Trans-urethale resectie prostaat (TURP)

In deze tekst vindt u algemene informatie over het via de plasbuis verwijderen van een gedeelte van de prostaat. Wat houdt deze zogenaamde TURP-operatie in? Waaruit bestaat de voorbereiding? Wat zijn de mogelijke risico’s en complicaties? Hoe gaat het na de operatie? U moet er rekening mee houden dat uw eigen situatie kan afwijken van de algemene regels.

De prostaat
Iedere man heeft een prostaat. De prostaat is ongeveer even groot als een kastanje en ligt rondom de plasbuis (de urethra), onder de ingang van de blaas (zie figuur).

Ligging van de blaas bij de man; (1) anus; (2) prostaat; (3) blaas; (4) plasbuis; (5) darmen.
Ligging van de blaas bij de man; (1) anus; (2) prostaat; (3) blaas; (4) plasbuis; (5) darmen.

Wat is een transurethrale resectie van een prostaat (TURP)?

“TURP’ is het acroniem voor Trans-Urethrale Resectie (van een) Prostaat. De TURP is een urologische operatietechniek waarbij een gedeelte van de prostaat wordt verwijderd met behulp van een scoop. Transurethraal betekent dat de operatie via de plasbuis (de urethra), dus via de natuurlijke weg wordt uitgevoerd. Resectie wil zeggen dat een gedeelte van de prostaat wordt weggesneden.

Het doel van deze ingreep is:

  • het bestrijding van plasklachten;
  • het opheffen van chronisch urineresidu; en
  • het opheffen van terugkerende haematurie (bloed bij urine).

Voorbereiding TURP
U wordt de dag voor de operatie opgenomen op de Afdeling Urologie. U heeft die dag een gesprek met de verpleegkundige en de zaalarts. Ook de operateur en de anesthesist komen die dag langs. Voor de operatie dient u vanaf een bepaald tijdstip nuchter te zijn. Dit houdt in dat u vanaf dan niets meer mag eten en/of drinken. Het exacte tijdstip waarop het vasten ingaat, hangt af van de tijd waarop wij u de volgende dag opereren. De verpleegkundige geeft u hierover instructies.

Verloop van de operatie
Een TURP vindt plaats onder algehele narcose of onder regionale verdoving. Bij regionale verdoving geven wij u een ruggenprik. Wij noemen dit spinale- of epidurale anesthesie. Om de prostaat te kunnen inspecteren brengt de uroloog een kijkbuisje in de plasbuis. Doordat aan dit instrument een lisje is bevestigd, kan de uroloog er ook mee opereren. Door dit lisje loopt elektrische stroom, waardoor het prostaatweefsel stukje voor stukje kan worden weggesneden. Er ontstaat dus een wond in de prostaat. Eventuele bloedvaatjes kunnen met dit lisje dicht gebrand worden. De wand van de prostaat blijft aanwezig, alleen het weefsel dat de plasbuis dichtdrukt wordt weggehaald.

Met een spoelvloeistof, die door de kijkbuis de blaas invloeit, worden de weggesneden stukjes afgevoerd. Na de operatie wordt een drieweg blaas-katheter ingebracht met daaraan een spoelsysteem. Het spoelen van de blaas vermindert de kans op een bloeding na de operatie en de kans op stolsels.

Verloop na de operatie
Als u na de operatie weer terug bent op de verpleegafdeling gaat het spoelen door. Op geleide van de kleur van uw urine bouwen we het spoelen vervolgens stapsgewijs af. Na verloop van tijd staken we het spoelen. De blaaskatheter verwijderen wij echter pas als de urine helder van kleur blijft. Vervolgens dient het spontane, zelf plassen weer op gang te komen. Als dit goed gaat, mag u met ontslag. Na de operatie kunt u problemen ervaren met plassen en kan het voorkomen dat u de plas soms moeilijker kan ophouden. Ook is het mogelijk dat er nog wat bloed bij de urine zit. Dit is een tijdelijk probleem.

Bij uw ontslag uit het ziekenhuis krijgt u van ons een afspraak mee voor controle bij uw behandelend arts. Tijdens dit polibezoek wordt bekeken of de klachten van vóór de operatie zijn verminderd en hoe het plassen dan gaat.

Leefregels na de operatie
Om de vorming van bloedstolsels te voorkomen adviseren wij u ca. 2-2½ liter water per dag te drinken. Wij adviseren u om de eerste tijd geen zware lichamelijke arbeid te verrichten, niet te fietsen, zwaar te tillen en geen seks te hebben. Ook wordt geadviseerd om persen bij de stoelgang te vermijden om zo geen druk te krijgen op het operatiegebied. U kunt eventueel medicatie gebruiken om de ontlasting zachter te maken.

Optredende klachten na een TURP
Na een TURP treden meestal blaaskrampen op. U kunt ook een schrijnend gevoel hebben in de plasbuis. Het plassen gaat vaak samen met meer aandrang en u zult frequenter naar het toilet moeten. In de loop van enkele weken wordt dit weer normaal. De urine is soms nog bloederig van kleur zijn. Dit is niet verontrustend.

U dient contact op te nemen met uw behandelend arts:

  • als u duidelijk bloedstolsels plast;
  • als eventueel bloedverlies niet vermindert;
  • als u koorts heeft boven de 38,5 °C;
  • bij ernstig brandende pijn bij het plassen die niet vermindert;
  • of - wanneer u niet meer kunt plassen.

Risico’s en complicaties bij de operatie
Het kan enige tijd duren voordat het ophouden van de plas weer perfect lukt. Dit komt doordat de sluitspier, die immers ‘stroomafwaarts’ van de prostaat ligt, tijd nodig heeft om aan de ferme straal urine, die nu weer langs stroomt, te wennen.

Na een TURP komt bij een orgasme het sperma in de blaas terecht. Het sperma gaat als het ware de verkeerde kant op doordat het afsluitspiertje dat dit normaliter verhindert, bij de TURP meestal ‘sneuvelt’. Erectiestoornissen treden na de ingreep normaliter niet op.

Er kan een urineweginfectie optreden die gepaard gaat met koorts. Ook kan een bijbalontsteking ontstaan. Ook die gaat samen met koorts. Meestal zijn beide complicaties goed met antibiotica te behandelen.

Het is mogelijk dat, na langere tijd, een vernauwing van de plasbuis door de vorming van littekenweefsel ontstaat. Soms is dan een nieuwe operatieve ingreep noodzakelijk.

Tot slot
Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft stelt u die dan gerust aan de uroloog of aan de verpleegkundige.

Tijdens kantooruren Polikliniek Urologie. Telefoon: 020 - 566 31 11
Buiten kantooruren Verpleegafdeling Urologie (G.5-Zuid). Telefoon: 020 - 566 8906

AMC-folder: "Het verwijderen van een gedeelte van de prostaat; de trans-urethrale resectie (TURP)" (Pdf).

Laatste inhoudelijke wijziging 14 februari 2007 (Patiëntenvoorlichting AMC)
Laatste wijziging: dinsdag 29 maart 2011

Deel dit |