Wetenschapsagenda 15 tot en met 19 juni 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC. Vanwege de situatie rondom het coronavirus verdedigen promovendi hun onderzoek nu digitaal.

Maandag 15 juni
Promotie (UvA), 14.00 u, online
Michael Schreuders: Landelijk beleid scholen rookvrij alleen effectief als scholen dit goed invoeren

Alle scholen zijn met ingang van het nieuwe schooljaar rookvrij. Het effect van deze maatregel op het rookgedrag van jongeren hangt sterk af van hoe de individuele school dit beleid invoert en vorm geeft. Dit zegt Schreuders in zijn proefschrift over het verschil van het effect van rookvrije scholen op het rookgedrag van jongeren, overal in Europa.
Schreuders heeft onderzocht hoe, voor wie en onder welke omstandigheden rookvrije-scholenbeleid leidt tot gedragsverandering onder jongeren en schoolmedewerkers. Belangrijke bevinding is dat jongeren minder gaan roken als schoolmedewerkers het rookvrije-scholenbeleid daadwerkelijk handhaven. Alleen dan is er sprake van een bijdrage aan een rookvrije generatie.
De promovendus realiseert zich dat de praktijk weerbarstig is en heeft de valkuilen in kaart gebracht. Het steeds bestraffen voor het overtreden van de rookregels kan zeker voor kwetsbare jongeren negatief uitpakken. Ook zullen jongeren de grenzen blijven opzoeken, daarop moeten scholen bedacht zijn. En scholen kunnen in een loyaliteitsconflict kunnen komen door maar te blijven verbieden. Leerlingen moeten ook dingen zelf leren uit te vinden. Daarnaast houden schoolmedewerker zich niet altijd aan de rookregels en afspraken omtrent handhaving, soms bewust, soms uit machteloosheid.
Uit het onderzoek van Schreuders komen aanbevelingen om het verbod om in schoolgebouwen en op schoolpleinen te roken tot een succes te maken. Er moeten duidelijke regels komen die roken voor iedereen op school verbiedt en de docenten moeten met scholieren discussiëren over doel en zin daarvan. Het schoolbestuur moet verantwoordelijkheden van schoolmedewerkers duidelijk maken en geen uitzonderingen toestaan. Ook moeten mensen die moeite hebben om te stoppen met roken of het rookbeleid bewust ondermijnen, worden ondersteund en begeleid.
Link naar proefschrift 

Dinsdag 16 juni
Promotie (UvA), 14.00 u, online
Philippe Guerci: Microcirculatie en orgaanfalen
De afgelopen twintig jaar is de microcirculatie, de doorstroming van het bloed in de allerkleinste bloedvaten in de organen, beschouwd als de plaats waar orgaanfalen (de situatie dat een of meerdere organen niet goed meer functioneren) zich ontwikkelt. Daardoor is de microcirculatie een therapeutisch doelwit geworden om deze ernstig zieken patiënten te behandelen.
In zijn proefschrift heeft Guerci gekeken naar het probleem dat architectuur van de microcirculatie varieert  van het ene orgaan tot het andere. Daarom is de ene therapie niet zomaar elders toe te passen. Hij stelt dat de veranderingen in de aangetaste microcirculatie betrekking hebben op het reservoir dat wordt gedefinieerd door de verschillende lagen van de vaatwand, de inhoud van het stromende plasma en het omringende weefsel.
Guerci stelt dat een veelzijdige benadering van deze microcirculatieveranderingen noodzakelijk is om een optimale therapie te onderzoeken die aan de behoeften voldoet, zodat de beschadigde microcirculatie wordt hersteld. In zijn proefschrift heeft Guerci de effecten van huidige en nieuwe therapieën voor zwaar beschadigde microcirculatie onderzocht door te kijken naar de verschillende componenten van de microcirculatie en de daaropvolgende eindfunctie van het orgaan. Verschillende hoofdstukken zijn gericht op de nier, waar orgaanfalen vaak voorkomt.
Link naar proefschrift 

Woensdag 17 juni
Promotie (UvA), 14.00 u, online
Laurien Kuhrij: Behandeling stroke kan nog beter
Bij sommige patiëntengroepen is nog winst te behalen in de behandeling van een herseninfarct (beroerte of stroke). De belangrijkste winst ontstaat door de tijd tussen de bloeding in de hersenen en de behandeling in het ziekenhuis verder te reduceren. Dit heeft een positief effect op het functioneren van patiënten na de stroke. Dit zegt Kuhrij in haar onderzoek naar de mogelijkheden om de zorg na een hersenbloeding te verbeteren.
Belangrijk is dat de patiënt zo snel mogelijk in een ziekenhuis komt waar de goede diagnose en de behandeling wordt gesteld. Behalve het verder reduceren van de tijd heeft ze gekeken naar het gebruik van een ander type grafiek om de geleverde zorg te evalueren en beter te kijken hoe het de patiënt vergaat na de behandeling. Om internationale vergelijking mogelijk te maken is het noodzakelijk dat de definities gelijk worden getrokken, zodat met goede gegevens meer waardevolle informatie kan worden gevonden.
Link naar proefschrift

Vrijdag 19 juni
Promotie (UvA), 10.00 u, online
Eva Peper: Betere beeldvorming bloedstroom in hart en slagaders
Een bepaalde vorm van MRI, de 4D flow magnetic resonance imaging, kan de complexe bloedstroom in het hart en de slagaders goed in beeld brengen. Het belangrijkste nadeel van 4D flow MRI is een lange tijd van maximaal 30 minuten die nodig is om de gegevens te verkrijgen. Dit probleem wordt meestal aangepakt door minder gegevens te bemonsteren of door de nauwkeurigheid van de scan te verminderen. Het nadeel daarvan is dat de MRI-beelden moeten worden gereconstrueerd met geavanceerde algoritmen om de beeldkwaliteit van een gewone scan te behouden.
Peper presenteert een nieuwe techniek die met hoge resolutie mogelijk maakt voor de schatting van de regionale pulsgolfsnelheid, de snelheid waarmee een bloeddrukgolf (polsgolf) zich door de slagaderen verplaatst. Ook is het mogelijk om een snelle 4D flow MRI met scantijden van slechts vier minuten te maken.
Peper toonde de nauwkeurigheid van snelle 4D-flow MRI aan te tonen in een klinische studie in de halsslagaders en de aorta. In een klinische studie werden bij 43 patiënten met familiale hypercholesterolemie en 18 onaangetaste broers en zussen onderzocht. Naast de MRI-sequentieontwikkeling werd in dit proefschrift een MRI-compatibel geïsoleerd kloppend varkenshartmodel gepresenteerd. 4D-flow MRI van het werkende hart leverde gedetailleerde beelden op van de bloedstroming. Deze scans waren ook haalbaar na de aortaklepvervangingsprocedure en bieden een breed scala aan toekomstige toepassingen.
Link naar proefschrift 

Vrijdag 19 juni

Promotie (UvA), 11.00 u, online
Jan Hendrik van Weerd: Fundamenteel onderzoek rol genen bij kloppen hart
Het hartgeleidingssysteem staat centraal bij de elektrische impuls die nodig is voor de gecoördineerde samentrekking van het hart. Defecten in de ontwikkeling of functie van dat systeem kunnen leiden tot geleidingsstoornissen, levensbedreigende hartritmestoornissen en hartdood.
Van Weerd heeft de regulatie van verschillende genen die betrokken zijn bij de hartgeleiding bestudeerd. Hij heeft de huidige kennis over de netwerken die ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van het hart samengevat, met de nadruk op het hartgeleidingssysteem, en besproken hoe defecten in deze netwerken bijdragen aan geleidingsstoornissen.
Verder onderzocht hij de evolutionaire conservering van een transcriptiefactor die belangrijk is voor de ontwikkeling van het geleidingssysteem en de pacemakerfunctie bij zoogdieren. Hij bestudeerde ook de rol van deze factor in het zebravishart.
Ook nam hij diverse andere genen onder de loep. De resultaten in dit proefschrift dragen bij aan het begrip van de complexe regulatie van de genexpressie in het hart en hoe gemeenschappelijke eigenschap-geassocieerde variatie kan bijdragen aan hartziekten.
Link naar proefschrift 

Vrijdag 19 juni

Promotie (VU), 13.45 u, online
Marieke van Ziel: Een neuron in stress
In neurodegeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer zijn aanwijzingen gevonden dat de zogenaamde ‘unfolded protein response’ (UPR) geactiveerd is. De UPR wordt actief als veel eiwitten niet goed gevouwen zijn en zal proberen de eiwitbalans te herstellen. Correct gevouwen eiwitten zijn essentieel voor het functioneren van alle cellen in ons lichaam. In ziekten zoals alzheimer zijn er specifieke eiwitten, waaronder het eiwit tau, niet goed gevouwen waardoor ze samenklonteren. In cellen met tau-klontjes ontstaan vaak specifieke blaasjes, de granulovacuolaire degeneratie lichaampjes (GVBs), waarin UPR activatiemarkers worden gevonden. Voor neurodegeneratieve ziekten worden er studies gedaan om te kijken of de UPR als aangrijpingspunt voor een therapie kan dienen. Daarom is het belangrijk om te onderzoeken wat de consequenties van UPR-activatie precies zijn voor de cel zelf en voor andere cellen.
Van Ziel laat zien dat, in tegenstelling tot eerdere publicaties, activatie van de UPR in één cel niet direct leidt tot UPR-activatie in andere cellen. Daarnaast heeft ze een potentieel mechanisme gevonden waarmee de UPR het uitscheiden van eiwitten stimuleert via een onconventionele route en hierdoor mogelijk andere cellen kan beïnvloeden. Tot slot beschrijft ze een nieuw model waarmee we hebben aangetoond dat tau-klontjes zorgen voor het ontstaan van de GVBs. Met dit model kunnen we onder andere beter uitzoeken wat de rol van de UPR is in ziekten zoals alzheimer.  
Link naar proefschrift