Wetenschapsagenda 1-4 oktober 2019

Hierbij ontvangt u een overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC

Dinsdag 1 oktober
Promotie (locatie AMC)
Sigrid Troelstra: Roken vergroot risico op verzuim op werk

Roken vergroot het risico op verzuim en het aantal dagen verzuim door werknemers, stelt Sigrid Troelstra. Er is meer onderzoek nodig om te bepalen of stoppen met roken een positief effect heeft op het werk. De promovenda heeft onderzoek gedaan naar de effecten van het stoppen met roken op nationaal en lokaal niveau en de effecten op het werk. Een andere bevinding is dat het rookverbod in de horeca, de vergoeding van stoppen-met-roken hulp en de jaarlijkse Stoptober-campagne samen gaan met een toename in online zoekgedrag naar sites met informatie over het stoppen met roken. Verder vond ze dat de helft van de deelnemers aan Stoptober na drie maanden niet rookte. Troelstra stelt dat het aantal rokers verder kan dalen. Dan moeten werkgevers stoppen-met-roken interventies aanbieden en moeten er meer plekken rookvrij worden. Ook is het belangrijk dat de kosten van stoppen-met-roken interventies worden vergoed. De Stoptober-campagne kan verder verbeteren door meer samen te werken met werkgevers, lokale ondersteuners en huisartsen.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA), 14.00 uur
ink naar proefschrift

Woensdag 2 oktober
Promotie (locatie AMC)
Ilse Schuller: Gezamenlijke besluitvorming over levenseinde zeer ziek kind

Ouders van kinderen met (zeer) ernstig meervoudige beperkingen ervaren een gebrek aan informatie voorafgaand aan en tijdens het besluitvormingsproces rondom het levenseinde van hun kind. Dit stelt Ilse Schuller in haar proefschrift waarin ze heeft onderzocht hoe ouders van kinderen met (zeer) ernstig meervoudige beperkingen afgekort tot (Z)EMB betrokken (willen) worden bij beslissingen rondom het levenseinde. Ze constateert dat artsen meestal het initiatief nemen om beslissingen rondom het levenseinde te bespreken met ouders; maar ouders vinden dat dit vaak te laat gebeurt. Kwaliteit van leven speelt een grote rol tijdens het besluitvormingsproces. Dit wordt nog te weinig geëxpliciteerd tijdens de opeenvolgende gesprekken tussen ouders en arts. Dit is een risicofactor is voor het ontstaan van conflicten. Zowel artsen als ouders vinden dat voor een goed besluitvormingsproces het minder van belang is wie verantwoordelijk is voor de uiteindelijke beslissing; zij hechten vooral waarde aan goede organisatie, communicatie en steun. Het blijkt dat bestaande modellen voor gezamenlijke besluitvorming niet volledig aansluiten bij de behoeften van ouders van (Z)EMB kinderen. Deze ouders groeien als het ware op met hun kind en kennen het als geen ander. Ze nemen jarenlang ingrijpende beslissingen en hebben over de jaren heen een vertrouwensband opgebouwd met de behandelaars van hun kind. Ze voelen zich voldoende zeker om een grotere verantwoordelijkheid te dragen bij besluitvorming rondom het levenseinde. Daarom heeft Schuller een aangepast model van gezamenlijke besluitvorming ontwikkeld, dat beter aansluit bij de behoeften van deze groep ouders.
Plaats en tijd: Aula (UvA), 11.00 uur
Link naar proefschrift

Woensdag 2 oktober
Promotie
Anne-Floor Quast:: Op zoek naar betere ICD's
Anne-Floor Quast Quast heeft zich in haar onderzoek de afgelopen jaren gekeken naar de verbetering van de ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator), een geïmplanteerd apparaat om een ritmestoornis op te heffen en pacemaker-therapie voor patiënten met hartritmestoornissen.
Het eerste deel van haar proefschrift richt zich op patiëntselectie voor ICD-therapie, en dan met name op welke patiënten baat hebben bij een transveneuze ICD en welke patiënten meer baat hebben bij een extravasculaire ICD. Het tweede deel is gericht op het effect van de positie van de ICD op de effectiviteit; dat wil zeggen: het effect van de ICD-positie op defibrillatie drempels, het effect van de ICD-positie op hartschade na een ICD–schok, en de mogelijkheid om DFT (Defibrillatie Treshold Test) veilig achterwege te kunnen laten bij S-ICD (een ICD die onder de huid zit.) Het derde deel van het proefschrift richt zich op alternatieven voor transveneuze pacemakerdraden. De promovenda beschrijft onder andere het effect van de positie van een leadless-pacemaker bij patiënten op de communicatie met een S-ICD. Ook gaat ze in op een volledig nieuwe extravasculaire tijdelijke pacemaker. Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA), 12.00 uur

Woensdag 2 oktober
Promotie
Judith Kok: Kinderen krijgen minder vaak bestraling bij kanker

Het aandeel van radiotherapie in de behandeling van kinderkanker is gestaag afgenomen. In de periode 1963 - 1984 was dat nog 65 procent. Dat daalde tot 24 procent in de periode 1995 - 2001. Deze cijfers hebben betrekking op patiënten die vijf jaar na het constateren van de ziekte nog in leven zijn. Dit zegt Judith Kok in haar onderzoek naar het gebruik van radiotherapie (bestraling) bij kinderen. De promovenda onderzocht of de jonge patiënten in hun latere leven nog gevolgen ervaren van de bestraling. Het blijkt dat kinderen die radiotherapie kregen en daarna zijn genezen, een groter risico hebben op goedaardige tumoren, zoals tumoren van de hersenvliezen na schedelbestraling en poliepen in de dikke darm. Radiotherapie geeft daarnaast een sterk verhoogd risico op basaal-celcarcinomen van de huid, de meest voorkomende nieuwe tumor bij kinderen die zijn genezen van kanker. 9.3 procent van de onderzochte kinderen ontwikkelde een goedaardige tumor, tenminste vijf jaar na de diagnose van kinderkanker. Dit is meer dan het risico op kwaadaardige tumoren (exclusief huidtumoren) in de onderzoeksgroep. De resultaten uit deze studie dragen bij aan het verbeteren van de ontwikkeling van behandelprotocollen, zoals richtlijnen voor nazorg en screening van overlevenden van kinderkanker. Plaats en tijd: Aula (UvA), 13.00 uur
Link naar proefschrift

Woensdag 2 oktober
Oratie Mind the gap!
Prof dr. Riekelt Houtkooper is benoemd tot hoogleraar Translationeel metabolisme en houdt zijn oratie met als titel Mind the gap!

Houtkooper bepleit bruggen te bouwen om metabole ziekten de wereld uit te helpen. Bruggen tussen zeldzame erfelijke metabole ziekten bij kinderen en veelvoorkomende metabole ziekten bij ouderen. Bruggen tussen een labworm en de mens. En bruggen tussen wetenschappers en de maatschappij door middel van wetenschapscommunicatie. Dit alles is alleen mogelijk door intensieve en multidisciplinaire samenwerking. Verstoringen van het metabolisme, de stofwisseling, kunnen leiden tot metabole ziekten. Sommige van deze ziekten zijn erfelijk, vaak zeldzaam, en kunnen op kinderleeftijd leiden tot ernstige beperkingen en zelfs de dood. Maar metabole verstoringen treden ook op tijdens veroudering en kunnen bijdragen aan het ontstaan van veelvoorkomende ouderdomsziekten zoals type-2 diabetes, hartfalen en kanker. Hoewel deze ziekten ogenschijnlijk ver van elkaar afstaan (kindergeneeskunde versus ouderengeneeskunde) betoogt Houtkooper dat er vooral overeenkomsten zijn en dat deze overeenkomsten bruikbaar zijn voor een beter inzicht in de ziekteprocessen en de zoektocht naar preventie dan wel genezing. Belangrijk onderdeel hiervan is het gebruik van zogenaamde modelsystemen. Bijvoorbeeld: labwormen van één millimeter groot lijken verrassend veel op mensen en kunnen dan ook bij uitstek worden gebruikt om ziekten beter te begrijpen. Of met mini-spiertjes en mini-harten die in het lab worden gemaakt uit huidcellen van een patiënt en die echt samentrekken. Daarnaast is het meten van metabolisme van cruciaal belang. Hiervoor ontwikkelt Houtkooper nieuwe technologie door middel van massaspectrometrie, ook wel metabolomics. Deze nieuwe technologie en de beschikbare modelsystemen dragen bij aan het opsporen van de oorzaken van metabole ziekte, het ophelderen van de ziekte-mechanismen en de zoektocht naar nieuwe behandelingen. Plaats en tijd: Aula (UvA), 16.00 uur

Donderdag 3 oktober
Promotie
Charlotte Gaasterland: Betrek patiënten bij opzet wetenschappelijke studie

Patiënten denken graag mee over onderzoek en de opzet ervan. Volgens Gaasterland vinden patiënten het belangrijk om mee te denken over hoe in medisch onderzoek wordt bepaald welke medische interventies voor hun aandoeningen effectief zijn. Haar centrale onderzoeksvraag was hoe onderzoek naar zeldzame aandoeningen beter kan en hoe patiënten daarbij een rol kunnen spelen. Gaasterland heeft een model gemaakt dat beschrijft hoe wetenschappers patiënten kunnen meenemen in de opzet van een klinische studie, zodat die input de opzet van het onderzoek verbetert. Daarnaast heeft ze een voorzet gedaan om een bepaald meetinstrument te valideren dat de voorkeuren van patiënten bepaalt. Dit kan dan worden gebruikt in klinisch onderzoek bij zeldzame aandoeningen.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA), 10.00 uur
Link naar proefschrift

Donderdag 3 oktober
Promotie (locatie AMC)
Mieke Bus: Optisch biopt net zo goed als nemen van hapje weefsel
Hoewel in de kinderschoenen, is het mogelijk om een biopt te nemen van tumoren zonder te hoeven snijden of prikken. Deze diagnostische techniek met licht heet Optische Coherentie Tomografie (OCT). Uit het onderzoek van Bus blijkt dat een ‘optisch’ biopt net zo goed als - en in sommige opzichten zelfs beter dan - een ‘histologisch biopt’ waarbij een echt hapje weefsel wordt weggenomen. Bus deed onderzoek bij tumoren in de hoge urinewegen (urineleider en nierbekken). Ze vergeleek het optisch biopt met informatie via de bestaande technieken (CT/radiologie en histologische biopten. Het voordeel van een optisch biopt is dat het veel minder invasief is: er hoeft geen weefsel te worden weggenomen en het resultaat is meteen bekend. Hierdoor kan direct een behandelplan worden opgesteld en krijgt de patiënt direct de uitslag. Tumoren in de urineleider en nierbekken zijn zeldzaam. Tot een aantal jaar geleden werd bij iedere patiënt de gehele nier en urineleider weggenomen. Inmiddels is bekend dat laag risico tumoren met laser behandeld kunnen worden, waardoor de nier gespaard blijft. De uroloog moet dan wel zeker weten dat de tumor weinig risico met zich meebrengt. Omdat de urineleider en nierbekken diep in het lichaam liggen, is het moeilijk om een goed weefselbiopt te krijgen voor een goede diagnose. Met de techniek van het optisch biopt is het mogelijk om -minimaal invasief- voor de operatie een betrouwbare diagnose te krijgen. Daardoor kunnen meer patiënten niersparend behandeld worden.
Plaats en tijd:
Agnietenkapel (UvA), 12.00 uur
Link naar proefschrift

Donderdag 3 oktober
Promotie (locatie VUmc)
Harm Ebben: Microbubbels hoopgevende nieuwe behandeling bij slagaderlijke vaatafsluitingen

Jaarlijks worden duizenden mensen opgenomen in Nederlandse ziekenhuizen met slagaderlijke vaatafsluitingen van het been. Zij hebben extreem veel pijn en als behandeling niet snel volgt kan een been afsterven. Nieuwe behandeling met microbubbels en geluidsgolven lijkt sneller en veiliger voor de patiënt, dat is althans de voorzichtige conclusie na promotieonderzoek van Harm Ebben, chirurg in opleiding bij Amsterdam UMC en het Zaans Medisch Centrum. Tot 30% van de patiënten met een slagaderlijke vaatafsluiting van het been krijgt binnen een jaar te maken met een amputatie en tot 40% overleeft de eerste vijf jaar na een slagaderlijke vaatafsluiting niet. Bij de huidige trombolysebehandeling gaat een zeer sterk stolseloplossend medicijn naar de aangedane slagader. Hoewel trombolyse minder ingrijpend is dan chirurgische verwijdering, kleven er een aantal belangrijke nadelen aan, waaronder het hoge risico op ernstige bloedingscomplicaties zoals hersenbloedingen. Daarnaast moet de patiënt soms dagenlang op de intensive-care liggen en mag hij niet bewegen. Bij een nieuwe behandeling worden microbubbels (minuscule gasbelletjes) via de bloedbaan naar en in het stolsel gebracht. Vervolgens trillen en knappen deze microbubbels onder invloed van ultrageluid. Het stolsel wordt als het ware losgewoeld waardoor het medicijn sneller zijn werk kan doen. Een kleine twintig patiënten zijn inmiddels in onderzoeksverband behandeld met microbubbels, de eerste resultaten zijn hoopgevend. Het ultieme doel is het ontwikkelen van een kortere, meer effectieve én veiligere behandeling van patiënten met een grote slagaderlijke vaatafsluiting.
Plaats en tijd: Aula VU, 13.45 uur
Link naar proefschrift


Vrijdag 4 oktober
Promotie (locatie AMC)
Jantien Vogel: Met stroomstootjes alvleeskliertumor te lijf gaan
Dit proefschrift geeft een overzicht van de introductie van irreversibele electroporese (IRE) als behandeloptie voor een niet meer operatief te verwijderen tumor in de alvleesklier. IRE is een techniek waarbij de arts enkele naalden plaatst in de tumor en dan meerdere korte stroomstootjes toedient. Hierdoor ontstaan gaatjes in de tumorcellen die daardoor doodgaan. Het lichaam ruimt de resten zelf op. Deze techniek wordt toegepast bij patiënten met alvleesklierkanker. De prognose bij deze ziekte is erg slecht. Omdat de tumor vaak rondom bloedvaten en vitale structuren groeit, is opereren vaak niet mogelijk, zelfs als er nog geen uitzaaiingen zijn. Vogel heeft deze nieuwe techniek onderzocht. Daarbij keek ze naar de warmteontwikkeling, het effect op specifieke weefsels, en de betekenis van de behandeling voor patiënten.
Plaats en tijd:
Aula (UvA), 11.00 uur
Link naar proefschrift

Vrijdag 4 oktober
Promotie (locatie AMC)
Aziza Adam: Betere kunstlever voor patiënten

Kunstlevers (BALs) zijn ontwikkeld voor patiënten met leverfalen in het eindstadium van hun leven, patiënten die een periode moeten overbruggen naar transplantatie of patiënten die wachten op een natuurlijke genezing. Het zijn apparaten buiten het lichaam van de patiënt, die plasma laten circuleren over levercellen ingebed in een bioreactor. Deze levercellen nemen cruciale leverfuncties over van de patiënt, zoals de bloedsuikerspiegel in evenwicht houden, ontgiften en de productie van bloedeiwitten. Adam heeft gekeken naar de levercellen in BALs en zocht uit wat belangrijk is bij de rijping en differentiatie van deze cellen. Ook ging de promovendus na of er strategieën zijn voor verbetering. Ze benadrukt de rol van de mitochondriën die belangrijk zijn voor energiemetabolisme en een aantal leverfuncties. Met de opgedane kennis zijn kweekprocedures voor de cellen verbeterd. Ook heeft ze een nieuwe kweekmethode voor levercellen ontwikkeld die simpel is en tegelijk de cellen aanzienlijk verbetert. Deze werkwijze kan toegepast worden in alle laboratoria die werken met levercellen, bijvoorbeeld bij het testen van de veiligheid van medicijnen.
Plaats en tijd:
Agnietenkapel (UvA), 12.00 uur

Vrijdag 4 oktober
Promotie (locatie AMC)
Paul de Goede: Effect nachtwerk na week nog merkbaar in verstoring biologisch klok

Nachtwerk leidt tot verstoring van de biologische klok en tot een verstoord ritme in het functioneren van mitochondriën (energiefabriekjes in cellen). Dit blijkt uit onderzoek met proefdieren. Als zij een verstoorde biologische klok hadden, dan was de energieproductie in de mitochondriën van hun spiercellen sterk verlaagd, net als bij mensen met type-2 diabetes. Dit blijkt uit de studie van De Goede die onderzoek deed naar mensen die regelmatig nachtdiensten draaien. Hij wilde weten waarom deze groep een verhoogd risico heeft op ziekten zoals obesitas en suikerziekte. Uit het onderzoek blijkt dat een verstoring van de biologische klok (door bijvoorbeeld nachtwerk) niet leidt tot veranderde glucose/insuline bloedspiegels. De promovendus verklaart dit uit de periode dat de proefdieren dagelijks langdurig moesten vasten. Zo’n periode van vasten heeft gunstige effecten die de ongunstige effecten van een verstoorde klok (deels) tegengaan. Daarnaast zag hij dat sommige (moleculaire) verstoringen langer dan een week na het beëindigen van de nachtdienst-simulatie nog waarneembaar waren. Hoewel niet helemaal opgehelderd lijkt het verstoren van de biologische klok bij te dragen aan de grote kans op ziekte. Die klok reguleert elke dag een uitgebreid scala aan processen, inclusief het glucose- en mitochondrieel metabolisme. De onderzoeker vindt het opmerkelijk dat sommige effecten van een verstoorde biologische klok ruim een week later nog waarneembaar zijn. Aangezien mensen die regelmatig ploegendiensten draaien veelvuldig wisselen tussen nacht- en dagdiensten is het aannemelijk dat hun lichaam doorgaans onvolledig kan herstellen en dus chronisch verstoord is, met alle nadelige gevolgen van dien.
Plaats en tijd:
Agnietenkapel (UvA), 14.00 uur
Link naar proefschrift

vrijdag 4 oktober
Oratie (locatie AMC)

prof. dr. Collin Russel, hoogleraar Applied Evolutionary Biology: Evolution in our midst Russell houdt zich bezig met de ziekteverwekkers die overal om ons heen zijn. Zijn zorg is dat de virussen en bacteriën die ons het meest bedreigen zich ook het snelst ontwikkelen of evolueren. Hij houdt in zijn rede een pleidooi voor meer vaccins (tegen virussen) en antibiotica (tegen bacteriën). De nieuwe hoogleraar heeft veel gewerkt aan het griepvaccin. Hij onderzoekt het probleem niet met microscopen en ingewikkelde analyse apparatuur, maar met onderzoek in grote databestanden. Hij haalt nieuwe inzichten uit de ongelooflijke hoeveelheid gegevens die verstopt zit in enorme databestanden.Russell kijkt ook naar genetische informatie over virussen om te voorspellen wel vaccin het meest effectief is.
Plaats en tijd: Aula (UvA), 16.00 uur