Op de bres voor zeldzame ziekten

Carla Hollak, AMC-hoogleraar Metabole Ziekten zette een internationale database op met de gegevens van bijna zeshonderd Fabry-patiënten. Dankzij dit register kunnen artsen de geneesmiddelen voor deze erfelijke ziekte veel gerichter voorschrijven. Als erkenning voor haar werk ontvangt Hollak vandaag een ZonMW Parel, een eervolle onderscheiding voor projecten die een bijdrage leveren aan een betere zorg.

Voor veel zeldzame ziekten weten artsen niet goed welke patient baat heeft bij een nieuw geneesmiddel. Er is een tekort aan bewijs over wie je wat moet geven en weinig informatie over veiligheid en effectiviteit. Dat komt omdat er maar weinig mensen met de ziekte zijn waardoor er nauwelijks informatie voorhanden is. “Eigenlijk doen we dan maar wat”, vertelt Hollak. “Ik bedoel dat we dan behandelen op basis van de studies die er wél zijn, want dat is het enige dat we hebben. Maar die onderzoeken zijn vaak flinterdun, afkomstig van de farmaceutische bedrijven die het geneesmiddel op de markt hebben gebracht, en uitgevoerd met kleine groepen patiënten. Terwijl je grote groepen nodig hebt om te kunnen bepalen wie je wat moet geven.”

Doelmatigheidsstudies

Hollak pleit al jaren voor meer doelmatigheidsstudies voor weesgeneesmiddelen - medicijnen voor zeldzame ziekten. Welke patiënt heeft baat bij welk medicijn, wanneer, en in welke dosering? Om daar onderbouwd iets over te kunnen zeggen zijn de gegevens van veel patiënten nodig. Hollak: “De symptomen bij zeldzame stofwisselingsziekten variëren enorm: van veel klachten tot enkele symptomen. Hoe weet je dan wie je wel en wie je niet moet behandelen? Is er een verschil tussen mannen en vrouwen? Welke dosering werkt het beste? Dat kan je alleen maar onderzoeken als je beschikt over de gegevens van veel patiënten.” En dat is bij zeldzame ziekten nou net het probleem.

In de jaren negentig nam Hollak al het initiatief om meer te weten te komen over de ziekte van Gaucher en de behandeling van deze zeldzame erfelijke ziekte. Patienten met deze aandoening hebben te weinig van een bepaald enzym, of het enzym werkt niet goed. Het lichaam kan bepaalde stoffen niet of maar moeizaam afbreken. Hollak verzamelde de gegevens van patiënten in een database zodat er onderzoek gedaan kon worden.

“Dat was eigenlijk één van de eerste industrie-onafhankelijke doelmatigheidsstudies”, vertelt ze. “Uiteindelijk hebben we toen biomarkers geïdentificeerd die het ziektebeloop voorspellen. En we konden goed monitoren bij wie het geneesmiddel aanslaat en bij wie niet. Met zo’n studie kan je miljoenen euro’s besparen. Want als blijkt dat niet iedereen dat hele dure weesgeneesmiddel nodig heeft in hoge dosering, dan scheelt dat een heleboel geld.”

Fabry

Ook de erfelijke ziekte van Fabry varieert in verschijningsvorm en vraagt om een behandeling op maat. Net als bij de ziekte van Gaucher, wordt de ziekte van Fabry veroorzaakt door een enzymtekort en kan het lichaam bepaalde stoffen niet goed afbreken. Die stoffen stapelen zich op, bijvoorbeeld in de wand van bloedvaten, in hart, nier en zenuwcellen en dat veroorzaakt uiteenlopende klachten. “Zonder behandeling raken organen zoals je nieren en je hart onomkeerbaar beschadigd”, legt Hollak uit. “Anders dan bij Gaucher, waar veel symptomen echt verdwijnen, is de behandeling met enzymtherapie voor Fabry er vooral op gericht om klachten te voorkomen of te stabiliseren.”

Hollak nam vier jaar geleden het initiatief voor een onafhankelijk internationaal register, dat ze opzette met geld uit het ZonMW-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen, ondersteund door de patientenvereniging. Het register bevat data uit Canada en drie grote Europese centra. Er zitten inmiddels gegevens in van bijna zeshonderd Fabry-patiënten, waarmee doelmatigheidsstudies zijn gedaan. Arts-onderzoeker Maarten Arends, gesteund door klinisch epidemioloog Marieke Biegstraaten, voerde de studies uit en promoveerde in november 2017 op dit onderwerp. De ZonMW Parel die Hollak vandaag in ontvangst neemt, krijgt ze als waardering voor het baanbrekende onderzoek van haar team naar de ziekte van Fabry.

Artsen kunnen hun patiënten nu veiliger en gerichter behandelen. Hollak: “We hebben start- en stopcriteria voor medicatie bepaald en richtlijnen opgesteld voor de behandeling. Ook weten we meer over de verschillende uitingsvormen van de ziekte, en hoe die zich verhouden tot veranderingen in het erfelijke materiaal.” Bovendien geldt opnieuw: het gericht inzetten van medicatie bespaart kosten. Want niet iedereen heeft baat bij het dure medicijn. Hollak meent dat inzet van dit soort onafhankelijke databases vroeg in het registratieproces noodzakelijk is om sneller openstaande vragen te beantwoorden. Zo is deze aanpak uiteindelijk in het belang van de patiënt, de zorgverlener en de overheid. En dat is een Parel waard.

Een Parel van ZonMW

ZonMw subsidieert via haar tientallen programma’s veel verschillende projecten op het gebied van onderzoek en implementatie. Het is de ambitie dat de resultaten hiervan uiteindelijk een bijdrage leveren aan een betere praktijk in preventie en zorg. Om duidelijker zichtbaar te maken waar ZonMw voor staat, worden jaarlijks enkele projecten in het zonnetje gezet. Deze Parelprojecten hebben bijzonder vernieuwende resultaten die zich lenen voor landelijke invoering, of zijn tot stand gekomen via uitstekende samenwerking, of hebben extra oog voor aspecten als diversiteit, patiëntgerichtheid of innovatie. Met het uitreiken van een Parel aan deze projecten wil ZonMw deze extra inspanningen van projectleiders en hun teams belonen, en anderen