Psychiatrie afdeling Angststoornissen

Angststoornissen

De afdeling Angststoornissen biedt behandeling voor de volgende angst- en/of dwanggerelateerde problemen:

Obsessieve Compulsieve Stoornis (OCS)

Mensen met een Obessieve Compulsieve Stoornis (OCS) hebben last van dwanggedachten (obsessies) en / of dwanghandelingen (compulsies).

Dwanggedachten en dwanghandelingen
Dwanggedachten (obsessies) zijn steeds terugkerende ideeën of voorstellingen die zich aan iemand opdringen en hem of haar moeilijk loslaten. Dergelijke gedachten zijn ongewild en onplezierig.

Dwanghandelingen (compulsies) zijn handelingen die steeds op een bepaalde manier moeten worden uitgevoerd (rituelen). Als de handelingen niet op de vaststaande manier uitgevoerd worden geeft dat veel spanning of angst.

Dwanghandelingen staan vaak in direct verband met iemands (dwang)gedachten. Door het uitvoeren van dwanghandelingen probeert men namelijk vaak datgene te voorkomen waar men zo bang voor is (bijvoorbeeld: mensen die bang zijn dat hun huis ontploft omdat zij bang zijn dat zij de gaskraan open hebben laten staan, kunnen de gaskraan blijven controleren, ook al weten zij eigenlijk wel dat deze dicht is). Met andere woorden, met het uitvoeren van de dwanghandelingen probeert men de angst die ontstaat in reactie op de (dwang)gedachte te verminderen.

Vermijding
Mensen met een OCS zijn ook vaak geneigd om situaties te vermijden die dwanggedachten oproepen of dwanghandelingen uitlokken. De dwangstoornis kan lichte of ernstige vormen aannemen. De dwanghandelingen en dwanggedachten kosten veel tijd (meer dan een uur per dag) en doen vaak ernstig inbreuk op de dagelijkse bezigheden, het werk, studie of sociale activiteiten en relaties.

Behandeling
Voor de behandeling van OCS zijn grofweg twee mogelijkheden: een medicamenteuze behandeling en een psychotherapeutische behandeling. Hoewel u kunt kiezen voor één van deze behandelvormen, wordt afhankelijk van de ernst van de klachten voorgesteld een combinatie van deze behandelvormen toe te passen. Hiervoor is een dagbehandelingsprogramma ontwikkeld.

Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS)

Traumatische ervaring
Wie een traumatische gebeurtenis meemaakt, wordt geconfronteerd met zijn of haar kwetsbaarheid, hulpeloosheid en de vaak afschrikwekkende kanten van het gedrag van anderen. Na het meemaken van een traumatische ervaring is het dan ook niet vreemd dat mensen daar enige tijd last van hebben, bijvoorbeeld in de vorm van opdringende herinneringen aan de gebeurtenis. Men noemt dit dan een normale reactie op een abnormale gebeurtenis. Bij veel mensen verdwijnen deze klachten vanzelf.

Posttraumatische stress stoornis
Als de klachten aanhouden, kan er sprake zijn van een Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS). Iemand met PTSS heeft last van: herbelevingsklachten (bijvoorbeeld opdringerige flashbacks, nare dromen, of lichamelijke klachten als men aan de gebeurtenis denkt), vermijdingsklachten (bijvoorbeeld niet over de gebeurtenis willen praten, het vermijden van de plaats waar het is gebeurd, geen andere mensen willen zien), en hyperactivatieklachten (bijvoorbeeld slecht slapen, snel geïrriteerd zijn, onveilig voelen en snel schrikken).

Er is sprake van PTSS wanneer de klachten minimaal een maand duren en het dagelijks functioneren verstoren. Dit kan gevolgen hebben voor het sociale leven en tot problemen op het werk leiden (bijvoorbeeld concentratieproblemen). Ook worden bijkomende problemen, zoals overmatig alcoholgebruik, nogal eens gezien bij mensen met een PTSS. Wanneer de klachten langer dan drie maanden aanhouden, wordt gesproken van een PTSS van chronische aard.

Behandeling enkelvoudig trauma
PTSS ten gevolge van een duidelijk kerntrauma (zoals een overval, auto-ongeluk, of ramp) is erg goed te behandelen met medicatie of Traumagerichte Cognitieve Gedragstherapie (TG-CGT). Deze beide behandelingen zijn wetenschappelijk uitgebreid onderzocht en zeer effectief bevonden. Al deze behandelingen vallen onder de Poliklinische Zorg.  

Behandeling meervoudig trauma
PTSS kan ook ontstaan door langdurige blootstelling aan (meerdere) traumatische gebeurtenissen zoals vaak het geval is bij geestelijke of fysieke mishandeling. Er kan dan sprake zijn van een meer complexe vorm van PTSS en mede als gevolg van de herhaaldelijke blootstelling aan traumatische gebeurtenissen (bijvoorbeeld in de vroege jeugd) een stoornis of problematiek in de persoonlijkheid zijn ontstaan. Behandeling zal dan bestaan uit langduriger zorg, mogelijk in samenwerking met een van onze collega-instellingen.

Body Dysmorphic Disorder (BDD)

BDD is een stoornis in de lichaamsbeleving. Wie eraan lijdt meent dat één of meer lichaamsdelen afstotelijk zijn, terwijl buitenstaanders meestal niets opvalt. Vaak vinden buitenstaanders de reactie van iemand met BDD dan ook overdreven. Echter, de patiënt is overtuigd van zijn lelijkheid en lijdt daar zeer onder.

Preoccupatie en obsessie met het uiterlijk
Mensen met BDD zijn duidelijk gepreoccupeerd met hun uiterlijk of een deel daarvan zonder dat er een duidelijk aantoonbare afwijking is. De eigen verschijning leidt tot zowel walging van zichzelf als tot extreme schaamte.

Een buitenstaander ziet gewoonlijk niets bijzonders aan iemand met BDD. In sommige gevallen kan er wel sprake zijn van een betrekkelijk kleine onvolmaaktheid (bijvoorbeeld littekenvorming of nauwelijks waarneembare asymmetrie), maar de extreme negatieve kritiek van de BDD-patiënt staat in geen verhouding tot een objectieve beoordeling. De lichaamsdelen worden aan een ongelooflijke hoeveelheid aandacht en strenge zelfkritiek onderworpen. Zo veroorzaakt deze obsessie vaak duidelijk lijden en/of problemen in sociale omgang met mensen, op het werk of op andere belangrijke terreinen.

Veiligheidsgedrag
De BDD-patiënt vertoont vaak veiligheidsgedrag, zoals het 'toonbaar' maken van het defect of afwijking door bijvoorbeeld make-up en het bevestiging zoeken in spiegels en in blikken van anderen. Spiegels worden in andere gevallen juist vaak vermeden omdat de confrontatie met het ingebeelde defect eenvoudigweg te confronterend is. Iemand met BDD denkt dikwijls dat vreemden naar zijn misvorming staren en erover praten of lachen. Deze handelingen kosten doorgaans steeds meer tijd en nemen dikwijls enkele uren per dag in beslag.

Vermijding
Mensen met BDD vermijden veel situaties. Men gaat niet naar werk of school en vermijdt andere sociale situaties vanwege de angst voor schut te staan. In extreme situaties raken mensen totaal geïsoleerd en vervreemd van de samenleving. Menig patiënt met BDD eindigt in de behandelkamer van een plastisch chirurg om het defect te laten verhelpen, overigens bijna altijd zonder resultaat of zelfs met verergering van de klachten.

Behandeling
De behandeling die uit onderzoek het meest effectief is gebleken is cognitieve gedragstherapie. Deze kan zowel poliklinisch en individueel als in groepsvorm en dagbehandeling plaatsvinden.
  
Uw huisarts kan u direct doorverwijzen naar onze afdeling.

Paniekstoornis

Mensen met een paniekstoornis hebben last van zogenaamde paniekaanvallen. Deze paniekaanvallen komen meestal geheel onverwacht. Tijdens zo'n paniekaanval krijgt men last van allerlei lichamelijke verschijnselen, die in korte tijd heel hevig worden. Soms spreekt men bij deze klachten ook wel van “hyperventilatie”. Het gaat om klachten als benauwdheid, duizeligheid, hartkloppingen, trillen of beven, misselijkheid, een pijnlijk gevoel op de borst, het gevoel flauw te vallen, koude rillingen, of zweten.

Vaak is men tijdens zo'n aanval bang om dood te gaan, flauw te vallen, of de controle te verliezen. Vervolgens zijn mensen ook bang om een nieuwe aanval te krijgen.

Paniekstoornis met agorafobie
Paniekaanvallen zijn erg onaangenaam. Veel mensen die last hebben van paniekaanvallen, gaan activiteiten of situaties vermijden, waarbij of waarin zich eerder een paniekaanval heeft voorgedaan. Ook kan men situaties waaruit men moeilijk denkt weg te kunnen, of waar hulp ontbreekt als zich opnieuw een paniekaanval zou voordoen, gaan vermijden. Voorbeelden daarvan zijn: drukke winkels, het openbaar vervoer of autosnelwegen. Wanneer iemand dergelijke situaties vermijdt, of doorstaat met grote angst, dan is er sprake is van een agorafobie (ook wel bekend als straatvrees).

Behandeling
Een paniekstoornis wordt poliklinisch behandeld met cognitieve gedragstherapie.

Sociale fobie

Mensen die last hebben van een sociale fobie zijn bang dat anderen hen kritisch zullen beoordelen. Ze voelen zich vaak onzeker over zichzelf en zijn bang dat anderen hen misschien niet aardig, interessant of normaal zullen vinden. Een sociale fobie kan zich op veel verschillende manieren uiten.
 
Vermijding
Mensen met een sociale fobie zijn geneigd om situaties die hen angstig maken uit de weg te gaan. Als het niet lukt om de situaties te vermijden voelen ze zich vaak erg ongemakkelijk.

 
Specifieke en gegeneraliseerde sociale fobie
Er zijn twee subtypen van de sociale angststoornis. Als men bang is in één specifieke situatie (bijvoorbeeld bij het geven van een toespraak of muziek- of theateruitvoering, ook wel ‘podiumvrees’ genoemd), dan is sprake van een sociale fobie van het "specifieke" subtype. De meeste mensen met een sociale fobie voelen zich echter angstig in meerdere soorten sociale situaties, (bijvoorbeeld verjaardagen, vergaderingen, voor je mening opkomen, een gesprek aangaan met een onbekende, etc). Er wordt dan gesproken van een sociale fobie van het "gegeneraliseerde" subtype.

Trichotillomanie en skin picking disorder

Trichotillomanie en skin picking disorder zijn beide impuls controle stoornissen. Ze worden ook wel gerekend tot de dwangstoornissen of het obsessieve-compulsieve spectrum, omdat ze worden gekenmerkt door dwangmatig zelfbeschadigend gedrag.
 
Diagnose trichotillomanie
Bij trichotillomanie is er sprake van het uittrekken van eigen haar, meestal uit de hoofdhuid maar ook wenkbrauw, oogwimpers of een combinatie daarvan. Dit gebeurt automatisch (‘onbewust’) of juist met gerichte aandacht. Meestal is er voorafgaande aan het uittrekken van de haren een gevoel van spanning, dat direct na het haren uittrekken overgaat in een tijdelijk gevoel van opluchting of bevrediging.

Trichotillomaniepatiënten geven echter vaak aan dat na dit prettige gevoel er schuldgevoelens en schaamte ontstaan. Trichotillomanie kan leiden tot kale plekken waar ook schaamte uit voort kan komen. Mensen die haren uittrekken bedekken daarom niet zelden het hoofd met een hoofddoek of petje.
 
Diagnose skin picking
Bij skin picking (of dermatillomanie) is er sprake van zelf toegebrachte huidbeschadigingen, door voortdurend krabben, peuteren, en uitknijpen van kleine afwijkingen (zoals pukkeltjes) en de gave huid. Er wordt regelmatig in de spiegel gecheckt hoe de huid eruit ziet. Patiënten met skin-picking controleren zichzelf in de spiegel.

Net als bij trichotillomanie is er meestal voorafgaande aan het peuteren aan de huid een gevoel van spanning, dat direct na het peuteren overgaat in een tijdelijk gevoel van opluchting of bevrediging. Ook bij skin-pickers is er vaak sprake van schaamte en schuldgevoelens. Om de beschadigde huid te verbergen wordt kleding of make-up gebruikt, of mensen gaan de deur niet meer uit.
 
Controleverlies
Patiënten met trichotillomanie en skin picking disorder hebben vaak het gevoel de controle verloren te zijn en begrijpen niet waarom ze er niet mee kunnen ophouden. De drang om haren te trekken of aan de huid te peuteren is vaak zo groot, dat het voelt alsof er geen weerstand tegen geboden kan worden.
 
Behandeling
Naar de huidige stand van de wetenschap hebben medicatie met een serotonerge werking (antidepressiva) en gedragstherapie de voorkeur bij de behandeling van ongewenste gewoonten zoals trichotillomanie en skin-picking. Bij de gedragstherapie gaat het om de toepassing van een zelfcontroleprocedure.

Patiënten krijgen procedures aangeboden die het hun mogelijk maken de gewenste gedragveranderingen zelf tot stand te brengen. Ze leren vaardigheden om hun gedrag te beïnvloeden en daardoor meer macht te krijgen over hun ongewenste gewoonte. Elementen van belang hierbij zijn een bewustwording van het gedrag, onder andere door een zelfregistratieprocedure, beïnvloeding van de keten van gedachten en handelingen die leiden tot het uitvoeren van het ongewenste gedrag, en het zelf kunnen toepassen van consequenties, nadat het gedrag heeft plaatsgevonden.

Deze therapie wordt op de polikliniek Angststoornissen van het AMC aangeboden in een groepsbehandeling die 1 keer per 2 weken gedurende 16 weken plaatsvindt. Uit eerdere ervaring met deze groepsbehandeling blijkt dat deze methode effectief is in het verminderen van de klachten.

Body Integrity Identity Disorder (BIID)

BIID is het fenomeen waarbij het lichaamsbeeld van mensen niet overeenkomt met hun daadwerkelijke lichaam. Zo zijn er mensen die zich bijvoorbeeld pas compleet voelen als een gedeelte van hun been geamputeerd zou zijn. Andere mensen zouden graag gedeeltelijk of helemaal verlamd door het leven gaan.
 
Om meer inzicht te krijgen in de oorzaken en behandelmogelijkheden van BIID wordt in het AMC onderzoek gedaan naar BIID. Zo wordt met behulp van een hersenscan gekeken of er afwijkingen in de hersenen zijn en wordt er doormiddel van DNA-onderzoek bekeken of er een genetische achtergrond voor BIID is.
 
Herkent u zichzelf in de beschrijving van BIID en zou u graag met een arts spreken of mee willen werken aan een van de onderzoeken, dan kunt u contact opnemen met Martijn Figee, psychiater m.figee@amc.nl of met Rianne Blom, onderzoeker r.m.blom@amc.nl.

Misofonie

Mensen met misofonie ervaren gevoelens van irritatie, walging en/of woede bij het horen van geluiden die op zich onschuldig zijn. Deze geluiden zijn meestal door mensen geproduceerde geluiden, zoals smak- en slikgeluiden. Misofonie betekent letterlijk ‘haat van geluid’. Mensen met misofonie hebben zoveel last van de heftige emoties die worden opgeroepen door deze geluiden, dat ze die zoveel mogelijk gaan vermijden. Dit kan tot gevolg hebben dat ze zich steeds meer gaan isoleren en sociaal gaan disfunctioneren.

Over misofonie is nauwelijks medische literatuur. Er is dus nog weinig over bekend. Zo weten we bijvoorbeeld niet hoe vaak het voorkomt.

Behandeling
In het AMC hebben we een misofoniebehandeling ontwikkeld die bestaat uit technieken uit de cognitieve gedragstherapie en psychomotore therapie. Om meer inzicht te krijgen in wat misofonie is en om de behandelmogelijkheden verder te ontwikkelen, wordt er in het AMC onderzoek naar gedaan. Er wordt met behulp van hersenscans gekeken of er afwijkingen in de hersenen gevonden kunnen worden. Verder wordt gezocht met DNA-onderzoek naar een genetische achtergrond voor misofonie. Voor meer informatie over behandeling en onderzoek, kunt u contact opnemen met één van de volgende behandelaren:

  • Drs. A. van Loon, klinisch psycholoog (a.j.vanloon@amc.nl)
  • Dr. N. Vulink, psychiater (n.c.vulink@amc.nl)

Uw huisarts kan u direct doorverwijzen naar onze afdeling.

Artikel
In de wetenschapsbijlage van het NRC van 24 januari 2013 stond het artikel 'Agressief door smakkers', over misofonie en het opnemen van misofonie als apart ziektebeeld in het handboek voor psychiatrische stoornissen.

Hoarding

'Het moeite hebben met het weg doen van spullen en/of spullen niet mee te nemen'. Uw huis hoeft niet helemaal vol te staan met spullen om hoarding c.q. verzameldwang te hebben. Het gaat om de overmatige betekenis die u geeft aan de spullen, waardoor u spullen bewaart die in de ogen van veel anderen overbodig zijn. Bewaart u spullen vanuit sentimentele-, emotionele- en of vanuit intrinsieke redenen?  Heeft u daarnaast moeite met het scheiden van hoofd- en bijzaken of kost het u meer moeite om over kleine zaken een besluit te nemen waar andere mensen geen probleem mee hebben?  En ervaart u dat anderen last hebben van uw (hoeveelheid) spullen en u zelf niet?

Herkent u zich in bovenstaande dan zou het kunnen dat u in mindere - of meerdere mate last heeft van hoarding.

Diagnose

Sinds eind 2013 is er een aparte diagnose voor hoarding. Voorheen was verzameldwang gediagnosticeerd onder een dwangstoornis. Een belangrijk verschil is echter de emotionele beleving.  Bij mensen met hoarding zien we dat de emotionele beleving positief is op het moment dat u spullen meeneemt of behoudt. U voelt zich blij omdat u iets kan behouden of meenemen.  Bij een dwangstoornis wordt de emotie angst ervaren.

Doel

Het doel van de behandeling is het terugdringen en/of beheersbaar krijgen van het te veel aan spullen.

Behandeling

In het AMC worden hoarding klachten behandeld, zowel individueel als in de groep.  De behandeling bestaat uit cognitieve gedragstherapie. We hebben verschillende onderdelen uit deze therapievorm genomen die het meest passend zijn voor het terugdringen van de klachten.
De behandeling  gaat altijd in samenwerking met een thuiszorg organisatie bij u in de regio. De thuiszorgbegeleider / ambulant werker  wordt actief bij de behandeling betrokken. Sinds eind 2015 is er naast de individuele-, groepsbehandeling. De groepsbehandeling bestaat uit:  12 sessie, 1 maal per 3 weken een middag. En 6 nazorg bijeenkomsten. Uit ervaring blijkt groepsbehandeling effectiever te zijn dan individuele therapie.

Onderzoek

Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de groepsbehandeling, de resultaten en behandeling.

Behandelaren

Dr. N. Vulink, psychiater, n.c.vulink@amc.nl)
B.C.E.M. Blom, Gz psycholoog, b.c.blom@amc.nl
R.R. de Joode, cognitief gedragstherapeutisch werker, r.r.dejoode@amc.nl

Uw huisarts kan u direct doorverwijzen naar onze afdeling.

Contact

Telefoonnummer:
020 - 8913600

Schriftelijke correspondentie:
Psychiatrie Angststoornissen
Academisch Medisch Centrum
Postbus 22660
1100 DD Amsterdam

Meer informatie

AMC Psychiatrie