Pijnbehandeling; RF-ganglion sfenopalatinum

Wat houdt deze behandeling in, wat zijn de eventuele complicaties en bijwerkingen en waar moet u in het bijzonder op letten.

Hoe gaat de behandeling?

Het ganglion sfenopalatinum is een zenuwknoop die zich achter in de neus bevindt. Als u lijdt aan bepaalde vormen van hoofd- en aangezichtspijn, kunt u in aanmerking komen voor een behandeling aan deze zenuwknoop.

Bij de behandeling plaatsen we onder röntgendoorlichting een speciale naald via de wang bij het betreffende zenuwknoopje achter in de neus. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. We controleren de naaldpositie met kleine stroompjes, die u voelt in neus of gehemelte. Daarna vindt verdere verdoving plaats en volgt de eigenlijke behandeling van het zenuwknoopje met warmte, die opgewekt wordt door middel van radiofrequente (RF) stroom.

De behandeling vindt plaats op het Dagcentrum, op de begane grond van het hoofdgebouw.

Zijn er mogelijke complicaties?

Vanzelfsprekend voeren we de behandeling zorgvuldig uit. Toch kan er een kleine kans op complicaties zijn:

  • een (tijdelijk) doof gevoel in het gehemelte;
  • een bloeduitstorting in de wang;
  • ongeveer 3% van de patiënten krijgt een bloedneus, als in de neus een bloedvaatje geraakt wordt. Soms moet de KNO arts deze bloedneus behandelen.

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Na de behandeling kan napijn optreden, die enkele weken kan aanhouden. U kunt hiertegen een pijnstiller innemen (bv. paracetamol volgens bijsluiter).

Wanneer merkt u het resultaat?

Pas na enkele weken kunt u het resultaat van de behandeling goed beoordelen. Soms is verdere behandeling noodzakelijk.

Waar moet u aan denken?

  • Op de dag van behandeling moet u nuchter zijn, d.w.z. de avond ervoor na 24.00 uur niets meer eten of drinken.
  • U informeert ons bij een (eventuele) zwangerschap.
  • Na de behandeling mag u dezelfde dag niet actief aan het verkeer deelnemen. U moet er zelf voor zorgen dat iemand u van het ziekenhuis naar huis brengt.
  • Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt (zoals Sintrom, Marcoumar of acenocoumarol), moet u hier – in overleg met ons –voor de behandeling mee stoppen.Hoe lang tevoren dit nodig is, moeten wij met u en uw behandelde artsen bespreken. Als bloedverdunners niet op een juiste manier gestopt zijn, kan de behandeling helaas niet doorgaan.
  • Als u weet dat u een allergie voor röntgencontrastvloeistof heeft, moet u ons dat vertellen.
  • Als u na de behandeling binnen zes uur koorts krijgt (boven 38.5° C) moet u onmiddellijk uw arts raadplegen.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze tekst nog vragen heeft, kunt u deze met uw behandelend arts bespreken. U kunt ook bellen met de polikliniek Pijngeneeskunde. Deze is telefonisch bereikbaar op nummer: (020) 566 2303;

  • kies mogelijkheid 1 (afspraken polikliniek), voor het maken of wijzigen van afspraken op de polikliniek Pijngeneeskunde

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 2 (afspraken dagcentrum), voor het maken of wijzigen van afspraken op het dagcentrum

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 3 (vragenuur), voor het telefonisch spreekuur

(tussen 8.30 - 9.00 uur en 13.30-14.00 uur).

Pijngeneeskunde / Patiëntenvoorlichting