Op missie in Suriname: “Een tekort aan eigenlijk alles”

“Een oneindige toestroom van nieuwe patiënten. Uitgeputte verpleegkundigen die voor een habbekrats al meer dan een jaar dubbele diensten draaien. Verouderde apparatuur waaraan constant iets kapot gaat. Een tekort aan bedden, medicijnen, beschermingsmiddelen, vaccins. Eigenlijk aan alles. Continue improviseren en zoeken naar de meest veilige en best haalbare optie. In Suriname is het code zwart.” Afgelopen juni reisde Laura Cadenau, deskundige infectiepreventie, voor de derde keer af naar Suriname om de gezondheidszorg te ondersteunen, in de hoop de coronasituatie weer onder controle te krijgen.

Absoluut onmisbaar achter de schermen, de afdeling Infectiepreventie. Dit team stelt alles in het werk om infecties en de overdacht van micro-organismen zoals bacteriën, virussen en schimmels in het ziekenhuis te voorkomen. “Binnen Amsterdam UMC zien wij erop toe dat patiënten veilig in het ziekenhuis kunnen verblijven en dat zorgmedewerkers ook veilig hun werk kunnen doen”, vertelt Laura Cadenau, deskundige infectiepreventie. “Of het nou gaat om de MRSA-bacterie, influenza of om corona. Dat is onze kerntaak.”

Zoektocht

Toen vanuit China de eerste berichten over een nieuw virus binnenkwamen, stond haar team meteen op scherp. “Omdat er aanvankelijk nog geen duidelijke richtlijnen waren voor de bestrijding van dit covid-virus bij mensen, was de infectiepreventie een behoorlijk intense zoektocht”, vertelt Cadenau. “Wat doen we als patiënten zich ook hier met het virus melden? Hoe moeten we de patiënten screenen? Wat zijn de opschalingsplannen als het echt een pandemie wordt? Welke afdelingen zijn geschikt voor cohort? Wat is het isolatiebeleid? Welke persoonlijke beschermingsmiddelen zijn noodzakelijk? Enzovoort.” In de periode die volgde, bogen Cadenau en haar collega’s zich over van alles: van het desinfecteren van handen, de luchtbehandeling van operatiekamers, het inkopen en keuren van de beschermingsmiddelen en het adviseren van zorgpersoneel tot contactonderzoek, opzetten van cohort afdelingen en isoleren van patiënten.

“Het was constant zoeken naar de juiste middelen om het verblijf van patiënten en medewerkers in het ziekenhuis zo veilig mogelijk te maken. Absoluut een uitdaging.”

Overhandigen van donatiemateriaal in het Diakonesse ziekenhuis in Paramaribo Overhandigen van donatiemateriaal in het Diakonesse ziekenhuis in Paramaribo

Suriname

Toen de besmettingscijfers in de zomer van 2020 in Nederland omlaag gingen, kon Cadenau weer even op adem komen. Maar in plaats van welverdiende rust, besloot ze haar vakantiedagen op te nemen en naar Suriname af te reizen om ook daar ondersteuning te bieden bij het opzetten en uitdragen van infectiebeleid. “Op LinkedIn zag ik een oproep voorbijkomen van SU4SU (Surinamers voor Suriname, red.). Internist-Infectioloog Denise Telgt en haar collega, intensivist Jeroen Schouten van het Radboud UMC waren bezig om een medisch team samen te stellen. Ik heb meteen gereageerd. Wat moest ik anders? Duimendraaien in Nederland? Dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen.” Kort daarna stapte ze met een groep van verpleegkundigen, artsen, technici en laboranten het vliegtuig in.

Ondenkbaar

Het infectiebeleid dat Cadenau voor Amsterdam UMC had opgesteld bleek in Suriname niet altijd van evenveel waarde: “De mogelijkheden daar zijn beperkt, dus moet je improviseren. In Amsterdam UMC hebben we bijvoorbeeld een OK-ruimte die alleen voor covid-patiënten wordt gebruikt. Maar met een totaal van vijf OK’s in een van de ziekenhuizen hebben ze die luxe niet daar. Die kamers moeten ze continu gebruiken, voor alle soorten patiënten. Daar komt nog bij dat ze weinig tot geen ventilatie hebben in die kamers. Dus wat doe je dan met die aerosolen in de lucht als daar net een covid-patiënt geopereerd is? Een van de OK-ruimtes bleek een raam te hebben. Toen hebben we samen besloten om covid-patiënten alleen daar te opereren. Na de operatie werd het raam dan een half uurtje opengezet om de lucht te verversen voordat een volgende patiënt, al dan niet met covid, naar binnen werd gebracht. In Nederland zou zoiets ondenkbaar zijn, maar voor daar was dat op dat moment de veiligste optie, dus dan doe je het zo.”

In het Diakonesse ziekenhuis op een COVID afdeling met collega Deskundige Infectiepreventie van daar en een Nederlandse verpleegkundige uit de missie In het Diakonesse ziekenhuis op een COVID afdeling met collega Deskundige Infectiepreventie van daar en een Nederlandse verpleegkundige uit de missie

Risicovolle situaties

Van verpleegkundigen uit Nederland kreeg Cadenau te horen dat zorgmedewerkers beschermingsmateriaal als mondmaskers en isolatieschorten na een pauze soms weer hergebruikten en hun handen niet altijd even goed wasten. “Ik heb daar scholing gegeven over covid-zorg en basishygiëne, maar vaak zijn er simpelweg niet genoeg beschermingsmiddelen voorhanden om iedere keer een nieuwe set te pakken.” Dat tekort aan materialen levert constant gevaarlijke situaties op. “Je hebt bijvoorbeeld bepaalde beademingsslangen die je vanwege een verhoogd risico op bacteriële besmetting van de patiënt eenmalig hoort te gebruiken en na 48 uur moet vervangen. Maar ook daar is door de crisis in de ziekenhuizen in Suriname niet genoeg voorraad van. Dus hebben we een manier bedacht waarop je die slangen zo goed mogelijk kunt desinfecteren en je ze toch nog een keer kunt gebruiken. Met alle risico’s van dien. Maar nood, nee, ramp breekt wet. Zonder zo’n slang gaat de patiënt dood. Een andere optie is er simpelweg niet.”

Bij de ingang het ‘s Lands Hospitaal in Paramaribo Bij de ingang het ‘s Lands Hospitaal in Paramaribo

Improviseren

Van de zorgmedewerkers daar heeft ze geleerd om inventief en creatief te zijn. “Schaarste is realiteit daar, zowel in personeel als in benodigde medicijnen en apparatuur. Zo is improviseren en alternatieven bedenken aan de orde van de dag. Diep respect voor hoe zij dat doen.” Ze heeft er vrienden voor het leven gemaakt. “Niet alleen met het medische team uit Nederland heb ik een hele bijzondere band opgebouwd, ook veel Surinamers heb ik in mijn hart mogen sluiten. Een ontzettend warm en gastvrij volk, ondanks de ramp die zich daar nu voltrekt.”

Tekst: Sophie Verschoor