Stap dichter bij voorspellen ernst hartspierziekte

In families waar HCM, een ziekte van de hartspier, door hetzelfde gendefect wordt veroorzaakt, is grote variatie te zien in de ernst van de ziekte. Terwijl de een amper klachten heeft, staat de ander op de wachtlijst voor een harttransplantatie. Onderzoekers van onder andere Amsterdam UMC hebben hiervoor een mogelijke verklaring gevonden. De bevindingen zijn vandaag gepubliceerd in Nature Genetics.

Mensen met HCM (hypertrofische cardiomyopathie) hebben een verdikte hartspier, wat gevolgen kan hebben voor de werking van het hart. De ziekte – die bij 1 op de 500 mensen voorkomt – kan leiden tot hartfalen en plotse hartdood. Bij de helft van de HCM-patiënten wordt een genetische mutatie gevonden, bij de andere helft blijft de oorzaak onbekend. “Zelfs als we een genetische oorzaak vinden, is niet te voorspellen hoe ziek iemand daarvan zal worden”, vertelt Connie Bezzina van de afdeling Experimentele cardiologie.

Genetische variaties

Bezzina en haar collega’s gingen op zoek naar genetische variaties die, bovenop het genetische defect, bijdragen aan de ernst van HCM. “Op zichzelf doen deze genetische variaties niet zo veel. Maar allemaal samen kunnen ze een grote invloed hebben op de ernst van het ziektebeeld.”

De onderzoekers deden genoombrede associatiestudies (GWAS), waarbij DNA van patiënten met HCM werd vergeleken met het DNA van de algemene bevolking. Daarnaast beschikten ze via de Britse UK Biobank over materiaal van bijna 20.000 mensen zonder structurele hartziekte. Daarin zochten ze naar variaties in genen die betrokken zijn bij de werking van de linkerhartkamer. Zo kwamen ze tot een risicoscore waarmee ze de variatie in de uitingen van HCM kunnen verklaren. Uiteindelijk hoopt Bezzina dat met zo’n score de ernst van HCM kan worden voorspeld.

Samentrekking hartspier

Daarnaast kregen de onderzoekers meer inzicht in de biologische mechanismen achter de aandoening. De gevonden variaties beïnvloeden de samentrekking van de hartspier. Dat levert nieuwe mogelijkheden op voor de behandeling van HCM.

De groep van Bezzina deed het onderzoek samen met Erasmus MC en UMCG, en Canadese en Britse collega’s.

Tekst: Irene van Elzakker
Foto: Shutterstock