Pijnbehandeling; Sacro-iliacale gewrichtsinfiltratie en RF-behandeling

Als u klachten heeft die uitgaan van de wervelkolom, kunt u in bepaalde gevallen in aanmerking komen voor sacro-iliacale gewrichtsinfiltratie. Het sacro-iliacaal gewricht is het gewricht tussen heiligbeen en bekken. Deze behandeling vindt plaats ter hoogte van de bil en het heiligbeen.

Er zijn twee behandelingen mogelijk:

  1. een pijnstillende injectie met hormonen of;
  2. een behandeling met radiofrequente (RF) stroom.

Hoe gaat de behandeling met hormonen?

Bij de injectie met hormonen injecteren we - onder röntgendoorlichting - een combinatie van een plaatselijk verdovingsmiddel en een hormoonpreparaat in een of beide sacro-iliacale (SI) gewrichten. Het pijnstillend effect van deze behandeling houdt meestal enige maanden aan.

Hoe gaat de behandeling met RF?

Bij RF-denervatie van het SI-gewricht behandelen we de zenuwaftakkingen naar dit gewricht met een radiofrequente (RF) stroom. Denervatie betekent letterlijk “ontzenuwen”, hoewel we in werkelijkheid de zenuwenmantel “beschadigen.”

Bij RF-denervatie van het SI-gewricht plaatsen we onder röntgendoorlichting, nadat de huid verdoofd is, naalden bij de betreffende zenuwaftakkingen. We sturen eerst een klein stroompje door de naald om de positie te controleren. Dan verwarmen we de naaldpunt door middel van radiofrequente stroom en schakelen de zenuw hiermee voor langere tijd uit.

Wanneer merkt u resultaat?

Door deze behandeling wordt de pijngeleiding vanuit het SI-gewricht beïnvloed en treedt in veel gevallen pijnvermindering op. Na twee tot drie maanden (soms eerder) kunt u een gunstig effect bemerken op de pijnklachten. Een aanvullende behandeling kan echter soms nodig zijn.

Zijn er mogelijke complicaties?

Als mogelijke complicatie van de behandeling kan een gevoelsvermindering (tijdelijk) optreden in de huid in de buurt van de behandelde steungewrichten. Er loopt namelijk een zenuwtakje naar de huid vanuit de behandelde zenuw. Na enkele weken zal de gevoelsvermindering verdwijnen en het normale gevoel langzaam terugkeren.

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

  • Na inspuiten van een hormoonpreparaat kunnen bij de vrouw opvliegers optreden en kan de menstruatie korte tijd verstoord raken.
  • Patiënten met suikerziekte die insuline gebruiken, merken soms dat hun bloedsuikers gedurende enkele dagen ontregeld kunnen zijn.
  • Er kan enige napijn optreden ten gevolge van de injectie, die enkele dagen kan aanhouden. U kunt hiertegen een pijnstiller (bijvoorbeeld paracetamol) innemen.

Waar moet u aan denken?

  • U informeert ons bij een (eventuele) zwangerschap.
  • Na de behandeling mag u dezelfde dag niet actief aan het verkeer deelnemen. U moet er zelf voor zorgen dat iemand u van het ziekenhuis naar huis brengt.
  • Als u antistollingsmiddelen (bloedverdunners) gebruikt (zoals Sintrom, Marcoumar of acenocoumarol), moet u hier – in overleg met ons –voor de behandeling mee stoppen. Hoe lang tevoren dit nodig is, moeten wij met u en uw behandelde artsen bespreken. Als bloedverdunners niet op een juiste manier gestopt zijn, kan de behandeling helaas niet doorgaan.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze tekst nog vragen heeft, kunt u deze met uw behandelend arts bespreken. U kunt ook bellen met de polikliniek Pijngeneeskunde. Deze is telefonisch bereikbaar op nummer: (020) 566 2303;

  • kies mogelijkheid 1 (afspraken polikliniek), voor het maken of wijzigen van afspraken op de polikliniek Pijngeneeskunde

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 2 (afspraken dagcentrum), voor het maken of wijzigen van afspraken op het dagcentrum

(tussen 9.00 - 12.00 uur en tussen 13.30 - 16.30 uur).

  • kies mogelijkheid 3 (vragenuur), voor het telefonisch spreekuur

(tussen 8.30 - 9.00 uur en 13.30-14.00 uur).

Pijngeneeskunde / Patiëntenvoorlichting