Willem Vrolik (1801-1863)

Willem Vrolik
Willem Vrolik

Gerard Vroliks oudste zoon Willem studeert ook geneeskunde en werkt na zijn promotie als arts in Amsterdam. Na een korte aanstelling als hoogleraar anatomie in Groningen wordt hij in 1831 in Amsterdam benoemd tot hoogleraar in de anatomie en fysiologie, de natuurlijke geschiedenis en de theoretische chirurgie.

Willem Vrolik is bijzonder geïnteresseerd in de dierlijke anatomie en aangeboren afwijkingen. Hij breidt de verzameling van zijn vader vooral op die gebieden uit. Veel dierlijk materiaal krijgt Vrolik van de directeur van Artis, met wie hij goed bevriend is.

Na de dood van zijn vader erft Willem Vrolik het complete Museum Vrolikianum. Als Willem op zijn beurt overlijdt, komt de collectie in het bezit van het Athenaeum Illustre.

Vormkracht
Naar Willem Vroliks overtuiging zijn alle dieren geschapen in een natuurlijke rangorde: een keten van de minste naar de meeste volmaaktheid. Bovenaan deze orde staat natuurlijk de mens, onderaan staan de ongewervelden. De groei en ontwikkeling van al die schepselen wordt gestuurd door ‘vormkracht’. Daarbij geldt: hoe hoger het schepsel, hoe meer vormkracht zijn ontwikkeling vergt.

Aangeboren afwijkingen kunnen volgens Vrolik ontstaan als die vormkracht ergens voortijdig wegvalt. Niet toevallig doen de afwijkende lichaamsdelen vaak denken aan normale delen van lager geplaatste schepsels. Maar ook te véél vormkracht kan noodlottige gevolgen hebben: Siamese tweelingen zijn een typisch voorbeeld.

Ovarium en eileider van een kip Ovarium en eileider van een kip

Schedel van een cycloop Schedel van een cycloop