Onderzoek naar hersenschade in de sport

Hersenschade in de sport staat deze week volop in de belangstelling bij de media. In het voetbal zijn er zorgen over de mogelijke impact van koppen en hersenschuddingen en wordt gepleit voor onafhankelijk onderzoek.

Acute klachten
Sinds begin 2018 is het Emma Kinderziekenhuis van Amsterdam UMC betrokken bij een speciale polikliniek van de KNVB. Sporters kunnen hier terecht met aanhoudende klachten na een hersenschudding. Naast begeleiding bij herstel, doen de artsen samen met het Amsterdam UMC onderzoek naar verschillende verschijningsvormen van hersenschuddingen in de sport om zo de zorg voor sporters te verbeteren.
Onderzoeker Marsh Königs van Amsterdam UMC: “Een hersenschudding is een blessure die zich op verschillende manieren kan manifesteren. De klachten zijn divers, zoals hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, gevoeligheid voor licht, hoofdpijn, slecht slapen, nekpijn, een verstoorde balans en verminderde motorische controle, concentratie- en geheugenproblemen en vermoeidheid.” Lees hier meer over deze polikliniek.

Chronische klachten
Neuroloog Jort Vijverberg van Alzheimercentrum Amsterdam, Amsterdam UMC onderzoekt en behandelt progressieve hersenschade veroorzaakt door traumatisch hoofd-hersenletsel. Chronische traumatische encefalopathie (CTE) is een hersenaandoening die wordt veroorzaakt door herhalend hoofdtrauma zoals bij gevechtsporten, American Football, rugby en mogelijk ook voetbal, maar ook bij militairen. Mensen met CTE kunnen klachten hebben van het geheugen, stemming, gedrag of met bewegen. De diagnose CTE kan alleen gesteld worden na de dood met hersenweefselonderzoek. Jort Vijverberg in NRC over dit onderwerp.

Vijf vragen aan Jort Vijverberg  

1. Chronische Traumatische Encephalopathie staat in de belangstelling vanwege de Netflix-documentaire Killer Inside: The Mind of Aaron Hernandez. Het criminele gedrag van deze oud-American Footballspeler wordt hierin gelinkt aan hersenletsel dat hij tijdens zijn sportcarrière opliep. Hoe zit dat?

“De levensloop van sporthelden zoals bokser Muhammad Ali en American Footballspeler Mike Webster die na hun sportcarrière dement werden, bewijst dat het herhaaldelijk incasseren van klappen op je hoofd desastreuze gevolgen kan hebben. Hetzelfde geldt voor Aaron Hernandez, de belichaming van The American Dream, die tijdens zijn sportcarrière iemand vermoordde en in de gevangenis belandde. Kort daarop pleegde hij zelfmoord. Autopsie wees uit dat hij aan CTE leed. Het verklaart deels zijn criminele gedrag. CTE ontstaat door het herhaaldelijk oplopen van licht traumatisch hersenletsel. Bijvoorbeeld door klappen op het hoofd, of als het hoofd als stootkussen wordt gebruikt. De aandoening laat een scala aan symptomen zien, in het begin vooral migraine en geheugenverlies. Na verloop van tijd kunnen gedrags- en stemmingsstoornissen ontstaan, zoals agressie, depressie, middelenmisbruik en suïcidaal gedrag. In een later stadium ontaardt dit in dementie, Parkinson of spraakstoornissen. Oorspronkelijk spraken artsen over boksersdementie. Toen hetzelfde ziektebeeld opdook bij beoefenaars van andere contactsporten, oorlogsveteranen die blootgesteld waren aan explosies en slachtoffers van huiselijk geweld, kreeg het een medische duiding. CTE betekent zoiets als chronisch zieke hersenen door trauma’s.”

2. Wat gebeurt er in je hersenen als je herhaaldelijk klappen tegen je hoofd krijgt?

“De hoofdrolspeler in deze tragedie is Tau, een eiwit dat in de hersencellen wordt aangemaakt en de verbinding vormt tussen onze zenuwcellen. Een essentieel eiwit dus voor de stabiliteit van onze zenuwen en het transport van stoffen. Als er herhaaldelijk stress ontstaat op de frontale en temporale hersenkwab, hoopt het Tau-eiwit zich op in een verkeerde opgekrulde vorm. Bovendien wordt het onoplosbaar. Als de vorm en dus de functie van Tau veranderen, verstoort dat de verbinding tussen de zenuwcellen. Deze geven geen impulsen meer door, waardoor hersencellen afsterven. CTE onderscheidt zich van de ziekte van Alzheimer (waar het Tau-eiwit ook schade veroorzaakt, red) door de combinatie van het verkeerd gevouwen Tau met de aanwezigheid van het eiwit TDP-43. Als dit eiwit zich door een chemisch proces verkeerd vouwt, verstoort het niet alleen de aanmaak van duizenden andere eiwitten, maar verhuist het ook naar andere plekken in de cel, waar het zich vervolgens ophoopt. Inmiddels zijn we er zo goed als zeker van dat de combinatie van deze twee ontspoorde eiwitten een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van CTE.”

 3. Toen onomstotelijk bewezen was dat American Footballspelers een grotere kans hebben op CTE, kwam in Amerika het wetenschappelijk onderzoek op gang. In Nederland staat dit onderzoek nog in de kinderschoenen, jouw team is er onlangs mee begonnen. Waar ligt de focus?

“Omdat we steeds meer weten over CTE kan er aan een behandeling worden gewerkt. Wij liften mee op onderzoek naar een medicijn voor de ziekte van Alzheimer, dat specifiek gericht is op die ontspoorde Tau-eiwitten. Wat we missen, is diagnostische kennis. Nog steeds weten we pas na overlijden of er werkelijk sprake was van CTE. Ook omdat behandeling van de ziekte dichterbij komt, is het belangrijk om CTE eerder te kunnen vaststellen. Dit moet mogelijk zijn op basis van bloed- en hersenvochtonderzoek, technieken die wij bij Amsterdam UMC goed beheersen en voor CTE verder gaan onderzoeken. Ook willen we weten welke bijdrage PET-scans kunnen leveren in het opsporen van ontspoorde Tau. Om kennis te vergaren, bouwen we nu aan een cohort van vooral oud-profvoetballers. Deze groep willen we over de tijd uitgebreid onderzoeken. Denk aan psychologische testen, MRI’s, analyse van bloed en hersenvocht. Zo willen we vroege aanwijzingen vinden voor CTE. Na overlijden doen we hersenonderzoek om te zien of onze bevindingen kloppen. Met de ontwikkeling van diagnostische criteria zullen we een belangrijke bijdrage leveren aan het internationaal onderzoeksveld.”

4. Kun je niet beter preventieve maatregelen nemen, wat bij American Football en boksen inmiddels is gebeurd? Bijvoorbeeld koppen bij voetballen verbieden.

“De KNVB, waarmee we in gesprek zijn, vindt dat je geen hoofd- en hersenletsel kunt oplopen als je op de juiste manier kopt. Zo stellig kan ik niet zijn. Hoe goed getraind je ook bent, uiteindelijk heeft koppen impact op je hoofd. De vraag is alleen in welke mate. Daar doen we nu onderzoek naar. Bij de hersenbank hopen we hiervoor een donorprogramma te openen voor Nederlandse sporters die na hun dood hun hersenen beschikbaar willen stellen. Die gaan we, met de CTE-bril op, onderzoeken. Daarvoor moet je veel data verzamelen. In Groot-Brittannië en België zijn inmiddels de koprichtlijnen aangepast naar aanleiding van een Schotse studie. Die wees uit dat de hersenen van overleden profvoetballers beduidend meer afwijkingen vertoonden die wijzen op Alzheimer, Parkinson en andere motorische zenuwziektes, dan het brein van niet-voetballers. Het probleem is alleen dat veel van deze oud-voetballers waarschijnlijk al CTE-symptomen vertoonden, wat de aanleiding voor de familie was om toestemming te geven voor autopsie. Zoiets vertekent, in ons onderzoek willen we dat uitsluiten.” 

5. Hoe kijk jij hier als jonge vader tegenaan? Laat jij jouw kinderen met een gerust hart een contactsport beoefenen?

“Tja, dat is een lastige vraag. Tegenwoordig is rugby populair, maar ik zal niet snel toestaan dat mijn kinderen die sport gaan beoefenen. Puur vanwege het risico op hoofd- en hersenletsel. We weten inmiddels dat die Tau-eiwitten zich vooral in jonge hersenen na hersenletsel makkelijk verkeerd opvouwen. Voetbal vind ik geen probleem. Ik zal dan wel aangegeven dat ze het koppen zoveel mogelijk moeten vermijden. Maar hier spreekt het vadergevoel. We vermoeden overigens dat de kans op het ontwikkelen van CTE ook met je DNA-profiel te maken heeft. Er zijn miljoenen mensen die een contactsport beoefenen. Als het echt alleen aan het herhaaldelijk incasseren van klappen op je hoofd ligt, zouden veel meer sporters aan deze progressieve hersenziekte lijden. Met ons onderzoek willen we daarom uiteindelijk ook DNA-diagnostiek ontwikkelen. Dan zou je aan het begin van je sportcarrière al een inschatting kunnen maken van de risico’s. Maar zover zijn we voorlopig nog niet.”

Tekst: Caroline Wellink, Jan Spee