Lodewijk Bolk (1866-1930)

Lodewijk Bolk
Lodewijk Bolk

Lodewijk (‘Louis’) Bolk wordt in 1866 in Overschie geboren. In 1888 vertrekt hij naar Amsterdam om daar geneeskunde te studeren. Bolk ontpopt zich tot een typische man van de wetenschap, met bijzondere interesse voor biologische vraagstukken.

Vanaf 1892 werkt hij op het laboratorium van de anatoom Georg Ruge. Zijn onderzoek sluit nauw aan bij dat van Ruge, die zich richt op de evolutie van ledematen. Bolk kijkt naar de verspreiding van zenuwen in de ledematen van apen en de mens. In 1898 volgt hij Ruge op als hoogleraar Anatomie.

Foetalisatie
Zijn grootste bekendheid dankt Lodewijk Bolk aan een geheel eigen, alternatieve theorie over de evolutie van de mens. In dat kader onderzoekt hij vooral skeletten, schedels en preparaten van verschillende soorten apen. Het valt hem op dat mensen meer lijken op jonge chimpansees, gorilla’s en orang-oetans dan op volwassen mensapen. Zijn conclusie: de mens moet zijn ontstaan uit een voorouder die eruitzag als een groot, pasgeboren apenkind. Zo komt Bolk tot zijn beroemde foetalisatie- of retardatietheorie, samengevat in de stelling ‘De mens is een geslachtsrijp geworden apenfoetus’.

Naast een knap onderzoeker is Bolk een echte ‘museumanatoom’. Hij voegt ruim drieduizend preparaten aan de collectie toe. Dat maakt hem na vader en zoon Vrolik de belangrijkste verzamelaar van Museum Vrolik.

Segmentale rangschikking van de gevoelszenuwen in de huid Segmentale rangschikking van de gevoelszenuwen in de huid
Schedel en rompskeletvan een dril Schedel en rompskeletvan een dril