Inknippen tijdens de bevalling verschilt per regio

Er zijn grote verschillen in medische ingrepen tijdens de bevalling tussen de provincies in Nederland. Vooral opvallend is het verschil in het aantal vrouwen dat wordt ingeknipt. In de ene provincie heb je veel meer kans te worden ingeknipt dan in een andere. Dat verschil is ook veel groter dan bij keizersneden of vacuümbevallingen.

Dit stelt onderzoeker en verloskundige Anna Seijmonsbergen-Schermers van de afdeling Midwifery Science van Amsterdam UMC. “Het zetten van een knip gebeurt meestal in spoedsituaties. Je zou verwachten dat alle zorgverleners dezelfde redenen hebben voor het zetten van een knip of het doen van een keizersnede. Opvallend is dat de verschillen tussen de zorgverleners om te kiezen voor een knip veel groter zijn dan bij een keizersnede. Een knip heeft meer nadelen In vergelijking met een spontane scheur.” De resultaten van deze studie zijn gepubliceerd in PLoS ONE.

 Anna Seijmonsbergen-Schermers keek naar de landelijke registratiegegevens van bijna alle bevallingen in Nederland tussen 2010 en 2013. Zij vergeleek de verschillen tussen provincies bij de keuze van medische ingrepen tijdens de bevalling. Er zijn grote verschillen tussen provincies bij medische ingrepen. Zo varieerde het percentage verwijzingen tijdens de bevalling van de verloskundige in de eerste lijn naar het ziekenhuis van 55 tot 68% voor vrouwen die van hun eerste kind bevielen en van 20 tot 32 procent voor vrouwen die al eerder bevallen waren. In regio’s met meer verwijzingen tijdens de bevalling was het aantal vrouwen met meer dan een liter bloedverlies na de bevalling hoger.

Thuisbevallingen en inknippen
Ook bij de thuisbevallingen zijn grote verschillen. Dat percentage varieerde van 6 tot 16 procent voor vrouwen die van hun eerste kind bevielen en van 16 tot 31 procent voor vrouwen die al eerder waren bevallen. Het viel op dat in provincies met meer thuisbevallingen minder vrouwen werden ingeknipt. Het percentage knippen door verloskundigen in de eerste lijn varieerde van 14 tot 42 procent voor vrouwen die van hun eerste kind bevielen en van 3 tot 13 procent voor vrouwen die al eerder bevallen waren. Onder vrouwen die in het ziekenhuis onder controle waren bij de geboorte van hun eerste kind, kreeg 46 tot 67 procent van de vrouwen een knip en 14 tot 28 procent van de vrouwen die al eerder bevallen waren. In Flevoland knipten zorgverleners het minst vaak, in Zeeland en Limburg het meest.

Noodzaak medische ingrepen
Het inknippen tijdens een bevalling kan de gezondheid van moeder of kind verbeteren. Maar de verschillen tussen de provincies laten zien dat de redenen waarom zorgverleners knippen bij de bevalling niet overal hetzelfde zijn. De grote verschillen suggereren dat in sommige provincies te veel en in andere provincies mogelijk te weinig ingrepen worden gedaan. Seijmonsbergen-Schermers: “We zien echter geen betere uitkomsten in regio’s waar meer wordt ingeknipt. Het onnodig inknippen tijdens een bevalling kan schade bij de moeder veroorzaken, ook op de lange termijn. Als de zorgverlener besluit te knippen dan verliezen vrouwen vaak meer bloed na de bevalling dan na een spontane scheur en hebben ze vaker pijnklachten en vaker een minder sterke bekkenbodem.”

Seijmonsbergen-Schermers: “Het grote verschil in het aantal knippen is onwenselijk. Vrouwen zouden in elke provincie dezelfde kwaliteit van zorg moeten krijgen en niet in de ene provincie veel meer kans hebben om ingeknipt te worden dan een andere provincie zonder goede reden. Het is belangrijk dat zorgverleners kritisch kijken naar het aantal knippen dat ze zetten en de redenen waarom ze daarvoor kiezen. We kunnen een voorbeeld nemen aan landen, zoals Zweden en Denemarken, waar goede resultaten worden geboekt met minder knippen.”

Tekst: Anna Seijmonsbergen-Schermers/ Jan Spee