Dagcentrum

Voorwaarden

Er zijn enkele voorwaarden verbonden aan een behandeling in het Dagcentrum:
• uw kind heeft begeleiding van een meerderjarige;
• Indien u met de auto gaat, is naast de bestuurder een tweede begeleider nodig voor uw kind.
• uw kind gaat niet met het openbaar vervoer naar huis;
• uw kind heeft goede opvang na de operatie, gedurende 24 uur;
• uw kind of de begeleider kan zich in het Nederlands of Engels verstaanbaar maken;
• u of uw kind bent telefonisch bereikbaar;
• Nagellak en make-up dienen voor de ingreep verwijderd te zijn;
• uw kind is nuchter, zoals hieronder beschreven.

Soms kunnen opnames niet doorgaan omdat uw kind verkouden is of griep heeft. Neemt u bij twijfel nog vóórdat u naar het AMC gaat de temperatuur van uw kind op. Hetzelfde geldt als uw kind in aanraking is geweest met een kinderziekte, bijvoorbeeld rode hond, roodvonk of waterpokken. In deze gevallen dient u het Dagcentrum te bellen.

Nuchter
Uw kind dient in voorbereiding op de ingreep nuchter te blijven, tenzij de anesthesist iets anders met uw kind heeft afgesproken. Dit betekent:
• Tot 2 uur voor de afgesproken opnametijd mag uw kind alleen heldere vloeistoffen, zoals water, thee, appelsap en heldere aanmaaklimonade drinken. Let op: géén melk of melkproducten.
• Tot 6 uur voor de afgesproken opnametijd mag uw kind een lichte maaltijd eten (bijvoorbeeld een cracker of beschuit met jam, geen kaas of vlees) en alles drinken, ook de melkvoeding mag tot 6 uur voor de afgesproken opnametijd. Borstvoeding mag tot 4 uur voor de afgesproken opnametijd.

Wij adviseren uw kind 24 uur voor de opname geen alcoholhoudende dranken te gebruiken en niet te roken.

Het kan zijn dat de anesthesioloog vooraf aan de ingreep omtrent het nuchter zijn en medicatie andere afspraken maakt, bijvoorbeeld in het geval van diabetes. In dat geval dient uw kind zich te houden aan de afspraken met de anesthesioloog.

Meer informatie over de anesthesie vindt u bij de polikliniek Anesthesiologie, in de folder Voorbereiding op de Anesthesie en de folder Anesthesie (narcose).

Medicatie
• Als uw kind bloedverdunnende medicatie gebruikt zijn er afspraken gemaakt met uw behandelend arts en/of de anesthesist over het al dan niet stoppen daarvan.
• Indien uw kind in de week voor de operatie een pijnstiller nodig heeft, geeft u hem of haar dan alleen Paracetamol en geen Aspirine. Aspirine verstoort de bloedstolling.
• Wanneer uw dochter de anticonceptiepil gebruikt, dient zij deze normaal door te blijven slikken. Na de narcose kan zij de rest van de cyclus echter niet meer op volledige bescherming rekenen.
Sommige patiënten moeten een uur voor de ingreep nog medicijnen innemen. Hierbij krijgt uw kind een paar slokjes water.

We raden u aan om voor de opname Paracetamol aan te schaffen in een dosering die geschikt is voor de leeftijd van uw kind.