CAR T-celtherapie: hoe werkt het?

CAR T-celtherapie is een vorm van immuuntherapie. Bij deze aanpak versterk je het eigen afweersysteem van een kankerpatiënt, zodat het zelf de kwaadaardige cellen kan elimineren.

T-cellen zijn witte bloedcellen, afweercellen die in het bloed zitten. Wanneer ze in aanraking komen met een lichaamsvreemde stof, vermenigvuldigen ze zich. Met behulp van receptoren, een soort antennes, hechten ze zich aan de indringer en vernietigen die.

Bij onder andere lymfeklierkanker herkennen de T-cellen de kwaadaardige cellen onvoldoende als lichaamsvreemd. Om die T-cellen beter toe te rusten, waarna ze de kankercellen wél zien en onschadelijk maken, is CAR T-celtherapie ontwikkeld. Daartoe worden de T-cellen uit het bloed van de patiënt gefilterd om ze vervolgens te versterken.

Dat versterken gaat als volgt: in het laboratorium wil je de T-cellen zo ver krijgen dat ze het eiwit CAR (Chimere Antigeen Receptor) gaan maken. CAR is een verbindend tussenstukje dat buiten op de T-cel gaat zitten en dat de structuur van de kankercellen herkent. Omdat je dit eiwit niet zomaar in een T-cel kunt stoppen, wordt een onschuldig virus gebruikt om de genetische code voor CAR in de T-cel te brengen. De T-cel leest die genetische code af en gaat het eiwit maken. Teruggebracht in het lichaam, binden deze CAR T-cellen zich aan de kankercellen. Daarbij komen stoffen vrij waarmee ze die kunnen doden. 

CAR T-cellen vallen een tumorcel aan. Foto: Shutterstock CAR T-cellen vallen een tumorcel aan. Foto: Shutterstock

Eén cel kan meerdere kankercellen doden. Bewerkte T-cellen vermenigvuldigen zich, en ze hebben een geheugenfunctie die altijd aangewakkerd kan worden om kanker opnieuw te herkennen. Daarom hoef je een patiënt er maar één keer mee te behandelen.

Onderzoekers verwachten dat CAR T-celtherapie in de toekomst geschikt zal zijn om verschillende soorten lymfeklierkanker, acute lymfatische leukemie en multipel myeloom te behandelen. Vooralsnog lijkt de therapie minder effectief voor vormen van kanker waarbij patiënten solide tumoren hebben (gezwellen die ontstaan in organen of weefsels). Er wordt echter volop onderzoek gedaan om de werking bij zulke tumoren te verbeteren.

Tekst: Mieke Zijlmans