Pneumothorax

U bent opgenomen op de afdeling Longziekten in het AMC voor de behandeling van een klaplong, ook wel een pneumothorax genoemd. In deze folder vindt u informatie over deze aandoening en over de behandeling.

Wat is een klaplong?

De longen zijn omgeven door longvliezen (pleurabladen). Een vlies op de long en een vlies tegen de binnenkant van de borstholte aan. Normaal glijden deze vliezen soepel over elkaar door een dun laagje vloeistof ertussen. Bij een klaplong stroomt er vanuit de longen lucht in de ruimte tussen de longvliezen. De druk in de holte neemt toe en de long klapt samen.

Wat zijn de oorzaken van een pneumothorax?

In de meeste gevallen ontstaat een klaplong spontaan, zonder aanwijsbare oorzaak. Bij mannen komt een klaplong vaker voor dan bij vrouwen. Er is een piek in het voorkomen in de leeftijd tussen 16 en 25 jaar. Lange, dunne, lichte mensen hebben een verhoogde kans op een klaplong, evenals rokers. Ook duiken met perslucht of vliegen zonder drukcabine is een risico. Daarnaast kan een klaplong het gevolg zijn van een ongeluk of een messteek. Ook kan een klaplong ontstaan als gevolg van een longaandoening, zoals longemfyseem of taaislijmziekte (Cystic Fibrosis). Tenslotte kan een klaplong ontstaan als complicatie na een ingreep door een arts.

Wat zijn de klachten bij een pneumothorax?

De klachten bij een klaplong ontstaan meestal vrij plotseling, pijn aan de aangedane zijde, samengaand met benauwdheid. De pijn begint met steken, maar kan later ook continu aanwezig zijn. De meeste klachten verminderen binnen een dag, zelfs als er niets aan de klaplong is gedaan.

De behandeling

De soort behandeling hangt af van de grootte van de klaplong. Als de long slechts een stukje is ingeklapt, is rust houden voldoende, de long zal dan vanzelf ontplooien. Bij een grotere klaplong is een ingreep nodig.

Er zijn dan meerdere mogelijkheden, afhankelijk van de patiënt. Een optie is dat er tussen twee ribben door een drain (dunne slang) in de pleuraholte wordt gebracht (onder lokale verdoving) om de lucht te laten ontsnappen. Het ontsnappen van lucht duurt meestal een paar dagen. Als alle lucht is verdwenen uit de pleuraholte wordt de drain weer verwijderd. De kans dat er opnieuw een klaplong optreedt is dan zo’n 30 - 40%.

Ook is het mogelijk de long te “plakken”. Er wordt dan talkpoeder in de holte gebracht, meestal door middel van een kijkoperatie. De kans op recidief is dan 4 - 8%. Na “plakken” kleven de longvliezen beter aan elkaar. Omdat deze ingreep pijnlijk is, krijgt u voor de behandeling voldoende pijnstilling.

Bijwerkingen van deze behandelingen

Bij het inbrengen van een drain komen zelden complicaties voor. Er kan een bloeding optreden als een bloedvat in de borstwand wordt geraakt. Daarnaast kan de huid rondom de drain geïnfecteerd raken. Na het “plakken” van de long kan de kortademigheid enige tijd toenemen en kan er koorts optreden. Deze klachten duren meestal maar kort.

Leefregels na een klaplong

Het is belangrijk na de behandeling van de klaplong voldoende rust te nemen. Het is beter gedurende twee maanden niet te sporten, zwaar (huishoudelijk) werk te doen of te vliegen. Er is geen bezwaar om snel weer zittend werk te hervatten. Activiteiten als lopen en fietsen dient u langzaam op te voeren. Als u rookt, kunt u uiteraard beter stoppen. Als u stopt, wordt de kans kleiner dat u weer een klaplong krijgt. Duiken wordt sterk afgeraden voor de rest van uw leven. Nadere informatie hierover kunt u vragen aan uw longarts.

Meer informatie?

Voor meer informatie kunt u terecht bij de verpleegkundige van de afdeling Longziekten AMC.

Afdeling Longziekten F5 Zuid Telefoonnummer: 020-56 64155



Longziekten / Patiëntenvoorlichting