Totale heupprothese


De totale heupprothese

Als u een versleten heup heeft, kan dat erg pijnlijk zijn. In veel gevallen is pijn de voornaamste reden er iets aan te doen. Een orthopedisch chirurg kan u adviseren om een heupprothese te laten plaatsen.

De heup
Het heupgewricht is een kogelgewricht. Bij het lopen en bewegen draait de kop van het dijbeen soepel rond in de kom van het bekken. Dat is mogelijk omdat er op de kop en in de kom een laag kraakbeen zit. Kraakbeen is een glad, verend weefsel.


Wat zijn de klachten bij een versleten heup?

De meest voorkomende klacht bij slijtage van de heup is pijn. U voelt pijn in de lies, de bilstreek en dit trekt door naar het bovenbeen en de knie. U voelt dat het gewricht stijver wordt. Ook bij het opstaan doet het pijn (de zogenaamde startpijn). Lopen, bukken en de trap oplopen wordt steeds moeilijker. Deze klachten nemen toe als de slijtage verergert.

Wat zijn de oorzaken?
Bij het ouder worden vermindert de kwaliteit van het kraakbeen. Op oudere leeftijd is er vaak sprake van artrose: de kraakbeenlaag wordt aangetast en het onderliggende bot komt gedeeltelijk bloot te liggen. Bij een aangeboren heupafwijking is er een verhoogde kans op artrose. Het kraakbeen van de heup kan ook aangetast zijn door reuma. Een andere reden om de heup te vervangen is een dijbeenhalsbreuk.

Wanneer is een heupprothese noodzakelijk?
Als de slijtage voortzet, nemen de klachten toe. Medicijnen en fysiotherapie helpen vaak niet meer. Pijn is de voornaamste reden om een heupprothese (kunstheup) te plaatsen. Omdat een prothese geen onbeperkte levensduur heeft, wordt de operatie bij jonge patiënten zo lang mogelijk uitgesteld.

Wat kunt u met een heupprothese?
De pijn die u had, zal vrijwel altijd zeer sterk verminderen. Soms is het gebied de eerste maanden nog enigszins gevoelig. Na een jaar is meer dan negentig procent van de patiënten tevreden over het resultaat van de ingreep. De heup wordt minder stijf. Omdat de spieren rond de heup door langdurige pijn vaak korter zijn geworden, is de heup niet meer zo soepel als voorheen.

Wat is de levensduur van een heupprothese?
Hoe lang de levensduur van een heupprothese is, kan niemand precies aangeven. De levensduur van een kunstheup is onder meer sterk afhankelijk van uw activiteiten: hoe actiever u bent, hoe korter de prothese meegaat. Zware lichamelijke inspanning en sporten kunnen de levensduur beperken. Vraag hierover advies aan uw orthopedisch chirurg. De kunstheup kan eventueel opnieuw worden vervangen. Dat vergt een grotere operatie. Slijtage van het materiaal komt in zeer geringe mate voor. De levensduur van de prothese wordt in het algemeen beperkt doordat een van de onderdelen los gaat zitten. De kans hierop is wisselend: soms gebeurt het pas na tien of vijftien jaar, soms helemaal niet. U moet daarom uw leven lang elk jaar of om de twee jaar op controle komen. Een belangrijk onderdeel van deze controle is een röntgenfoto van de heup.

Artrose en een kunstheup
De orthopedisch chirurg heeft artrose geconstateerd in uw heupgewricht en u heeft samen met uw arts besloten tot de plaatsing van een kunstgewricht.
Artrose betekent dat het kraakbeen, waarmee de kop en kom van de heup bedekt zijn, is aangetast en afneemt in dikte. In de volksmond heet dit ook wel “een versleten heup”.

De behandeling van artrose bestaat o.a. uit vervanging van uw heup door een kunstheup (een totale heupprothese.) Hierbij wordt het aangedane kraakbeen van de kom vervangen door een nieuwe kunststof kom en de heupkop wordt vervangen door een metalen kop die vast zit op een steel die in het dijbeen wordt vastgezet.

Voorbereidingen op de operatie

Enige weken/maanden voorafgaand aan de operatie gaat u naar de polikliniek anesthesiologie. De anesthesist beoordeelt of er aanvullende maatregelen nodig zijn om u lichamelijk zo goed mogelijk voor te bereiden op de operatie. U kunt met de anesthesist uw voorkeur bespreken voor algehele narcose of plaatselijke verdoving.
Gebruikt u bloedverdunners, dan hoort u van uw behandelend arts hoeveel dagen voor de opnamedatum u daarmee moet stoppen.

In het AMC organiseren we regelmatig voorlichtingsbijeenkomsten over deze operatie. Tijdens deze bijeenkomst gaan de orthopedisch chirurg, de verpleegkundige, de fysiotherapeut en de maatschappelijk werker uitgebreid in op de voorbereiding, de opname en de nazorg. U krijgt tijdens deze voorlichtingsbijeenkomst een verwijzing mee voor de fysiotherapeut.
De fysiotherapeut zal u leren om met 2 krukken of andere hulpmiddelen te lopen en geeft oefeningen om uw spieren rond het te opereren gewricht te versterken en de algemene conditie te verbeteren.

De eerste weken na de operatie moet u op uw rug slapen omdat het gewrichtskapsel eerst moet herstellen. Probeert u zonodig voor de operatie vast daaraan te wennen.

Na de operatie mag u bepaalde bewegingen niet maken. U mag b.v. niet bukken. Zorgt u voor de operatie daarom alvast voor een verhoogd bed, een verhoogde stoel en een verhoogd toilet. Ook handgrepen in de douche en/of de toiletruimte geven zekerheid. Bovendien bent u de eerste tijd bij het lopen aangewezen op krukken, een looprek, rollator en/of stok. Deze voorzieningen zijn in de thuiszorgwinkel verkrijgbaar. Ook hiervoor geldt dat u ze beter voor de operatie in huis kunt halen.

Eenmaal thuis na de operatie kunt u niet zelf het huishouden doen. Ga daarom voor de operatie (eventueel samen met uw huisarts) na welke hulp nodig is. Bent u alleenstaand, dan moet u zich afvragen of tijdelijke opvang elders noodzakelijk is.

De operatie
De operatie duurt twee tot drie uur. De heupkop wordt verwijderd en in de heupkom wordt een kom van kunststof of metaal geplaatst. Hierna zet de chirurg in het bovenbeen een metalen pen, waarop een kop is vastgemaakt, die precies in de kom past. Het hele gewricht wordt dus vervangen door een kop en kom die precies in elkaar passen. Tijdens en na de operatie krijgt u antibiotica om de kans op infectie te verkleinen.

Na de operatie

Vanuit de operatiekamer gaat u naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer), waar u intensief gecontroleerd wordt. Sommige patiënten zijn enigszins misselijk. U blijft hier tot u goed wakker bent, daarna gaat u terug naar de verpleegafdeling. Het litteken zit aan de zijkant van de heup en is ongeveer 20 cm lang. U krijgt pijnstillers tegen de pijn.

  • U heeft een infuus in uw arm voor het toedienen van vocht en medicijnen.
  • Soms zitten er in de operatiewond slangetjes (drains) om het wondvocht af te voeren.
  • U heeft een drukverband om uw heup en bovenbeen om nabloedingen te voorkomen.
  • De eerste dag na de operatie wordt bloed afgenomen om o.a. te controleren of u geen bloedarmoede heeft.
  • Ook maken we enkele dagen na de operatie een röntgenfoto van uw heupgewricht ter controle.
  • Om trombose te voorkomen begint u na de operatie met het toedienen van bloedverdunners via een injectie. U leert van de verpleging om dit zelf te doen. Dit doet u tot 4 weken na de operatie.

De hulp die u na de operatie krijgt is er op gericht u zo snel en goed mogelijk weer op de been te krijgen. Dit doet u samen met de verpleegkundige en de fysiotherapeut. U start de dag na de operatie met oefeningen. Sommige oefeningen kunt u snel zelfstandig uitvoeren, vaardigheden, zoals lopen en traplopen, zullen meer tijd en hulp vergen. In het ziekenhuis krijgt u daarbij dagelijks ondersteuning. Over het algemeen mag u de nieuwe heup meteen na de operatie belasten.

Complicaties
Vervanging van het heupgewricht is een veel uitgevoerde en doorgaans succesvolle operatie. Toch bestaat er een kans dat er complicaties optreden.

  • Er bestaat kans op infectie van de heupprothese of het gebied er omheen
  • De kop van de kunstheup kan uit de kom schieten. De kans hierop is de eerste drie maanden na de operatie het grootst. U dient zich daarom goed aan de instructies van de fysiotherapeut te houden en tijdens de revalidatie goed op te letten
  • Nabloeding van de wond kan optreden
  • Er kan sprake zijn van een verschil in beenlengte
  • Er is kans op trombose. Om dit te voorkomen, krijgt u na de operatie nog enige weken bloedverdunnende middelen
  • Zenuwbeschadiging (gedeeltelijke verlamming van het been) kan optreden

Uit het ziekenhuis

Na ongeveer vijf dagen mag u het ziekenhuis verlaten. Of u naar huis kunt is afhankelijk van uw situatie.

  • Wanneer u hulp heeft van partner, thuiszorg of familie is het mogelijk dat u thuis verder revalideert.
  • Wanneer u alleen woont of wanneer verzorging thuis moeilijk te realiseren is, moet u misschien voor een korte herstelperiode naar een verpleeghuis, herstellingsoord of wijkziekenboeg.

Indien de arts dit nodig vindt krijgt u na ontslag een verwijzing voor fysiotherapie. Na de operatie heeft u ongeveer drie maanden nodig om volledig te herstellen.

De hechtingen kunnen 14 dagen na de operatie door de huisarts worden verwijderd. Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een controleafspraak mee voor op de polikliniek (na 6 weken). De vervolgcontroles zijn na 3 maanden, 1 jaar, 2 jaar, 5 jaar en daarna vijfjaarlijks.

Wanneer moet u met de behandelend arts contact opnemen?
Neem contact op met de behandelend arts als:

  • de wond gaat lekken;
  • de wond dik wordt en/of meer pijn gaat doen;
  • u niet meer kunt staan, terwijl dit eerder goed mogelijk was.

Voor algemene informatie kunt u bellen met de polikliniek orthopedie: telefoon (020) 566 2294.
Voor informatie over de voorlichtingsbijeenkomsten belt u met bureau opname, telefoon: (020) 566 2956

www.ziekenhuis.nl (filmpjes/heupprothese). Drukt u na het openen van het scherm op play om het filmpje te starten.

Orthopedie/Patiëntenvoorlichting

Laatste wijziging: 28 augustus 2013 9:25

Deel dit |