Nieuwe onderhuidse hartdefibrillator even veilig als traditionele type

Een onderhuidse defibrillator is even veilig en effectief als het traditionele type dat werkt met een draad door de ader naar het hart. Bovendien geeft het onderhuidse type minder complicaties dan het type met de draad. Dat blijkt uit onderzoek van dr. Reinoud Knops, cardioloog in Amsterdam UMC, dat vandaag is gepresenteerd tijdens de online Late-Breaking Clinical Trial sessie van de Heart Rhythm Society.

English below

“Met de uitkomst van dit onderzoek is nu voor iedere patiënt een betere afweging te maken voor de juiste behandeling van hartritmestoornissen”, zegt Knops. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in het tijdschrift The New England Journal of Medicine.

ICD

De Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD) is een veelgebruikt apparaatje om plotse hartdood te voorkomen. In Nederland krijgen jaarlijks meer dan vijfduizend mensen een ICD. Deze houdt het hartritme in de gaten en geeft een elektrische schok bij een hartstilstand. "De traditionele transveneuze ICD of TV-ICD, heeft een draad in het hart. Helaas ontstaan door deze draad vaak complicaties waarvoor een nieuwe ingreep nodig is”, vertelt Knops.

Bij de subcutane ICD (S-ICD) zit de draad niet in het hart maar ligt deze onder de huid. Hierdoor verwachtten de onderzoekers bij dit type minder draadcomplicaties. “Inderdaad toont onze studie aan dat behandeling met de S-ICD net zo veilig is als de traditionele ICD, maar minder draadproblemen geeft.”

De S-ICD werd in 2009 geïntroduceerd en wordt inmiddels wereldwijd geïmplanteerd. De vandaag gepresenteerde studie is de eerste prospectieve, gerandomiseerde studie tussen de twee typen ICD’s. “Bovendien is dit de eerste S-ICD studie met een algemene, niet geselecteerde groep patiënten”, aldus Knops. “Eerdere studies zijn gedaan bij patiëntengroepen waarvan artsen vermoeden dat zij een hoger risico lopen op complicaties. In deze studie zijn alle patiënten die behandeld kunnen worden met een S-ICD benaderd voor deelname. Met de resultaten kunnen artsen en patiënten een betere keuze maken welke ICD te gebruiken.”

Onderzoek

Aan het onderzoek deden 850 patiënten in 39 ziekenhuizen in Nederland, Duitsland, Denemarken, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten mee. Zij werden willekeurig verdeeld over een behandeling met S-ICD of TV-ICD. De deelnemers werden vier jaar gevolgd, waarbij het aantal ICD-gerelateerde complicaties en het onterecht ingrijpen van de ICD geregistreerd werd.

Hoewel er in beide groepen evenveel problemen optraden (15%), was er wel een verschil in het soort problemen. In de TV-ICD onstonden vaker problemen met de draad; 6,6 procent vergeleken met 1,4 procent bij de S-ICD. Verder was er een verschil in het ten onrechte geven van een schok (iets hoger bij de subcutane ICD). De sterfte was hetzelfde.

Hiermee toont de studie de gelijkwaardigheid van de twee ICD’s aan. Er zijn wel verschillen in het soort problemen. Patiënten met een S-ICD hebben minder complicaties, maar krijgen vaker een onterechte schok. “Toen de studie begon in 2011 was de S-ICD nog relatief nieuw”, legt Knops uit, “In de afgelopen jaren zijn er aanpassingen gedaan om deze onterechte schokken te voorkomen.”

Ook blijken de meeste problemen met de draadproblemen bij de TV-ICD vaak later ontstaan. Om de verschillen op langere termijn te onderzoeken, worden de studiedeelnemers de komende jaren gevolgd. Knops: “Het is interessant om te zien wat er na langere tijd gebeurt. Tot die tijd is het belangrijk om voor elke patiënt die een ICD nodig heeft, de S-ICD te overwegen.”

Het PRAETORIAN onderzoek is uitgevoerd door Amsterdam UMC, gefinancierd met een beurs van het ‘Boston Scientific Investigator-Sponsored Research Programma’. Boston Scientific was niet betrokken bij het ontwerp, de uitvoer of de analyse van de studie.

Tekst: Marc van den Broek
Illustratie: Courtesy of Boston Scientific

PRAETORIAN Study shows in a general ICD population that treatment with subcutaneous ICD is equally effective and safe as transvenous ICD with less lead complications.

The subcutaneous implantable defibrillator (ICD) offers comparable performance in treating patients at risk of sudden cardiac death as the traditional transvenous ICD that has a lead in the heart, but gives less lead related complications. This is the outcome of the international PRAETORIAN trial, which was presented today in the Late-Breaking Clinical Trials sessions of the HRS 2020 Science. ICD-related complications were seen in 15.1% of patients with a subcutaneous ICD (S-ICD) versus 15.7% patients with a transvenous ICD (TV-ICD) after a median follow up of 4 years. Lead complications occurred in 6.6% of the patients with a TV-ICD, compared to 1.4% of the patients with a subcutaneous device.

The PRAETORIAN trial is the first prospective randomized study to compare the two ICD types and the first to study the use of the S-ICD in a generalized ICD population. With this outcome it is now possible to make a better assessment of the preferred device for each patient with an ICD indication. The study was conducted in 39 centers in the Netherlands, Germany, Denmark, United Kingdom and the United States. Results will soon be published in the prestigious journal The New England Journal of Medicine.

“For the treatment of sudden cardiac death, ICDs are a well-established treatment option, however, there are certain problems associated with transvenous leads, “ explains study Principal Investigator Dr. Reinoud E. Knops, M.D., PhD, from the Cardiology Department of the AMC, Amsterdam UMC, in the Netherlands, who initiated the study. “The S-ICD has no lead in the heart, but instead this lead is implanted subcutaneously. As we expected, the PRAETORIAN trial shows that the S-ICD is just as safe and effective as the TV-ICD and at the same time gives less lead complications, which have risks of their own.”

The PRAETORIAN trial is the first randomized study to head-to-head compare the TV-ICD and S-ICD. ‘In addition, earlier studies with the S-ICD included selected patient populations in whom physicians anticipated more problems with the TV-ICD”, Knops said. “In PRAETORIAN we have included all patients who are eligible to receive an S-ICD such that the PRAETORIAN patient population more accurately matches the actual ICD population. We are therefore able to make a better comparison between the two ICDs than was possible thus far.”

In this study, 849 participants with a class I or IIa indication for ICD therapy according to the prevailing ACC/AHA/ESC guidelines were included. As the subcutaneous ICD is currently not able to give pacing therapy, only patients who did not require bradypacing, resynchronization therapy or anti-tachycardia pacing were included in the study. Participants were randomly assigned to receive either a transvenous or subcutaneous ICD and followed for a median of 4 years.

The main objectives of the trial were to compare the rates of all complications and inappropriate shocks, which are shocks given for anything else than ventricular tachycardia or ventricular fibrillation. Device-related complications occurred in 31 patients with a S-ICD (5.9%) and in 44 patients with a transvenous device (9.8%). Inappropriate shocks occurred in 41 patients with an S-ICD (9.7%) and in 29 patients with a TV-ICD (7.3%). There was no difference in mortality.

“The study shows that there is a difference in type of complications between the devices. Patients with an S-ICD have less complications that require intervention than patients with a TV-ICD, but get more inappropriate shocks. It is however important to realize that this study began in 2011 when the S-ICD was still relatively new. Since then several updates have been made to prevent inappropriate shocks,” continued Knops. Earlier studies have shown that lead-related complications of the TV-ICD increase over time, especially after more than 4 years.

To compare the treatments on the longer term, PRAETORIAN follow up is continued for another four years. Knops concludes: “It will be interesting to see what happens if we follow these patients longer. However, given the current results it is already important to always consider the S-ICD for each patient in need of an ICD without pacing indication.”

This study was funded by a research grant from the Boston Scientific Investigator-Sponsored Research Program. The company had no role in the design, conduct and analysis of the study.