerste jaar wordt herhaald, maar de context wordt ingewikkelder. De zwangere patiënt heeft bijvoorbeeld een hoge bloeddruk. In het derde jaar van de Bachelor heeft dezelfde zwangere vrouw een hoge bloeddruk en beginnen de weeën te vroeg. De stof is in het begin vrij eenvoudig en wordt steeds complexer. Daarbij is aandacht voor herhaling van eerder bestudeerde studiestof. Wij geloven dat hierdoor de kennis beter blijft hangen.