Arthroscopische ingreep: algemene informatie

Een arthroscopische ingreep, wat is dit precies? Voorbereiding en de nazorg.

De arthroscopische ingreep
Uw orthopedisch chirurg heeft u geadviseerd een arthroscopische ingreep te ondergaan. Arthroscopie betekent: in het gewricht kijken. Meestal gaat het om de knie, soms om de schouder of de enkel en af en toe om de heup of elleboog.
Via een klein sneetje wordt een kijkinstrument in het gewricht gebracht. Dit is verbonden met een beeldscherm waarop de chirurg de operatie kan volgen. Tijdens een arthroscopie wordt het gewricht van binnen gecontroleerd op beschadigingen. Er wordt een spoelinstrument en een werkinstrument (tangetje of een schaartje) ingebracht om de ingreep uit te voeren.

Voorbereidingen op de operatie
Enige weken/maanden voor de operatie gaat u naar de polikliniek anesthesiologie. Daar bespreekt u met de anesthesist uw voorkeur voor een algehele anesthesie of een plaatselijke verdoving. De opname vindt plaats in dagbehandeling.
Als u bloedverdunners gebruikt, dan hoort u van uw behandelend arts hoeveel dagen voor de opnamedatum u daarmee moet stoppen. Na een enkel- of kniearthroscopie zult u enkele dagen op krukken moeten lopen. U moet zelf voor elleboogkrukken zorgen en deze mee naar het AMC nemen.

Na de operatie
De operatie duurt ongeveer een half uur tot één uur. Vanuit de operatiekamer gaat u naar de uitslaapkamer. Hier wordt u verzorgd door speciaal opgeleide verpleegkundigen. Als u weer helemaal fit bent, mag u naar huis. Na de ingreep krijgt u een drukverband. Dit mag meestal na drie dagen worden verwijderd. De wondjes zijn gesloten met hechtingen of hechtpleisters, deze worden na twee weken op de polikliniek verwijderd. Na een knie- of enkelarthroscopie mag u meestal belast lopen met behulp van twee elleboogskrukken. Na een schouder- of elleboogarthroscopie krijgt u een mitella. Voor het ontslag krijgt u uitleg over wat er bij de operatie is gezien en gedaan. Indien nodig krijgt u een recept voor pijnstillers mee.

Complicaties en risico's
Een arthroscopie is een veel uitgevoerde en doorgaans succesvolle operatie. Toch bestaat er een kans op complicaties. Algemene operatierisico’s, zoals: (na)bloedingen, zenuwletsel, trombose en infectie zijn er bij iedere operatie. In al deze gevallen dient u contact op te nemen met uw behandelend arts of uw huisarts.

Uit het ziekenhuis
Na twee weken komt u op de polikliniek voor controle. Verdere nacontrole vindt plaats in overleg met uw behandelend orthopedisch chirurg. U krijgt zonodig oefeninstructies mee voor oefeningen thuis. Fysiotherapie is over het algemeen niet noodzakelijk. Indien de arts het wel nodig vindt, krijgt u een verwijzing voor fysiotherapie mee naar huis. Houd thuis uw arm of been hoog, bijvoorbeeld op kussens. Let hierbij op dat de knie in gestrekte stand ligt.
In het algemeen kunt u na één tot twee weken het werk weer hervatten. Na één tot twee maanden kunt u in de regel weer sporten.

Tot slot
Heeft u nog vragen dan kunt u bellen met de polikliniek orthopedie, telefoon: (020)566 2294.

Laatste wijziging: dinsdag 17 mei 2011

Laatste wijziging: 18 februari 2014 14:31