Wetenschapsagenda 11 november - 16 november 2019

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC

Dinsdag 12 november
Promotie, Aula VU, 9.45 uur
Vincent Huson: Verandering van energiekosten beheert signaalsterkte hersencellen

In de communicatie tussen hersencellen is het niet alleen belangrijk met welke cellen er connecties gemaakt worden, maar ook wat voor elektrisch signaal er wordt verstuurd. Een signaal kan de vorm hebben van een sterke maar korte puls, of een zwakker onregelmatiger signaal uitgespreid over langere tijd. Hierbij zijn ook de energiekosten van het versturen van een signaal van belang. Vincent Huson onderzocht hoe verschillende eiwitten in hersencellen bijdragen aan het verhogen of verlagen van deze energiekosten en hoe dat de vorm van het signaal beïnvloedt. Hiervoor werden elektrische signalen van hersencellen gemeten en vergeleken met een wiskundig model. Hieruit blijkt dat verschillende eiwitten onafhankelijk van elkaar de energiekosten kunnen verlagen. Als gevolg hiervan kan een sterker signaal worden verstuurd. Wanneer meerdere eiwitten tegelijk de energiekosten verlagen, is het resultaat niet een simpele optelsom van de individuele contributies, maar een vermenigvuldiging in de signaalsterkte. Echter wanneer de energiekosten te ver verlaagd worden, kan de hersencel de controle over het versturen van signalen verliezen. Om dit tegen te gaan blijkt dat eiwitten mechanismes kunnen hebben om elkaars activatie te onderdrukken. Dit zorgt ervoor dat wanneer de energiekosten van het versturen van een signaal erg laag worden, er nog steeds gecontroleerde discrete signalen verstuurd kunnen worden. Met dit systeem kunnen hersencellen in korte tijd de sterkte van hun signalen veranderen. Door de beschikbaarheid van verschillende signaalsterktes kunnen hersennetwerken meer communicatiemogelijkheden benutten. Dit kan de rekenkracht van het netwerk vergroten en daarmee hogere cognitieve functies mogelijk maken.

Dinsdag 12 november
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 12.00 u.
Cissy Kityo Mutuluuza: Resistentie tegen hiv-medicatie in sub-Sahara Afrika

Resistentie tegen hiv-medicatie in sub-Sahara Afrika is een groeiend probleem. Vanaf 2004 is in dit gebied, waar veel hiv-infecties voorkomen, goede toegang tot zogenaamde eerstelijns medicatie. Steeds vaker blijken kinderen resistent tegen deze medicijnen. Dat komt doordat hun moeders vaak al hiv-medicatie slikten, en bijvoorbeeld borstvoeding gaven. Ook volwassenen die hun medicijnen niet regelmatig slikken (bijvoorbeeld omdat het niet beschikbaar is of niet betaalbaar) kunnen resistentie ontwikkelen. Dit alles bracht Kityo Mutuluuza aan het licht in haar onderzoek naar hiv-resistentie. Zij vond dat mensen die resistent raken voor deze medicatie wél goed reageren op de zogenaamde tweedelijns medicatie. Belangrijk is dus dat op tijd wordt gezien of mensen resistent zijn. Verder vond Kityo Mutyluuza dat het vooral lastig is om adolescenten te blijven volgen. Zij zijn vaak niet ‘therapietrouw’ en gaan minder regelmatig naar hun checkups bij de dokter. Dit heeft tot gevolg dat zij een groter gevaar lopen op resistentie of steeds zieker worden.
Link naar proefschrift

Dinsdag 12 november
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 14.00 u.
Seh Inzaule: Op weg naar een wereld zonder hiv/aids

Het Joint United Nations Programme on HIV/aids (UNAIDS) heeft als wereldwijde doelstelling dat 90 procent van mensen met hiv gediagnosticeerd is, dat 90 procent van hen antiretrovirale medicatie krijgt, en dat bij 90 procent van die groep de virusvermenigvuldiging volledige onderdrukt wordt. Hoewel de meeste landen behoorlijk vooruitgang boeken bij de derde 90 procent-doelstelling, wijst Inzaule in zijn proefschrift op bedreigingen die dit kunnen beperken of omkeren. De promovendus schrijft dat de toename van resistentie tegen de meest gebruikte middelen (NNRTI's) alarmerend hoog is bij kinderen (ongeveer de helft). Dit benadrukt de noodzaak om over te stappen op de door de WHO aanbevolen klasse van geneesmiddelen. Ook is het essentieel om therapietrouw te bevorderen, met name onder adolescenten. Inzaule wijst daarnaast op het belang van betere diagnostische tests om de behandeling te monitoren. Het bereiken en in stand houden van de doelstelling van virale onderdrukking bij mensen met hiv is cruciaal om rond 2030 de hiv-epidemie onder controle te krijgen. Een hoog niveau van virale onderdrukking leidt tot een lager ziekte- en sterftecijfer van mensen met hiv/aids en een verminderd risico op verdere overdracht. Dit is vooral van belang in Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara, waar de ziektelast van hiv hoog is.
Link naar proefschrift

Woensdag 13 november
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 10.00 u.
Robbert Berkhout: Innesteling van embryo in het baarmoederslijmvlies


Afhankelijk van hun kwaliteit nestelen embryo’s zich anders in het baarmoederslijmvlies. Dit gebeurt omdat embryo’s afhankelijk van hun vorm signaalstoffen uitscheiden, die een verschillende werking hebben op de bewegelijkheid van de cellen in het baarmoederslijmvlies. Dit stelt Berkhout in zijn proefschrift over welke elementen, zowel kenmerkend voor het embryo als voor het baarmoederslijmvlies, een rol spelen tijdens de innesteling in de baarmoeder. Ook keek hij naar de interactie tussen embryo en baarmoederslijmvlies. Berkhout verwacht met de resultaten van zijn studie iets bij te dragen aan het verder optimaliseren van behandelingsstrategieën in geassisteerde voorplanting. Het einddoel is de kansen van een geassisteerde voortplanting te verbeteren.
Link naar proefschrift

Woensdag 13 november
Promotie, Aula (UvA), 11.00 u.
Els van Meijel: Het onzichtbare letsel bij kinderen na een ongeluk; meer aandacht voor PTSS

Het blijft nodig om het bewustzijn te vergroten over de psychische gevolgen van ongelukken waarbij kinderen zijn betrokken. Het onzichtbare letsel na een ongeluk verdient evenveel aandacht als het zichtbare letsel – aldus onderzoeker Els Meijel in haar proefschrift. Zij deed onderzoek naar de psychische gevolgen van een ongeluk bij kinderen en bij hun ouders. Bij grote ongelukken en rampen met veel slachtoffers is er snel psychische ondersteuning. Slachtoffers worden geïnformeerd over normale psychologische reacties en hoe daarmee om te gaan en er worden korte en lange termijn screening en psychische nazorg geboden. Hoe anders is dit bij individuele ongelukken, qua omvang vergelijkbaar met een grote ramp. Meijel benadrukt het belang van goede zorg na ongevallen voor die groep. De STEPP, een screeningsmethode uit de VS, blijkt bruikbaar om te bepalen welke kinderen en ouders na een ongeval in de gaten gehouden moet worden. Dat geeft de mogelijkheid om op tijd in te grijpen en chronische psychische problemen te voorkomen. Daarnaast wordt vanuit het oogpunt van preventie traumasensitieve zorg aanbevolen. Dit is zorg waarbij kennis over psychisch trauma wordt gebruikt in de medische praktijk. Goede en tijdige pijnbestrijding en het voorkomen van stress zijn voorbeelden van traumasensitieve zorg.
Link naar proefschrift

Woensdag 13 november
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 12.00 u.
Thijs Wieldraaijer: Betere nazorg dikkedarmkanker door huisarts

Als huisartsen een grotere rol willen spelen bij de nazorg voor patiënten met dikkedarmkanker moeten zij daarvoor bijgeschoold worden. Ook hebben huisartsen dan meer tijd en geld nodig om die extra zorg te kunnen bieden. Daarnaast is goede communicatie tussen eerste en tweede lijn cruciaal. Dit concludeert Wieldraaijer in zijn proefschrift over de betrokkenheid van huisartsen bij de nazorg voor patiënten met dikkedarmkanker. De promovendus onderzocht de voorwaarden waarop huisartsen in de toekomst een grotere rol bij de nazorg van dikkedarmkanker kunnen krijgen. Dikkedarmkanker is een veelvoorkomende soort kanker. Door verbeterde opsporings- en behandelingsmogelijkheden is een behandeling voor dikkedarmkanker steeds vaker succesvol. De promovendus wijst erop dat de patiëntengroep die nazorg nodig heeft, groeit en vaak wat ouder en kwetsbaarder is. Het is daarom belangrijk om de nazorg zo te organiseren dat een mogelijke terugkeer van kanker tijdig ontdekt wordt. Daarnaast is een toegankelijke en persoonlijke revalidatie naar een optimale gezondheid van belang. Huisartsen kunnen hierbij een belangrijke, misschien wel centrale, rol spelen, schrijft Wieldraaijer.
Link naar proefschrift

Woensdag 13 november
Promotie, Aula (UvA), 13.00 u.
Joost Huiskens: Beste behandeling uitgezaaide darmkanker naar lever

Huiskens beschrijft in zijn proefschrift hoe artsen de beste behandeling kunnen selecteren voor patiënten bij wie darmkanker is uitgezaaid naar de lever. Darmkanker is de derde meest voorkomende kanker en de tweede doodsoorzaak door kanker wereldwijd. De meeste sterfgevallen door kanker zijn het gevolg van uitzaaiingen. Het weghalen van de uitzaaiingen in de lever biedt de beste kans op langdurige ziektevrije overleving of zelfs genezing. Na deze ingreep varieert de zogenoemde 5-jaars overleving tussen de 25en 58 procent. Bij patiënten bij wie een operatie niet mogelijk is, kunnen alsnog genezen na een therapie met medicijnen. Het optimale regime om die toe te dienen, is echter niet bekend en het gebrek aan consensus over criteria voor al dan niet wegsnijden van de uitzaaiingen bemoeilijkt de interpretatie van gepubliceerde resultaten. Daarom blijft goede besluitvorming over optimale behandelstrategie bij deze groep patiënten achterwege. In het tweede deel van zijn onderzoek beschrijft Huiskens de uitdagingen van de uitvoering van klinisch onderzoek en beschrijft hij mogelijke technologieën om de uitvoering van klinisch onderzoek te verbeteren.
Link naar proefschrift

Donderdag 14 november
Promotie, Aula VU, 9.45 uur
Rosalinde Slot: Het belang van onderzoek naar vroege alzheimer


Mensen met subjectieve geheugenklachten in behandeling bij een geheugenkliniek hebben een iets grotere kans op het krijgen van dementie dan mensen zonder geheugenklachten. Het grootste gedeelte van de mensen met geheugenklachten en met normale resultaten bij geheugentesten krijgt echter geen dementie. Dit concludeert Rosalinde Slot op basis van een grote internationale onderzoekssamenwerking. Dementie is een groot probleem voor de volksgezondheid. De meest voorkomende oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer. Tot op heden is er nog geen medicijn tegen deze ziekte gevonden. Al jaren voor een diagnose vinden de eerste veranderingen plaats in de hersenen. Er zijn aanwijzingen dat geheugenklachten een eerste verschijnsel kunnen zijn van deze veranderingen als gevolg van alzheimer. Slot richtte zich in haar onderzoek op het herkennen van vroege tekenen van de ziekte van Alzheimer in mensen met subjectieve geheugenklachten. Dit zijn mensen die geheugenklachten ervaren, maar waar bij objectief neuropsychologisch onderzoek geen veranderingen gevonden worden. De resultaten van haar onderzoek benadrukken het belang van onderzoek naar vroege veranderingen als gevolg van alzheimer, ook bij mensen die normaal presteren op geheugentests.

Donderdag 14 november
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 10.00 u.
Joris Koetsveld: Ziektes door teken
Teken kunnen naast de ziekte van Lyme ook andere ziektes overdragen.
Joris Koetsveld vond bijvoorbeeld twee patiënten in Nederland die geïnfecteerd bleken met de recent ontdekte ziekteverwekker Borrelia miyamotoi. Bij deze ziekte kan een patient koorts ontwikkelen en krijgt hij griepachtige verschijnselen. Ook raken mensen soms besmet met de Rickettsia-ziekteverwekker, waarbij men een meetbare immuunreactie vertoont, maar geen ziekteverschijnselen heeft. Het lukte Koetsveld om voor het eerst wereldwijd de Borrelia miyamotoi te kweken uit patiënten. Daardoor kon hij testen voor welke antibiotica de miyamotoi-bacterie gevoelig is. Het bleek te reageren op de meeste antibiotica, behalve op amoxicilline. Ook ontdekte de onderzoeker dat infectie met de miyamotoi-bacterie ertoe kan leiden dat een veelgebruikte test naar de Lymeziekte fout-positief uitslaat.
Link naar proefschrift

Donderdag 14 november
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 14.00 u.
Emile Farag: Bloedstroom bij aortaklepziekte beter in beeld

Dit proefschrift beschrijft de diagnostische waarde en het voorspellend potentieel van zogenoemde 4D flow MRI in de evaluatie van de abnormale bloedstroom bij patiënten met problemen aan de aorta, zoals aortaklepziekte. Farag toot aan dat 4D flow MRI een veelbelovende techniek is in het tijdperk van geavanceerde methoden om de bloeddoorstroming in beeld te brengen. Deze kan zowel in mensen als in bijvoorbeeld in laboratoriumopstellingen worden gebruikt om kenmerken van het stromen van het bloed te bestuderen bij patiënten met aortaklep ziekte. Verder heeft hij het effect van chirurgische en transkatheter aortaklepprothesen geëvalueerd op oplopende aortaklepprothesen en zijn de effecten van aortawortelvervanging bestudeerd.
Link naar proefschrift

Vrijdag 15 november
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 10.00 u.
Lucas Duits: Betere opsporing slokdarmkanker

Door chronisch brandend maagzuur kan het slijmvlies in het onderste deel van de slokdarm veranderen; dit heet een Barrett slokdarm. Hierdoor ontstaat een licht verhoogd risico op slokdarmkanker. Daarom krijgen patiënten met een Barrett slokdarm een periodieke controle om slokdarmkanker in een vroeg stadium te ontdekken. Het risico deze ziekte te krijgen, is klein, maar er zijn patiënten die een verhoogd risico lopen. Duits heeft zich in zijn proefschrift gericht op het verbeteren van de identificatie van patiënten met een hoog risico. Artsen kunnen die personen dan preventief behandelen om te voorkomen dat ze slokdarmkanker krijgen. Hij stelt voor dat een expert patholoog wordt ingeschakeld als bij patiënten met Barrett slokdarm licht onrustige cellen worden gevonden. Bij de overgrote meerderheid van deze patiënten is namelijk geen sprake van onrustige cellen. Wanneer deze wel worden gevonden, dan is het risico op het ontwikkelen van slokdarmkanker sterk verhoogd. De onderzoeker concludeert dat een objectieve biomarker test, verricht op de weefselhapjes van het inwendig onderzoek, accuraat kan vaststellen hoe hoog het risico voor het ontwikkelen van slokdarmkanker is voor individuele patiënten. Deze resultaten kunnen ertoe leiden dat een grote hoeveelheid overbodige inwendige onderzoeken wordt voorkomen. Dit leidt tot minder belasting voor de patiënt, minder kans op complicaties en ook minder zorgkosten. Een verder voordeel is dat artsen patiënten met een sterk verhoogd risico op slokdarmkanker preventief kunnen gaan behandelen. Dit voorkomt dat deze mensen later ingrijpende behandelingen voor gevorderde slokdarmkanker moeten ondergaan, met de hiermee geassocieerde sterfte en hogere kosten.
Link naar proefschrift

Vrijdag 15 november
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 12.00 u.
Diederik Meijer: Betere zorg bij enkelbreuk

Diederik Meijer deed onderzoek naar enkelbreuken.
Bij alle mensen met een breuk in hun enkel en een zogenaamd posterieur malleolair fragment moet een CT scan gemaakt worden en moeten artsen beter in kaart brengen hoe het (losse) fragment eruitziet, aldus de onderzoeker. 3D-metingen kunnen daarbij helpen. Link naar proefschrift

Vrijdag 15 november
Promotie, Agnietenkapel (UvA), 14.00 u.
Emma van de Weerdt: Transfusie bloedplaatjes voor kleine ingreep


Patiënten met een laag bloedplaatjesgehalte hebben een hoger risico op bloedingen. Deze patiënten ontvangen daarom transfusie met bloedplaatjes, voordat zij een kleine ingreep ondergaan. Het is echter onduidelijk of transfusie bloedingen kan voorkómen. Van de Weerdt toont op basis van de literatuur aan dat bloedingen na centraal veneuze lijnplaatsing (het prikken in een ader) bij deze patiënten zeldzaam zijn. Er is een protocol om de kans op bloedingen te onderzoeken. Daarnaast is een methode ontwikkeld om biotine, vitamine B8, aan bloedplaatjes te koppelen. Dit kan in toekomstig onderzoek gebruikt worden om onderscheid te maken tussen bloedplaatjes van de donor en de ontvanger. Indien onnodige bloedplaatjestransfusies voorkomen kunnen worden, dan krijgen patiënten geen bijwerkingen van transfusie, zoals koorts, jeuk, huiduitslag en longschade. Daarnaast zijn bloedplaatjes duur (tussen de €519 en €765 euro per zakje). Het niet doen van transfusies, die geen klinisch voordeel hebben, leidt tot kostenbesparing in de zorg.
Link naar proefschrift