C. Samenvatting vragenlijst aanmelding weefseldonor

Het Orgaancentrum vraagt bij het aanmelden naar de medische en sociale voorgeschiedenis en medicijngebruik van de overledene. Neem de vragen door met de naasten en/of haal de antwoorden uit het medisch dossier voordat u de donor aanmeldt.

Vragen m.b.t. het medisch dossier

  1. Was er sprake van sepsis of een andere infectie?
  2. Beschrijf het verloop van opname tot overlijden en geef ook de doodsoorzaak.
  3. Wat is de medische en sociale voorgeschiedenis?
  4. Wat is de lengte/het gewicht (postuur)?
  5. Medicatiegebruik (immunosuppressiva van de laatste drie maanden, inclusief labwaarden).
  6. Is er sprake van auto-immuunziekten, bindweefselziekten, klepaandoeningen of botziekten?
  7. Oogweefsel: heeft de donor oogoperaties ondergaan? Bijvoorbeeld laserbehandelingen?
  8. Huid: huidaandoeningen of bijzonderheden van de huid (o.a. tatoeages, BCC, ouderdomswratten, naevi, prednisonhuid, decubitis, overvulling of ribben zichtbaar)?
  9. Indien er sprake is van bloedverlies: welke infusies en/of transfusies zijn er gegeven en wanneer in de laatste 48 uur voor overlijden?
  10. Is er sprake van auto-immuunziekten, bindweefselziekten, klepaandoeningen en botziekten?

Vragen aan de nabestaanden

  1. Is er aanleiding om te vermoeden dat de patiënt risico heeft gelopen op een SOA, zoals HIV, Hepatitis etc.?
  2. Was er sprake van alcoholisme (complicaties?) en/of druggebruik (zo ja: wat, wanneer en hoe?)?
  3. Is de patiënt het afgelopen jaar buiten de Nederland op reis geweest? Zo ja, waar naar toe en wanneer was de reis?
  4. Is de patiënt tussen 1980 en 1996 langer dan zes maanden in het Verenigd Koninkrijk geweest? Dit geeft risico op prionziekten.

Praktische vragen

  1. Is er bezwaar tegen onderzoek op afgekeurde weefsels (transplantatiegericht onderzoek)?
  2. Willen de nabestaanden een brief ontvangen met informatie over welke weefsels zijn uitgenomen en of deze geschikt bleken voor transplantatie? Zo ja, noteer naam en adresgegevens in het dossier en beschrijf de relatie tot de overledene.
  3. Wie is de huisarts?
  4. Willen de nabestaanden op kortere termijn dan gebruikelijk weer over de overledene beschikken? De gebruikelijke periode is maximaal acht tot achtentwintig uur na overlijden.