Tijdstip van overlijden op plaats delict nu nog nauwkeuriger

(English below) Onderzoekers van Amsterdam UMC hebben een nieuwe methode ontwikkeld om het tijdstip van overlijden op een plaats delict veel preciezer te bepalen. Met de tot nu toe gehanteerde techniek is de onzekerheid enige uren; het nieuwe onderzoek brengt dit terug tot minder dan een uur. De resultaten van het onderzoek staan in Science Advances.

Als de politie op een plaats delict komt met een lichaam van iemand die door een misdrijf om het leven is gekomen, dan wil de recherche zo precies mogelijk weten wanneer de dader toesloeg. Hoe nauwkeuriger het tijdstip, hoe beter dat is voor het onderzoek. Als een verdachte een alibi heeft voor het tijdstip van overlijden dan kan hij of zij worden weggestreept. Is de marge rond het tijdstip van overlijden breed, dan blijven meer mensen verdacht.

“We halen in ons onderzoek een nauwkeurigheid van gemiddeld 45 minuten bij mensen die vijf tot vijftig uur dood zijn”, zegt onderzoeksleider prof. dr. Maurice Aalders, hoogleraar Forensische biofysica van Amsterdam UMC. “Dit is een grote stap voorwaarts in het forensisch onderzoek op de plaats delict, de plek waar een levenloos lichaam is gevonden. Onze methode is bruikbaar tot twee dagen na overlijden van het slachtoffer.”

Grof model
Tot nu toe gebruikt de technische recherche een eenvoudig model dat is gebaseerd op afkoeling van het lichaam na overlijden. Aalders: “De temperatuur wordt rectaal vastgesteld. Samen met het lichaamsgewicht en de temperatuur in de omgeving valt uit een tabel af te lezen hoeveel uur geleden die persoon ongeveer is overleden. De meetwijze van de temperatuur is niet ideaal, omdat de rechercheur een invasieve meting moet doen en daarmee sporen kan vernietigen.”
De tabel die de politie gebruikt  is ook niet ideaal. Die gaat uit van de afkoeling van een lichaam onder standaardcondities, condities die nog wel eens kunnen afwijken. Het maakt in afkoeling enorm uit of een persoon zwaar is gebouwd of erg mager is. Aalders: “De uitkomsten zijn niet zo betrouwbaar. Bij personen van gelijk gewicht, maar met een verschillende lichaamsgebouw, geeft het model dezelfde uitkomst.”

Precieze tijdstip
Aalders en zijn onderzoekers van Amsterdam UMC hebben, in samenwerking met het Co van Ledden Hulsebosch Centrum (het forensisch onderzoeksinstituut van de Universiteit van Amsterdam) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), een preciezere methode ontwikkeld om het tijdstip van overlijden vast te stellen in de eerste dagen na het misdrijf.
Omdat het bepalen van het tijdstip van overlijden heel belangrijk is, zijn veel methoden onderzocht. Zoals de bepaling van kalium in het oog of het analyseren van weefsel op de concentratie van bepaalde eiwitten. Deze methoden zijn nog niet naar de praktijk gebracht.
Bij de nieuwe methode meet een rechercheur op de plaats delict non-invasief op één tot vier plaatsen de temperatuur met een thermische camera of een sensor die op het lichaam wordt geplakt. De meetgegevens gaan in een model dat veel preciezer is toegesneden op de situatie. Bijvoorbeeld met extra informatie: is het lichaam gekleed achtergelaten, ligt het (deels) in het water, op welke ondergrond is het gevonden, enzovoorts.
Deze benadering is getoetst met lichamen waarvan het tijdstip van overlijden precies bekend is. De onderzoekers hielden rekening met de hoeveelheid lichaamsvet en de kleding die het slachtoffer droeg. Gemiddeld waren de afwijkingen 45 minuten, met soms een afwijking van iets meer dan een uur. De resultaten zijn veel beter dan de oude methode.

3D-model
“Uiteraard willen we dit verder verfijnen”, aldus Aalders, “We zijn ervan overtuigd dat het nog nauwkeuriger kan. Maar deze verbetering is al bruikbaar voor politie. We werken aan een methode waarmee we een lichaam op de plaats delict 3D vastleggen. Die methode, structure from motion fotogrammetrie, houdt in dat er vanuit alle richtingen gefotografeerd wordt, waarmee een programma een 3D-model maakt. Dat wordt direct ingelezen in ons programma om de afkoeling te berekenen. Zo kunnen rechercheurs nog nauwkeuriger voor uiteenlopende lichamen, lichaamshoudingen en situaties het tijdstip van overlijden vaststellen.”

Tekst: Marc van den Broek
Foto: Foter.com

New method for more accurate determination of time of death at crime scenes

Researchers from Amsterdam UMC, the University of Amsterdam and the Netherlands Forensic Institute (NFI) - partners in the forensic research institution the Co van Ledden Hulsebosch Center - have developed a method that allows for a more accurate determination of the time of death at a crime scene. Existing methods can only give a window of several hours; the new method reduces this to less than an hour. The research has been published in the journal Science Advances.

In investigations concerning people found dead at a crime scene, detectives want to establish the time of death with the highest possible level of accuracy. The more accurate the time given, the better it can be compared against suspects’ alibis – so a small margin of error around the time of death can lead to a reduction in the number of potential suspects. Using the method now published in Science Advances, a time of death can be calculated accurately to within an average of 45 minutes for people who have been dead between five and fifty hours. According to Prof. Maurice Aalders, professor by special appointment of Forensic Biophysics at the University of Amsterdam's AUMC and the Van 't Hoff for Molecular Sciences, this is a major step forward in forensic investigation.

Current method is rather coarse

The method currently applied by the police is based on the cooling of the body after death, Aalders explains. ‘The temperature is determined rectally. Combined with body weight and ambient conditions it can be looked up in a table how many hours have passed since a person died.’ However, these tables are far from ideal. For instance, in the cooling process it can make quite a difference whether a person is built heavily or thinly. Aalders: ‘The model does not incorporate this, so with persons of equal weight but with different body structures the outcome is the same. This implies that the results are not that reliable.’ He adds that the method is also not ideal since an invasive measurement has to be made, which can destroy traces of evidence.

More accurate determination
To improve determinations of time of death, Aalders and his colleagues investigated many alternatives, including the determination of potassium in the eye and the analysis of proteins in tissue. These methods have not yet been put into practice.
In the method reported in Science Advances, a crime scene detective non-invasively measures the temperature in one to four places, using a thermal camera or by applying sensors to the body. The data then go into a model that can be much more precisely tailored to the situation found at the crime scene. For example, information can be incorporated regarding clothing, whether the body is found (partly) in water, on what surface it has been found, and so on.
The new approach has been tested with bodies where the exact time of death was known. On average, the results obtained deviated 45 minutes from the actual value. And with a maximum deviation of just over an hour, the results are much better than those of the currently used method.

3D model
Even though the new model already offers drastic improvements for practical police work, Aalders sees a potential for further refinement. ‘We are convinced that even more accurate results can be obtained,’ he says. ‘We are working on a method with which we capture a body at the crime scene in 3D by means of structure from motion photogrammetry. This involves photographing from all directions and applying a computer program to generate a 3D image. This is then immediately used in our model to calculate the cooling. In this way, investigators can determine the time of death even more accurately for a variety of bodies, postures and situations.’

Publication details
Leah S. Wilk, Richelle J.M. Hoveling, Gerda J. Edelman, Huub J.J. Hardy, Sebastiaan van Schouwen, Harry van Venrooij, Maurice C.G. Aalders: ‘Reconstructing the time since death using noninvasive thermometry and numerical analysis’, in: Science Advances 29 May 2020: Vol. 6, no. 22, eaba4243
DOI: 10.1126/sciadv.aba4243