Mireille Serlie, hoogleraar Inwendige geneeskunde in het bijzonder voeding en energiemetabolisme

Prof. dr. Mireille Serlie is benoemd tot hoogleraar Inwendige geneeskunde, in het bijzonder voeding en energiemetabolisme, aan de geneeskundefaculteit van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ze is gespecialiseerd in endocriene ziektes (ziektes van het hormoonsysteem) en de klinische aspecten van voeding.

Serlie is met name deskundig op het gebied van totale parenterale voeding (TPV). TPV is nodig bij patiënten die niet meer of onvoldoende via het maag-darm kanaal gevoed kunnen worden en afhankelijk zijn van kunstmatige voeding via een infuus in een bloedvat. De therapie redt levens, maar gaat met veel complicaties gepaard die nauwlettend gemonitord worden door Serlie en haar team. Daarnaast is de hoogleraar nauw betrokken bij het beleid over klinische voeding in Nederland. Zo is zij voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Voeding en Metabolisme (NESPEN) en voorzitter van het Nederlands Voedingsteam Overleg (NVO).

Overvoeding

De onderzoekslijnen van Serlie en haar groep focussen op overgewicht (obesitas). Zo kijkt de hoogleraar naar overvoeding, de andere kant van de voedingsmedaille. In Nederland is bijna de helft van de volwassenen te zwaar en dat heeft nadelige gevolgen voor de gezondheid op de langere termijn. Zo is er een verhoogde kans op type 2 suikerziekte (DM type 2).

Serlie onderzoekt hoe obesitas leidt tot het voorstadium van DM type 2, ook wel insulineresistentie genoemd. Om insulineresistentie te bestuderen, gebruikt zij stabiele isotopen om nauwkeurig de metabole fluxen in het lichaam te meten, zeg maar de doorstroomsnelheid van metabolieten (producten van de stofwisseling).

Ook kijkt zij in afgenomen weefsel naar de moleculaire mechanismen van insulineresistentie. Op die manier ontrafelde Serlie recent een deel van het mechanisme van insulineresistentie van de lever in mensen.

De hoogleraar wil inzicht krijgen in hoe het lichaam zich aanpast aan te veel of te weinig voeding. Hiervoor lopen studies met voedingsinterventies in combinatie met metingen van metabole paden. De kennis die deze studies opleveren, is bruikbaar voor gerichte behandelingen voor obesitas en mogelijk ook voor ondervoeding.

Hersenen en eetgedrag

Een tweede onderzoekslijn speelt zich af op het gebied van de neuroendocrinologie. Serlie kijkt met name naar de rol die de hersenen spelen bij het ontstaan en onderhouden van obesitas, en bij insulineresistentie. Hiervoor maakt zij gebruik van neuroimaging technieken zoals SPECT en functionele MRI en werkt zij intensief samen met basale wetenschappers en imaging experts in Nederland en de Verenigde Staten. Zo heeft haar groep voor het eerst in mensen aangetoond dat de neurotransmitter (boodschapperstof) dopamine in de hersenen een rol speelt bij de gevoeligheid van weefsels voor insuline.

Andere belangrijke bevindingen van Serlies groep geven meer inzicht in de relatie tussen de hersenen en eetgedrag. Zo bleek dat de hersenen van mensen met ernstig overgewicht er functioneel anders uitzien en dat die veranderingen verbeteren na fors gewichtsverlies. Ook zagen de onderzoekers dat snacken een bepaald gebied in het brein verandert dat betrokken is bij de eetlustregulatie. Een andere observatie was dat de hersenen van mannen met overgewicht anders reageren op een laag calorisch dieet als de meeste calorieën in de ochtend worden gegeten.

Tijdstip

Dit type studies in mensen geeft inzicht in hoe de hersenen reageren op te veel en te weinig eten, maar laten ook zien dat het tijdstip waarop je eet en de samenstelling van de maaltijd van belang kunnen zijn. Resultaten van dergelijke onderzoeken bij mensen vergroten de kennis over de manier waarop de hersenen de bloedsuiker en het lichaamsgewicht reguleren. Ze bieden ook nieuwe aangrijpingspunten voor de behandeling van obesitas en suikerziekte.

Mireille Serlie studeerde aan de UvA, volgde haar opleiding tot internist en endocrinoloog in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam en werkt sinds 2005 als staflid bij de subgroep Endocrinologie en metabolisme van de afdeling Inwendige geneeskunde.

Foto: Dirk Gillissen