Visolie voor borderline

Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis hebben duidelijk voordeel van het innemen van omega-3-vetzuren. Dit blijkt uit de eerste grote analyse van Amsterdam UMC naar het effect van de visolie op deze stoornis. Bij (postnatale) depressie was dit al eerder aangetoond. Het onderzoek is vandaag gepubliceerd in het Journal of Clinical Psychiatry.

Het effect van visolie op verschillende psychiatrische aandoeningen werd al jarenlang vermoed en beschreven, maar de tot nu toe uitgevoerde studies waren te klein voor duidelijke conclusies over borderline persoonlijkheidsstoornissen (BPS). Dr. Roel Mocking en zijn team hebben de uitkomsten van alle individuele studies samengevoegd en daarop een analyse uitgevoerd. Mocking: “Op basis van deze zogenoemde meta-analyse kunnen we voor het eerst iets zeggen over het effect bij BPS. We zien dat de visolie vooral effect heeft op symptomen die te maken hebben met stemming en impulsiviteit.”

Mensen met BPS ervaren grillige wisselingen in de stemming. Een andere kenmerk is impulsiviteit. De patiënt heeft hier veel last van, zijn of haar omgeving heeft er vaak weinig geduld en begrip voor. Een tot twee op de honderd mensen heeft te maken met deze stoornis, vaker vrouwen dan mannen. Er zijn verschillende behandelingen die erop gericht zijn te leren omgaan met emoties en impulsief gedrag terug te dringen.

Voedselpreparaat

Ondanks de reeds beschikbare behandelingen zien veel patiënten en behandelaren ruimte voor aanvullende verlichting van klachten. Bestaande medicijnen voor depressie of psychose werken soms wel, maar vaak niet voldoende bij mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. Deze nieuwe studie kijkt of het voedingspreparaat omege-3-vetzuren werkt bij BPS.
Mocking: “Er zijn verschillende manieren hoe omega-3 vetzuren effect kunnen hebben op psychische klachten. De hersenen bestaan voor meer dan de helft uit vet en omega-3-vetzuren zijn een belangrijk bestandsdeel daarvan. Ze bepalen hoe goed de verbindingswegen tussen zenuwcellen functioneren.”
Van belang is dat we omega-3-vetzuren niet zelf kunnen aanmaken en afhankelijk zijn van wat we binnenkrijgen via het dieet. Mocking: “Sinds de industriële revolutie eten we steeds minder omega-3-vetzuren, wat de balans in de hersenen kan verstoren. Daarnaast kan visolie ontstekingen remmen, ook in de hersenen. Veel psychische stoornissen gaan gepaard met ontstekingsactiviteit. Die kan verhinderen dat medicatie goed aankomt in de hersenen. Zo zouden omega-3-vetzuren ook de werking van andere medicatie bij mensen met borderline persoonlijkheidsstoornis kunnen verbeteren.”

D
agelijks 2000 milligram
In de analyse van Amsterdam UMC zijn alleen mensen opgenomen met BPS die door een professional is vastgesteld. “De uitkomsten van de meta-analyse suggereren dat omega-3-vetzuur suppletie de moeite waard kan zijn bij mensen bij wie deze diagnose gesteld is”, vat Mocking samen. “Omega-3-vetzuren werken niet bij iedereen, we kunnen helaas nog niet goed voorspellen wie wel en wie niet reageert.”
Mocking stelt dat het slikken binnen enkele weken tot maanden het effect heeft. Het is onvoldoende bekend of de effecten groter worden als mensen het langer gebruiken, en hoe lang mensen door moeten gaan met slikken. De Gezondheidsraad adviseert dagelijks 200 milligram omega-3-vetuzren binnen te krijgen, bij voorkeur uit vis. Maar tot een paar duizend milligram wordt over het algemeen niet als schadelijk gezien. Mocking: “Voor depressie lijkt een dagelijkse dosis van 2000 milligram (2 gram) EPA, een van de omega-3 vetzuren, goed. In die orde van grootte moet je denken. Er zijn capsules met circa 700 mg EPA, dat betekent dus twee tot drie capsules per dag.”

Behandelrichtlijn

Mocking is er een voorstander van om bij BPS omega-3-vetzuren op te nemen in de behandelrichtlijn; bij depressie is dat inmiddels gebeurd. Hij waarschuwt dat mensen met psychische klachten niet zomaar omega-3-vetzuren op eigen initiatief moeten nemen. Gezien mogelijke bijwerkingen en interacties met andere middelen is overleg met een professional aan te raden.
De onderzoekers stellen dat er onvoldoende bewijs is dat omega-3-vetzuren psychische stoornissen kunnen voorkomen, alleen het effect op een behandeling is onderzocht. Mocking hoopt dat deze meta-analyse ertoe bijdraagt dat de mensen die er profijt van kunnen hebben, omega-3-vetzuren gebruiken.

Lees hier het onderzoeksartikel
Verhaal postnatale depressie en omega-3-vetzuren

Tekst: Marc van den Broek
Foto:
evidentlycochrane.net