Vertegenwoordiging en behandelingsbeperkingen


Rechten van minderjarigen

De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt de relatie tussen de patiënt en de zorgverlener. De rechten van minderjarigen zijn ook vastgelegd in deze wet. De wet onderscheidt drie leeftijdsgroepen:

  1. Kinderen tot 12 jaar
    Voor een onderzoek of behandeling van een kind jonger dan 12 jaar is toestemming van de ouders/voogden vereist. Het kind hoeft zelf geen toestemming te geven, maar heeft wel recht op informatie. De hulpverlener moet de inhoud van de informatie en de wijze waarop hij deze geeft, afstemmen op het bevattingsvermogen van het kind.
  2. Jongeren van 12 tot en met 15 jaar
    Bij een onderzoek of behandeling van jongeren van 12 tot en met 15 jaar geldt als hoofdregel dubbele toestemming. Dat wil zeggen dat toestemming van de ouders/voogden èn de jongere is vereist. Op deze hoofdregel bestaan twee uitzonderingen. In deze gevallen kan op verzoek van de jongere worden volstaan met diens toestemming.
    Eerste uitzondering: ernstig nadeel
    De hulpverlener kan volstaan met toestemming van de jongere als het nalaten van de behandeling ernstig nadeel voor hem met zich mee zou brengen. Voorbeelden hiervan zijn de behandeling van een geslachtsziekte, het geven van een vaccinatie en het voorschrijven van de pil. De hulpverlener is in deze gevallen niet verplicht om de ouders/voogden in te lichten. Ook hoeft de hulpverlener aan hen geen toestemming te vragen.
    Tweede uitzondering: weloverwogen wens
    De hulpverlener kan de jongere behandelen zonder toestemming van de ouders/voogden als dit de weloverwogen wens van de jongere is. De hulpverlener kan een eventuele weigering van de ouders/voogden in dat geval naast zich neerleggen. Voorbeelden zijn een abortus provocatus en een vaccinatie. Bij deze uitzondering moet de hulpverlener in principe wel overleggen met de ouders/voogden.
  3. Jongeren van 16 jaar en ouder
    Jongeren boven de zestien jaar geven zelfstandig toestemming voor behandeling en onderzoek. Toestemming de ouders/voogden is dan niet meer nodig. Ook als de ouders/voogden het er niet mee eens zijn, kan uw kind op zijn/haar verzoek behandeld worden. De hulpverlener is gehouden aan het beroepsgeheim, ook naar de ouders/voogden. Als uw kind of uzelf geen toestemming geeft, is het belangrijk dat duidelijk kenbaar te maken aan de arts. Wilt u meer informatie over toestemming door kinderen, dan verwijzen we u naar de website Stichting Kind en Ziekenhuis .

Toestemming van beide ouders

In normale situaties gaan we ervan uit dat als de minderjarige door een van beide ouders wordt begeleid, deze ouder ook toestemming geeft namens de andere ouder. In bijzondere situaties zullen we vragen om de expliciete toestemming van beide ouders. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het gaat om een zeer ingrijpende behandeling.
Als na een scheiding beide ouders het gezag (wettelijke vertegenwoordiging) hebben over hun kind, hebben beide ouders recht op informatie en gaan we er ook in deze situatie van uit dat ouders elkaar informeren. Heeft één van beide ouders het gezag, dan beslist de andere ouder niet meer mee over de behandeling. De niet-gezagdragende ouder heeft wel het recht om - op verzoek - belangrijke (‘doelgerichte’) informatie over de gezondheidstoestand van het kind te krijgen.

Vertegenwoordiging bij wilsonbekwaamheid

Het uitgangspunt is dat u zelf beslist of u een onderzoek of een behandeling in het AMC ondergaat. Maar als u wilsonbekwaam bent, zal iemand anders namens u moeten beslissen. U bent wilsonbekwaam als u bewusteloos bent of in coma. Ook kan er sprake zijn van wilsonbekwaamheid bij een ernstige psychische stoornis, een verstandelijke beperking of in het geval van dementie.
Als u wilsonbekwaam bent, neemt een vertegenwoordiger uw rechten en bevoegdheden over. Als u geen persoon schriftelijk heeft gemachtigd om als uw vertegenwoordiger te handelen, dan is door de wet bepaald wie er kan optreden als vertegenwoordiger. In eerste instantie is dat uw echtgenoot, uw geregistreerde partner of andere levensgezel. Het kan natuurlijk voorkomen dat deze dat niet kan of niet wenst. Dan geldt vervolgens (één van de) ouders, uw kinderen, een broer of zus.
Het kan gebeuren dat een patiënt die wilsonbekwaam was, op enig moment weer zelf beslissingen kan nemen. In dat geval komt er uiteraard een einde aan de taak van de vertegenwoordiger en beslist de patiënt zelf weer over het wel of niet ondergaan van een onderzoek of een behandeling.

Rol van de vertegenwoordiger

Uw vertegenwoordiger krijgt alle informatie die nodig is om in uw belang een beslissing te nemen in situaties waarin u dat zelf niet (meer) kunt. Van de vertegenwoordiger wordt verwacht dat hij of zij die beslissing zoveel mogelijk neemt op basis van wat bekend is over uw wensen en opvattingen. Om die reden kan het nuttig zijn om op momenten dat u daartoe nog in staat bent, met uw beoogd vertegenwoordiger over uw wensen en opvattingen te praten.
Neemt de vertegenwoordiger namens u een beslissing, dan moeten de medewerkers van het AMC die beslissing in beginsel volgen. Zij mogen die beslissing alleen naast zich neerleggen als de vertegenwoordiger een onredelijke of onbegrijpelijke beslissing neemt.

Schriftelijke wilsverklaring

Misschien beschikt u over een wilsverklaring waarin u aangeeft welk behandelingen u in een toekomstige situatie wel en niet wilt ondergaan. Die wilsverklaring is van belang als u zelf niet meer in staat bent mondeling aan te geven wat uw wensen en opvattingen zijn. Het is belangrijk dat u of uw naasten de verpleegkundigen en artsen op de hoogte stellen van uw wilsverklaring. Als u opgenomen wordt, kunt u dat al doen bij het opnamegesprek. Een schriftelijke wilsverklaring moet door de arts worden gerespecteerd, tenzij er redenen zijn om aan de geldigheid van de verklaring te twijfelen. Hiervan kan bijvoorbeeld in de volgende gevallen sprake zijn:

  • De verklaring is oud.
  • In de verklaring zijn wijzigingen aangebracht.
  • Nadat de verklaring is opgesteld zijn er belangrijke veranderingen opgetreden in uw conditie. 
  • Nadat de verklaring is opgesteld zijn er belangrijke veranderingen opgetreden in de behandelingsmogelijkheden.

Als uit uw schriftelijke wilsverklaring niet (meteen) duidelijk is wat u bedoelt, zullen wij in samenspraak met uw naasten proberen zo goed mogelijk te achterhalen hoe wij uw wilsverklaring moeten interpreteren. Een belangrijk advies aan u is om uw in de verklaring vermelde wensen regelmatig met uw (huis)arts door te nemen en opnieuw van een datum te voorzien.

Behandelingsbeperking

Wanneer u zich onder behandeling stelt van een arts is de uitgangssituatie dat u elke behandeling krijgt aangeboden die nodig is om het leven te behouden en ziekte of gebrek te voorkomen of ervan te herstellen. Behandeling is uiteraard alleen mogelijk met uw toestemming, behalve wanneer er sprake is van een spoedeisende situatie en de tijd ontbreekt om de toestemming te vragen (zie: ‘Informatie over Rechten en Plichten: Uw behandeling’). Dan moet de arts tot handelen overgaan om ernstig nadeel te voorkomen. Er kunnen zich omstandigheden voordoen waarbij het ongewenst is om verder te behandelen of een nieuwe behandeling te beginnen. In dat geval wordt er een zogenoemde behandelingsbeperking ingesteld. Dit kan zowel op initiatief van de patiënt als van de behandelend arts gebeuren.

Behandelingsbeperking op initiatief van de patiënt

Voorbeelden van een behandelingsbeperking op initiatief van de patiënt zijn: 

  • het weigeren van een bloedtransfusie op grond van geloofsovertuiging; 
  • het weigeren van een operatie;
  • het weigeren van een opname op de intensive care afdeling; 
  • het weigeren van een reanimatie.

Als uw wensen betreffende een behandelingsbeperking weloverwogen tot stand zijn gekomen, dan zal uw behandelend arts deze respecteren en in uw medisch dossier vastleggen. Uw behandelend arts zal proberen om u te helpen bij het zo duidelijk mogelijk formuleren van uw wensen. Zo nodig zal hij op een later tijdstip bij u verifiëren of u bij uw eerder ingenomen standpunt bent gebleven. Vanzelfsprekend staat het u te allen tijde vrij om terug te komen op een eerder ingenomen standpunt.
Wanneer bij uw behandeling meerdere artsen betrokken zijn, zal uw hoofdbehandelaar de afspraken maken over een behandelingsbeperking. Alle andere bij de behandeling betrokken medewerkers moeten de gemaakte afspraken respecteren.
Als u in een door u ondertekende en van datum voorziene schriftelijke verklaring hebt aangegeven een bepaalde handeling of handelingen te weigeren, wordt deze verklaring door de artsen gerespecteerd, tenzij er redenen zijn om aan de geldigheid van de verklaring te twijfelen. Zie ook ‘Schriftelijke wilsverklaring’.

Behandelingsbeperking op initiatief van de behandelend arts

De arts zal het initiatief tot het instellen van een behandelingsbeperking nemen wanneer hij tot de conclusie is gekomen dat een bepaalde behandeling niet meer zinvol is of niet meer het beoogde resultaat kan hebben. Dit wordt een ‘behandelaanwijzing’ genoemd. De arts komt tot een oordeel daarover op grond van zijn deskundigheid en raadpleging van collega’s. Bij de oordeelsvorming houdt de arts ook rekening met uw standpunt of dat van uw vertegenwoordiger.
De arts motiveert en documenteert zijn oordeel in uw medisch dossier en zal dit direct bespreken met u of uw vertegenwoordiger. Omdat het oordeel van de arts afhankelijk is van de omstandigheden op dat moment, kan hij zijn oordeel bijstellen als die omstandigheden veranderen. Ook dit wordt met u of uw vertegenwoordiger besproken.

Wanneer sprake is van een dergelijke behandelaanwijzing wordt dit in uw medisch dossier vermeld door middel van een zogenoemde categorieaanduiding. Hierbij wordt eveneens de geldigheidsduur vermeld. Deze aanduiding maakt deel uit van het algemene gedeelte van het medisch dossier. Dit gedeelte van uw dossier is zichtbaar voor alle medewerkers die toegang hebben tot het dossier.

Contact

Telefoonnummer:
020 - 566 3355

Bereikbaarheid:
Werkdagen 9.00-12.30 uur en 13.00-15.30 uur

Locatie:
Polikliniekgebouw (A0): melden bij receptie

Postadres:
Academisch Medisch Centrum
Patiëntenvoorlichting & Klachtenopvang
Postbus 22660
1100 DD Amsterdam

E-mail:
Patiëntenvoorlichting