Trombosebeen

Bij u is een trombosebeen vastgesteld. In deze folder wordt kort uitgelegd wat dat precies is en wat de gevolgen voor u zijn.

Diagnose

De officiële naam voor een trombosebeen is “diepveneuze trombose”. Het betekent dat er een stolsel vastzit in een bloedvat (“vene”) in het been. Dit type bloedvat is verantwoordelijk voor de terugvoer van bloed vanuit de voet, de kuit en het been terug naar het hart en naar de longen. Doordat er een stolsel in het bloedvat aanwezig is kan het bloed minder goed worden afgevoerd. Dit kan leiden tot klachten als pijn en een dik, warm en/of rood been. Bij veel patiënten weten we niet waarom een trombosebeen ontstaat.

Het gevaar van een trombosebeen is dat er een deel van het stolsel los kan schieten en naar de longen stroomt, waar het een longembolie veroorzaakt. Om dit te voorkomen, en om de klachten te verhelpen, worden trombosebenen behandeld.

Behandeling

De behandeling van een trombosebeen bestaat uit twee onderdelen:

  1. antistolling: dit is medicatie die de stolling remt
  2. een steunkous

Antistolling

Om groei van het stolsel en om vorming van nieuwe stolsels te voorkomen moet het bloed worden ontstold. Dit gebeurt met antistollingsmedicijnen in de vorm van tabletten. De optimale dosering van deze tabletten verschilt sterk per persoon en wordt daarom regelmatig gecontroleerd door de trombosedienst. De trombosedienst controleert iedere week hoe de mate van stolling van uw bloed is en vertelt hoeveel tabletten u nodig heeft. Hoe lang u de tabletten moet gebruiken wordt op de polikliniek besproken, maar dit is ten minste drie maanden.

Het duurt even voordat een patiënt goed is ingesteld op de tabletten van de trombosedienst. Daarom worden alle patiënten tijdens het instellen behandeld met een tweede antistollingsmiddel (Fraxodi). Dit zijn spuitjes met antistollingsmiddel die patiënten zichzelf 1 keer per dag toedienen. De spuitjes worden onderhuids toegediend. De trombosedienst vertelt u wanneer u kunt stoppen met de spuitjes.

Steunkous

Uit onderzoek is gebleken dat het dragen van een steunkous de klachten van een trombosebeen sterk vermindert. Deze steunkousen geven druk op het been waardoor het been slanker wordt, het bloed beter doorstroomt en de klachten afnemen. U heeft een tijdelijke steunkous meegekregen om het been de eerste twee weken iets slanker te maken. Na twee weken kunt u een permanente kous laten aanmeten, u heeft hier een recept voor meegekregen. U kunt een steunkous laten aanmeten in iedere winkel met thuiszorgartikelen, of tijdens een speciaal inloopspreekuur op de polikliniek Dermatologie in het AMC, elke dinsdag van 13:30 - 15:30. Belt u in dat laatste geval even een dag van tevoren met 020-566 2530 om te horen of het spreekuur doorgaat.

De huidige standaard behandelduur van de kous is op dit moment 2 jaar, maar op dit moment loopt er een onderzoek in het AMC om te kijken of 6 maanden ook voldoende is. Op de polikliniek wordt dit onderzoek met u besproken.

Controle

Wij zien u graag ter controle op onze polikliniek Vasculaire Geneeskunde. U wordt gebeld om hier een afspraak voor te maken. Mochten wij u telefonisch niet kunnen bereiken, dan wordt er een afspraak voor u ingepland, waarover u schriftelijk bericht krijgt.

Als u vragen heeft, kunt u bellen met de polikliniek Vasculaire Geneeskunde: 020-566 2098.



Vasculaire geneeskunde / Patiëntenvoorlichting

Laatste wijziging: 31 maart 2014 15:20

Deel dit |