Pijnbehandeling; Lumbale sympathicus blokkade

Deze tekst geeft informatie over de lumbale sympathicus blokkade. Hoe verloopt de behandeling en waar moet u in het bijzonder op letten?

De behandeling vindt plaats op het Dagcentrum, op de begane grond van het hoofdgebouw.

Bij welke klachten kan een lumbale sympathicus blokkade helpen?

De lumbale sympathicus blokkade wordt vooral toegepast bij de volgende klachten:

  • pijnklachten van de wervelkolom en/of het been;
  • bij een complex regionaal pijnsyndroom van het been;
  • bij circulatiestoornissen van het been;
  • bij bepaalde zenuwpijnen.

Bij deze behandeling wordt met behulp van één of meer naalden een zenuwbaan van het onwillekeurige (sympathische) zenuwstelsel geblokkeerd. Deze zenuwbaan loopt aan de voorzijde van de wervelkolom ter hoogte van de lendenwervels.

Hoe gaat de behandeling?

Bij de lumbale sympathicus blokkade brengen we onder röntgendoorlichting en onder plaatselijke verdoving de naald(en) in de rug. We controleren de positie van de naald(en) met röntgencontrastvloeistof. Vervolgens schakelen we de zenuwbaan tijdelijk (met een plaatselijk verdovingsmiddel) of langdurig (met een neurolytisch middel of met warmte) uit. Zo ontstaat een verbetering van de doorbloeding in het been en de voet en in veel gevallen treedt pijnvermindering op.

Wanneer merkt u resultaat?

Enkele weken na de behandeling (soms eerder) kunt u een gunstig effect merken op de pijnklachten.

Zijn er mogelijke complicaties?

Als u allergisch bent voor röntgencontrastvloeistof, kunt u jeuk en huiduitslag krijgen of kortademig worden. In zeldzame gevallen kan dit tot een ernstige bloeddrukdaling leiden.

Bij een beiderzijdse chemische lumbale sympathicusblokkade kan er bij mannen impotentie ontstaan.

Een andere mogelijke complicatie is een beschadiging van de nervus ilioinguinalis of vaker voorkomend (5-10%) de nervus genitofemoralis. Dit geeft een kans op het optreden van nieuwe zenuwpijn of een doof gevoel in de lies en het bovenbeen. Deze onaangenaamheden verdwijnen meestal in de loop van enkele weken vanzelf. U kunt hiertegen een pijnstiller innemen.

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Als mogelijke bijwerking kan er tijdelijk een zwelling optreden van het been en/ of de voet. Dit wordt veroorzaakt doordat er meer bloed naar het been gaat dan voor de behandeling.

Hoe gaat het na de behandeling?

Na de behandeling moet u 1 tot 2 uur op het dagcentrum te blijven. Als u zich hierna goed voelt, mag u daarna onder begeleiding naar huis.

Waar moet u aan denken?

  • U informeert ons bij een (eventuele) zwangerschap.
  • Na de behandeling mag u dezelfde dag niet actief aan het verkeer deelnemen. U moet er zelf voor zorgen dat iemand u van het ziekenhuis naar huis brengt.
  • Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt (zoals Sintrom, Marcoumar of acenocoumarol), moet u hier – in overleg met ons –voor de behandeling mee stoppen. Hoe lang tevoren dit nodig is, moeten wij met u en uw behandelde artsen bespreken. Als bloedverdunners niet op een juiste manier gestopt zijn, kan de behandeling helaas niet doorgaan.
  • Als u weet dat u een allergie voor röntgencontrastvloeistof heeft, moet u ons dat vertellen.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze tekst nog vragen heeft kunt u deze stellen aan uw behandelend arts. U kunt ook bellen met de polikliniek Pijngeneeskunde. Deze is telefonisch bereikbaar op nummer: (020) 566 2303;

  • kies mogelijkheid 1 (afspraken polikliniek), voor het maken of wijzigen van afspraken op de polikliniek Pijngeneeskunde

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 2 (afspraken dagcentrum), voor het maken of wijzigen van afspraken op het dagcentrum

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 3 (vragenuur), voor het telefonisch spreekuur

(tussen 8.30 - 9.00 uur en 13.30-14.00 uur).

Pijngeneeskunde / Patiëntenvoorlichting