Genetische basis voor regionale verschillen tussen arm en rijk

Mensen met een overeenkomstige erfelijke aanleg voor opleidingsniveau wonen vaak dicht bij elkaar. De regionale verschillen in deze aanleg groeien door migratie. Het is voor het eerst dat dit wordt aangetoond in een grote studie naar de geografische spreiding van menselijke DNA-verschillen in Groot-Brittannië. Het onderzoek is vandaag gepubliceerd door Nature Human Behaviour en werd uitgevoerd door Amsterdam UMC in samenwerking met Engelse en Australische universiteiten.

De wetenschappers onderzochten in hoeverre mensen met bepaalde DNA-variaties, waarvan bekend is dat ze menselijke eigenschappen beïnvloeden, meer of juist minder voorkomen in bepaalde regio’s van Groot-Brittannië. Met andere woorden, hoe zit het met de geografische spreiding van Britten als je kijkt naar hun DNA? Concentreren bepaalde genetische variaties zich in bepaalde gebieden?

De onderzoekers bestudeerden dit voor DNA-variaties die geassocieerd zijn met lichamelijke gezondheid, mentale gezondheid, middelengebruik, persoonlijkheid, BMI, reproductie en opleidingsniveau. Ze gebruikten daarbij een grote database met genetische gegevens van 450.000 Britten.

Clustering opleidingsniveau

Uit de resultaten blijkt dat meer dan de helft van de onderzochte kenmerken regionale verschillen vertoont op genetisch niveau. Maar voor opleidingsniveau is de geografische clustering het sterkst. Mensen met erfelijke aanleg die samengaat met een hoger opleidingsniveau, wonen vaker in rijkere gebieden. Mensen met DNA dat gelinkt is aan een lager opleidingsniveau, concentreren zich in armere regio’s, zoals de steenkoolgebieden in Groot-Brittannië.

“Om welke erfelijke factoren het gaat en waarom juist die DNA-opmaak een relatie heeft met het opleidingsniveau, weten we niet precies”, vertelt Abdel Abdellaoui, een van de onderzoekers. “Waarschijnlijk gaat het om biologische processen die een invloed hebben op onderliggende eigenschappen zoals cognitief vermogen. Natuurlijk spelen ook niet-erfelijke factoren een rol bij het opleidingsniveau van personen. De invloed van de genen is beperkt. Ouders met een hoger onderwijsniveau geven niet alleen hun genen door, maar hebben over het algemeen ook meer middelen om hun kinderen een betere leeromgeving te bieden.”

Migratie

De steenkoolmijngebieden behoren tot de armste regio’s van Groot-Brittannië, met een hoge werkloosheid. Het onderzoek laat zien dat mensen die uit deze regio’s wegtrekken, gemiddeld gezien juist de mensen zijn met een erfelijke aanleg voor een hoger opleidingsniveau.

Abdellaoui: “Onze studie laat zien dat er een meetbare genetische basis is voor regionale verschillen in opleidingsniveau en -in het verlengde daarvan- economisch succes. Bovendien worden deze verschillen versterkt door migratiestromen. Als hier niets aan gedaan wordt, zal bestaande regionale ongelijkheid verder toenemen.”

Gezondheid en stemgedrag

Uit de studie blijkt verder dat de gezondheidsverschillen tussen mensen in arme en rijke gebieden vooral te wijten zijn aan verschillen in leefomgeving. Dit heeft minder te maken met regionale verschillen in erfelijke aanleg voor gezondheid.

Abdellaoui: “De leefomgeving van armere gebieden leidt tot meer gezondheidsproblemen zoals overgewicht en diabetes. Een beroerde leefomgeving kan leiden tot ontevreden inwoners, waardoor migratiestromen van hoog opgeleiden verder toenemen, wat de kloof vergroot. Dit zou zelfs invloed kunnen hebben op stemgedrag van de inwoners. We zagen in onze studie dat regionale verschillen in ‘opleidingsgenen’ samenhangen met een lagere stemopkomst en proteststemmen zoals die op Brexit en UK Independence Party.”

Tekst: Edith van Rijs
Foto: Shutterstock