Wat kan ik verwachten?


Voordat een arts/onderzoeker met een wetenschappelijk onderzoek kan beginnen, schrijft hij een onderzoeksprotocol. Daarin staat precies wat hij wil onderzoeken en hoe hij dat gaat doen. Er staat ook in welke belasting (hinder) de proefpersoon (patiënt of gezonde vrijwilliger) waarschijnlijk kan verwachten. Bij het schrijven van zo’n protocol moet de onderzoeker rekening houden met allerlei wetten en speciale regelgeving voor onderzoek bij mensen.

Eerst naar de medische ethische toetsingscommissie
Een protocol voor onderzoek-met-mensen moet altijd worden voorgelegd aan de medisch ethische toetsingscommissie van het AMC. Die commissie gaat nauwkeurig na of het onderzoek voldoet aan de regels van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO). Dat is de wet die de bescherming van proefpersonen regelt. Daarna moet de Raad van Bestuur nog toestemming voor het onderzoek geven. Pas als de toetsingscommissie en de Raad van Bestuur allebei ‘ja’ hebben gezegd, mag het onderzoek worden uitgevoerd.

Laat u goed voorlichten
Als u gevraagd wordt om mee te doen met een wetenschappelijk onderzoek, krijgt u eerst informatie over dat onderzoek. Die helpt u om te beslissen of u wilt deelnemen. U krijgt informatie op papier en de onderzoeker legt u zelf ook het een en ander uit. Natuurlijk kunt u hem of haar alles over het onderzoek vragen wat u maar wilt.

In de informatie-op-papier staat wat het uiteindelijke doel van het onderzoek is en hoe het precies wordt uitgevoerd. De voor- en nadelen en de risico’s staan er ook in beschreven, en als er nog extra onderzoeken aan vast zitten wordt dat duidelijk vermeld. Verder kunt u erin lezen wat uw rechten (en plichten) als ‘deelnemer’ zijn, op welke vergoeding of onkostenregeling u kunt rekenen en hoe u als proefpersoon verzekerd bent. Er staat bovendien in hoe ervoor wordt gezorgd dat u privacy (persoonlijke gegevens en levenssfeer) goed beschermd blijft. En natuurlijk staat de naam van de onderzoeker erbij, met een telefoonnummer en e-mailadres waarop hij of zij te bereiken is.

Alle onderzoeksgegevens worden tijdens het onderzoek ‘gecodeerd’. Dat wil zeggen: alleen de onderzoeker komt te weten welke gegevens bij welke patiënt horen. Met die gegevens wordt zorgvuldig en vertrouwelijk omgegaan.

Toestemming geven
Als u besluit met het onderzoek mee te werken, moet u zelf toestemming geven. Dat doet u door een toestemmingsformulier te ondertekenen. Als u liever niet deelneemt is dat geen probleem. Als u patiënt bent krijgt u dan de ‘gewone’ behandeling voor uw ziekte of aandoening, in plaats van de behandeling die wordt onderzocht.

Toestemming intrekken
Ook als u al toestemming hebt gegeven, kunt u nog besluiten om niet aan het onderzoek mee te werken. Dat kan zelfs als het onderzoek volop aan de gang is. De arts zal dan met u overleggen hoe de behandeling het beste kan worden voortgezet.

Uw arts weet er ook van
Als u vragen hebt over het onderzoek, of over uw deelname daaraan, kunt u ook altijd bij uw behandelend arts terecht. Zodra het onderzoek is afgerond, laat uw hij of zij dat weten.

De uitkomsten
De gegevens die in een wetenschappelijk onderzoek worden verzameld, gebruikt een onderzoeker meestal om een artikel of proefschrift te schrijven. Vaak komen de uitkomsten in een medisch vakblad. Dan kunnen andere artsen en onderzoekers er weer gebruik van maken voor hun behandeling en onderzoek.