Pijnbehandeling bij kanker; spinale medicatie

In deze tekst leest u over spinale pijnbehandeling bij kanker: hoe de katheter wordt ingebracht, welke medicijnen u krijgt toegediend en wat de bijwerkingen en complicaties zijn.

Wat is spinale pijnbehandeling?

Spinale pijnbehandeling is een vorm van pijnbehandeling bij kanker, waarbij u een dunne katheter (slangetje) ingebracht krijgt in de spinale ruimte (= holle ruimte in de rug, waar ook het ruggenmerg zit). Via deze katheter geven we pijnstillers door middel van een pompje.

Wanneer wordt het toegepast?

De behandeling is vooral geschikt bij pijn op één niveau. Dit houdt in dat de pijn gelokaliseerd is in òf de onderste lichaamshelft òf alleen de bovenste lichaamshelft òf alleen de romp.

Hoe gaat het inbrengen van de katheter?

Voor het inbrengen van de katheter wordt u opgenomen in het AMC. Het instellen van de juiste dosering kan enkele dagen tot een week duren.

In samenspraak met u brengen we de katheter in onder sedatie (met een rustgevend middel) of onder algehele narcose. We plakken de katheter op de rug vast.

Eenmaal zeker van de juiste positie van de katheter zoekt de anesthesioloog naar een middel of een combinatie van middelen om de pijn voldoende te onderdrukken. Hierbij wordt ook gelet op zo min mogelijk ongewenste bijwerkingen. Daarnaast leggen we een infuus aan om -wanneer nodig - snel medicatie of extra vocht toe te dienen.

Medicatie via een pompje

Meestal combineren we een morfineachtige stof (bv. morfine) met een lokaal verdovingsmiddel (bv. bupivacaïne). Het is ook mogelijk alleen morfine toe te dienen.

Morfine wordt voornamelijk toegediend via een pompje. In de thuissituatie gebruiken we hiervoor vaak een draagbaar pompje, dat op batterijen werkt. Het pompje heeft een knop om extra pijnstillers toe te voegen op momenten dat de pijn het ergst is. De hoeveelheid en frequentie van de toediening is van tevoren geprogrammeerd, zodat u nooit teveel medicijnen krijgt.

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

  • De bijwerkingen van morfineachtige stoffen zijn obstipatie (verstopping van ontlasting in de darm), misselijkheid en slaperigheid. Medicatie toegediend via de spinale katheter geeft meestal minder bijwerkingen dan andere toedieningswijzen.
  • Krijgt u een plaatselijke verdoving via de katheter dan kan dit leiden tot vermindering van spierkracht in -meestal - de benen. Dit is te verhelpen door de hoeveelheid medicijnen te verminderen.
  • Soms treedt urineverlies of verlies van ontlasting op.
  • De eerste dagen kunt u hoofdpijn krijgen. Deze hoofdpijn neemt toe bij rechtop zitten, is vaak mild en verdwijnt vanzelf.

Zijn er mogelijke complicaties?

  • Er kunnen bij deze behandeling technische complicaties optreden: er kan een knik in de katheter komen of de katheter kan verschuiven (binnen de spinale ruimte).
  • Soms blijft de hoofdpijn bestaan, er kan dan lekkage zijn van hersenvocht langs de katheter. Een prik net als bij het inbrengen van de katheter moet de lekkage stoppen.
  • Een vervelende complicatie is een infectie. Tussen de 5 en 10% van de katheters infecteert wel eens. We moeten de katheter dan verwijderen. Eventueel plaatsen we na behandeling met antibiotica een nieuwe spinale katheter.
  • In zeldzame gevallen leidt de infectie tot een hersenvliesontsteking.

Hoe gaat de behandeling thuis?

Voor u naar huis gaat is de pomp aangevraagd bij uw zorgverzekeraar. De technische aspecten worden u uitgelegd door de fabrikant, de bediening van de pomp dragen we over aan de huisarts of een wijkverpleegkundige.

Bij deze vorm van pijnstilling is een goede samenwerking nodig tussen ziekenhuis, huisarts, wijkverpleegkundige en apotheek. Particuliere firma's regelen de technische ondersteuning per regio.

De eindverantwoordelijkheid voor de medische aspecten ligt bij de huisarts in samenspraak met de anesthesioloog.

Waar moet u aan denken?

  • Op de dag van ingreep moet u nuchter zijn, d.w.z. de avond ervoor na 24.00 uur niets meer eten of drinken.
  • Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt (zoals Sintrom, Marcoumar of acenocoumarol), moet u hier – in overleg met ons –voor de behandeling mee stoppen. Hoe lang tevoren dit nodig is, moeten wij met u en uw behandelde artsen bespreken. Als bloedverdunners niet op een juiste manier gestopt zijn, kan de behandeling helaas niet doorgaan.
  • Na het succesvol plaatsen van de katheter kunt u in afspraak met ons de antistolling hervatten.
  • Als u koorts krijgt of als de insteekopening van de katheter rood en pijnlijk wordt of vochtafscheiding vertoont, moet u direct de behandelend arts te waarschuwen.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze tekst nog vragen heeft kunt u deze stellen aan uw behandelend arts. U kunt ook bellen met de polikliniek Pijngeneeskunde. Deze is telefonisch bereikbaar op nummer: (020) 566 2303;

  • kies mogelijkheid 1 (afspraken polikliniek), voor het maken of wijzigen van afspraken op de polikliniek Pijngeneeskunde,

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 2 (afspraken dagcentrum), voor het maken of wijzigen van afspraken op het dagcentrum,

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 3 (vragenuur), voor het telefonisch spreekuur,

(tussen 8.30 - 9.00 uur en 13.30-14.00 uur).

Pijngeneeskunde / Patiëntenvoorlichting