Pijnbehandeling; Epidurale corticosteroïd injectie

Bij een aantal pijnklachten, uiteenlopend van gordelroos tot cervicobrachialgie kan een epidurale injectie van corticosteroïden verlichting van de pijnklachten geven. Vaak wordt de epidurale corticosteroïd injectie gecombineerd met een lokaal, plaatselijk anestheticum. Een anestheticum is een verdovingsmiddel, corticosteroïd is een ontstekingsremmend middel.

Hoe gaat de behandeling?

Vooraf aan de behandeling wordt de huid plaatselijk verdoofd. Hierna wordt een naaldje via de rug ingebracht tot in de ruimte rondom het ruggenmerg. Door dit naaldje injecteren we een lokaal verdovings- en ontstekingsremmend middel (corticosteroïden; Depomedrol of Kenakort).

De behandeling kan plaatsvinden ter hoogte van de nek, de borstkas, de lage rug of het stuitje en duurt doorgaans ongeveer tien minuten. Het resultaat van de behandeling is pas na enkele dagen te beoordelen. In een aantal gevallen is een herhaling of een aanvullende behandeling noodzakelijk.

Zijn er mogelijke complicaties?

We voeren de epidurale corticosteroïd injectie vanzelfsprekend zorgvuldig uit. Toch bestaat er een kleine kans op het optreden van een complicatie.

  • Bij de behandeling kan onbedoeld het ruggenmergvlies worden aangeprikt. Deze complicatie kan hoofdpijnklachten geven die meestal vanzelf overgaan.
  • In zeldzame gevallen treedt een infectie op die kan leiden tot een hersenvliesontsteking (meningitis) of een etterophoping in de rug. Deze ophoping zal vaak door middel van een operatie ontlast moeten worden.

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Als bijwerkingen kunnen bij vrouwen opvliegers optreden en kan de menstruatie korte tijd verstoord raken. Patiënten met suikerziekte die insuline gebruiken merken soms dat hun bloedsuikers gedurende enkele dagen ontregeld kunnen zijn. Als gevolg van de injectie kan enige napijn optreden, die enkele dagen kan aanhouden. U kunt hiertegen pijnstillers nemen bijvoorbeeld paracetamol.

Hoe gaat het na de behandeling?

Na de behandeling moet u 1 tot 2 uur op het dagcentrum te blijven. Als u zich hierna goed voelt, mag u daarna onder begeleiding naar huis.

Waar moet u aan denken?

  • U informeert ons bij een (eventuele) zwangerschap.
  • Na de behandeling mag u dezelfde dag niet actief aan het verkeer deelnemen. U moet er zelf voor zorgen dat iemand u van het ziekenhuis naar huis brengt.
  • Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt (zoals Sintrom, Marcoumar of acenocoumarol), moet u hier – in overleg met ons – voor de behandeling mee stoppen. Hoe lang tevoren dit nodig is, moeten wij met u en uw behandelde artsen bespreken. Als bloedverdunners niet op een juiste manier gestopt zijn, kan de behandeling helaas niet doorgaan.
  • Als u weet dat u allergisch reageert op röntgencontrastvloeistof, moet u dat vooraf aan ons melden.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze tekst nog vragen heeft, kunt u deze met uw behandelend arts bespreken. U kunt ook bellen met de polikliniek Pijngeneeskunde. Deze is telefonisch bereikbaar op nummer: (020) 566 2303;

  • kies mogelijkheid 1 (afspraken polikliniek), voor het maken of wijzigen van afspraken op de polikliniek Pijngeneeskunde

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 2 (afspraken dagcentrum), voor het maken of wijzigen van afspraken op het dagcentrum

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 3 (vragenuur), voor het telefonisch spreekuur

(tussen 8.30 - 9.00 uur en 13.30-14.00 uur).
Pijngeneeskunde / Patiëntenvoorlichting