Galblaasoperatie (galstenen)

 

Welke klachten geven galstenen? Hoe verloopt het onderzoek en worden de klachten behandeld? Is een operatie altijd noodzakelijk?

De galblaas

De galblaas is een klein peervormig hol orgaan, rechts boven in de buik. In de galblaas wordt gal (geproduceerd door de lever) geconcentreerd en opgeslagen. Gal is een vloeistof, die belangrijk is voor de spijsverte­ring in de darm (met name de vertering van vetten). De gal vloeit van de lever door de hoofdgalgang naar de twaalf­vingerige darm (het duodenum). Via een zijgang is de gal­blaas verbon­den met deze hoofdgalgang. Wanneer de darm even geen gal nodig heeft, vloeit het overschot aan gal door de zijgang naar de gal­blaas en wordt daar geconcentreerd en opgeslagen. Zodra er voedsel -en vooral vet voedsel - in de darm komt, perst de galblaas zijn in­houd door de galgangen in de darm. Wanneer de galblaas ver­wijderd is, wordt deze functie overgenomen door de lever en de hoofdgal­gang.

Galstenen
In de galblaas kunnen zich stenen vormen. De oorzaak hier­van is niet precies bekend. Ze komen meer voor bij vrou­wen en bij te dikke mensen. Ook neemt de kans op stenen duidelijk toe met de leeftijd. Veel galste­nen worden toevallig ontdekt, bij een echo- of röntgenon­derzoek. Dit zijn de zogenaamde ?stille stenen?. Ze geven geen klach­ten en een be­handeling is dan ook niet nodig. Alleen galstenen die duidelijke en ernstige klachten geven moeten behandeld worden.

Klachten
Het is in de praktijk vaak lastig om de oorzaak van buikklachten vast te stellen. Allerlei afwij­kingen in de buikstreek geven klachten die sterk op elkaar lijken. Onderzoek naar buikklachten levert ook niet altijd afwijkingen op. Bepaalde klachten horen duidelijk bij galstenen, van andere is dat minder zeker.­ Welke klachten duiden op het (mogelijke) bestaan van galstenen?

  1. Heftige buikpijnaanvallen die gepaard gaan met een gelige verkleuring van het oog­wit en de huid, ook wel geelzucht (icterus) genoemd. Een galsteen heeft de gal­gang naar de darm verstopt waardoor de gal niet meer bij het te verteren voedsel komen. Het gevolg is een ontkleurde ontlasting. De gal komt in het bloed terecht, met als gevolg een gelige verkleuring van de huid en bruine urine. Ook kan een infectie van de galwegen met hoge koorts ontstaan. In deze situatie is meestal een acute ingreep noodzakelijk via een endoscopie of soms een operatie.
  2. Veel buikpijn, maar zonder optreden van geelzucht. Een galsteen is vastge­klemd in de uitgang van de gal­blaas en sluit deze helemaal af. Er is een grote kans op een galblaas­infec­tie met veel pijn en hoge koorts. Een infectie kan ook zonder afsluiting of andere duidelijke aanlei­ding ontstaan. Ook in deze situatie is een acute ingreep (operatie) meestal de beste behandeling.
  3. Een scherpe pijnaanval in de rechter bovenbuik, vaak uitstralend naar de rug, gepaard gaand met misselijkheid/braken. De patiënt heeft meestal drang om te bewegen. Ook minder heftige vormen met vagere klachten komen voor. Dit is een galsteenkoliek. Er is een steentje in de uitgang van de galblaas of ergens in de galgangen klem geraakt. De pijn kan vanzelf ophouden als het steentje weer losraakt en in een wijder gedeelte of in de darm terechtkomt òf wanneer de galblaas te uitgeput is om nog verder te persen. De behandeling bestaat in eerste instantie uit het beëindigden van de koliek met medicijnen, daarna kan een operatie worden overwogen.
  4. Aanvallen van vage pijn, misselijkheid en een naar gevoel in de (rechter)bovenbuik, vooral na het eten van vet, ei, chocola of bepaalde groenten, zoals koolsoorten.

Onderzoek
Bij bovengenoemde klachten geeft algemeen lichame­lijk onderzoek vaak onvoldoende informatie om de diagno­se galstenen met zekerheid te kunnen stellen. Bloedonderzoek kan belangrijke aanvullende informatie geven, maar meestal is een echo­grafie noodzakelijk. Echografie is een veilig en pijnloos onder­zoek, waarbij met behulp van geluidsgolven de lever, gal­blaas, gal­gangen en eventuele galstenen in beeld worden gebracht. Soms zijn aanvullend onderzoeken nodig om afwijkingen aan naburige organen zoals maag, darm of alvlees­klier uit te sluiten.

Behandeling van de klachten
Afhankelijk van de ernst en de soort klachten zijn verschillende behandelingen mogelijk of noodzakelijk.

Dieet
Lichte galsteenklachten kunnen vaak met een vetarm dieet goed onder controle worden gehouden.

Medicijnen
Een acute koliekaanval kan goed bestreden worden met een zetpil of injectie met een pijnstiller, die ook meteen de kramp van de galblaas en de galgang opheft.

E.R.C.P
Galstenen die zich in de hoofdgalgang tussen de lever en de darm bevinden kunnen meestal verwijderd worden met een endoscopie. Via de slokdarm en de maag wordt een flexibele buis in de twaalfvingerige darm gebracht. Met een grijpertje wordt de galsteen weggehaald. Dit lukt niet in alle gevallen, waardoor soms toch een operatie nodig is.

Operatie
De beste methode om galsteenklachten te behandelen is een opera­tieve verwijdering van de galblaas inclusief alle stenen (een cholecystectomie). Wanneer alleen de stenen worden verwijderd zal de galblaas niet genezen maar weer nieuwe stenen gaan vormen. Daarom zijn methoden als het vergruizen van galstenen, of het oplossen met medicijnen, niet echt succesvol.

Er zijn twee methoden om de galblaas te verwijde­ren, een laparoscopische (kijk)operatie of een conventionele operatie. Uw chirurg zal met u bespreken wat in uw geval de beste methode is. Bij beide methoden is een volledige verdoving (narcose) noodza­kelijk.

Laparoscopische galblaasverwijdering (kijkoperatie)
Deze methode heeft in het algemeen de voorkeur. Allereerst wordt via een naald een speciaal gas in de buikholte geblazen. Hierdoor ontstaat ruimte en geeft de chirurg een goed overzicht. Door kleine sneetjes in de buikwand worden instrumenten ingebracht: vlak onder de navel een buis met een lamp en een camera (de laparoscoop) en aan weerszijden de hulpinstrumenten.

Eerst worden de galgang, die van de galblaas naar de hoofdgalgang loopt, en de bloedvaten van de galblaas opge­zocht, afge­klemd en doorgeknipt. Dan wordt de galblaas losge­maakt van de lever en met stenen en al via de laparoscoop verwij­derd. Het gas wordt uit de buik weggezogen en de wonden worden met enkele hechtingen gesloten. Soms is het nodig om voor korte tijd een wonddrain achter te laten.

Voor meer informatie over deze kijkoperatie leest u de folder: Galblaasverwijdering (middels laparoscopie).

In een klein aantal gevallen blijkt tijdens de operatie dat het niet mogelijk is om op deze manier veilig de galblaas te verwijderen. De galblaas kan bijvoorbeeld te sterk vergroeid zijn met de omge­vende weefsels, door eerdere ontstekingen of buikoperaties. Er wordt dan overgegaan tot een conventionele operatie. U moet er altijd reke­ning mee houden, dat dit ook bij u het geval kan zijn.

Conventionele galblaasverwijdering
Bij de conventionele methode maakt de chirurg een snede in de buikwand, die ofwel schuin onder de rechter ribbenboog, ofwel in de lengterichting midden in de bovenbuik loopt. Meestal is een snede van 10-15 cm. voldoende om bij de galblaas te kunnen. Het verwijderen van de galblaas gaat in principe op dezelfde wijze als tijdens de laparoscopie, alleen heeft de chirurg nu rechtstreeks contact met de organen.

Wanneer er een steen in de hoofdgalgang zit, opent de chirurg deze, verwijdert de steen en sluit de galgang weer. Er blijft een drain achter, waardoor de gal tijdelijk naar buiten kan afvloei­en. Dit is nodig voor een veilige genezing. Vaak wordt ook voor korte tijd een wonddrain in de buik aangebracht om een mogelijke vochtophoping in het galblaasge­bied te laten af­vloeien. De verwijderde galblaas wordt altijd microscopisch onder­zocht op bijzonderheden.

Nazorg
Bij gezonde patiënten kan een laparoscopie tijdens een korte ziekenhuisopname of in dagbehandeling plaatsvinden. De napijn is met gewone pijnstillers goed te verdragen. Drinken is meestal na enkele uren al mogelijk en eten normaal gesproken de volgende dag. De wondverzorging is minimaal. U krijgt een controleafspraak op de polikliniek.

Voor de conventionele galblaasoperatie is meestal een opname van 3-7 dagen nodig. De wond is in het begin pijnlijk, vooral bij bewegingen, diep ademhalen en hoesten. Vaak werken de darmen tijdelijk wat minder, zodat drinken en eten niet direct mogelijk zijn. De wonddrain wordt binnen enkele dagen weer verwijderd. Wanneer er een drain in de hoofdgalgang is geplaatst, moet deze langer blijven zitten. Een week na de operatie wordt een röntgenfoto van de galgang gemaakt. Daarbij wordt een vloeistof in de drain gespoten om te controleren­ of de gal goed afloopt naar de darm en of er geen galstenen zijn achtergebleven. Als alles in orde is, wordt de drain enkele dagen later verwijderd.

Complicaties
Zoals bij iedere operatie bestaat er een kleine kans op een bloeding of wondinfectie. Vooral na een conventionele galblaasoperatie treedt wel eens een longontsteking op, wanneer vanwege de wondpijn na de operatie onvoldoende diep wordt doorge­ademd. Soms ontstaat later een littekenbreuk, vooral na diepe wondin­fecties en bij patiënten die sterk hoesten. Beschadiging van de galgang is een gelukkig zeldzame maar ernsti­ge complicatie, die meestal een nieuwe ingreep noodzake­lijk maakt.

Weer thuis
De wond heeft bij een normale genezing geen speciale verzor­ging nodig en u kunt zich gewoon wassen of douchen. Na de operatie is een vetarm dieet niet meer noodzakelijk, maar het blijft in het algemeen raadzaam om niet te veel vet voedsel te gebrui­ken. Het hangt verder van veel verschillende factoren af hoe snel u zich weer de ?oude? voelt. Uw leeftijd, algemene conditie en de aard van de operatie spelen hierbij een belangrijke rol.

Na een laparoscopie kunnen de meeste patiënten binnen een paar weken alle gebruikelijke activiteiten weer hervatten, na een conventionele operatie kan dit langer duren.

Op de polikliniek controleert de chirurg de wondgenezing en verwijdert de uitwendige hechtingen. Ook het algemene herstel en eventuele bij­zonderheden bespreekt de chirurg met u.

Tot slot
Als u na het lezen van deze tekst nog vragen hebt, stelt u die dan gerust aan de chirurg of aan de verpleegkundige.

Polikliniek Chirurgie: 020 566 2714 (tijdens kantooruren)
Dagbehandelingscentrum: 020 566 4458
Eerste Hulp: 020 566 3333 (buiten kantooruren)

Laatste wijziging: dinsdag 17 mei 2011

Deel dit |

Contact

Vragen over planning:
020 – 566 4117
Maandag tot en met vrijdag van 7.30 tot 16.30 uur

Vragen over verzorging:
020 - 566 4458
Maandag tot en met vrijdag van 7.30 tot 19.30 uur