Wetenschapsagenda 18 tot en met 30 mei 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC. Vanwege de situatie rondom het coronavirus verdedigen promovendi hun onderzoek nu digitaal.

Maandag 18 mei
Promotie (VU), 11.45 uur

Aleid van de Kreeke: Alzheimer vast te stellen via het oog

De ziekte van Alzheimer kenmerkt zich onder andere door eiwitstapeling, vaatveranderingen en krimp van de hersenen. Dit proces vindt al vele jaren voor het ontwikkelen van klachten plaats. Om dit vast te stellen zijn dure en belastende onderzoeken nodig. Van de Kreeke onderzocht of dit ook via het oog kan. Het oog, en met name het netvlies, lijkt namelijk sterk op de hersenen. Het heeft een directe verbinding met de hersenen via de oogzenuw. Mogelijk kunnen afwijkingen in de hersenen van patiënten met alzheimer ook gevonden worden in het netvlies.
Er zijn al technieken binnen de oogheelkunde die dergelijke veranderingen van het netvlies kunnen meten. Deze werken met licht en zijn makkelijk, snel en goedkoop toe te passen.
Helaas bleek uit dit onderzoek dat deze technieken niet goed in staat waren om mensen met de ziekte van Alzheimer te onderscheiden van gezonde mensen. Van de Kreeke zag wel dat bij mensen in het voorstadium van de ziekte van Alzheimer (dus nog geen klachten, maar wel de typische veranderingen in de hersenen) een hogere vaatdichtheid in het netvlies werd gemeten. Dit biedt mogelijk aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een gemakkelijke en goedkope methode om mensen in een voorstadium van alzheimer te herkennen. 
Link naar proefschrift

Dinsdag 19 mei

Promotie (VU), 11.45 uur
Joost Verbeek: Nieuwe verbindingen maken werking van P-glycoproteïne zichtbaar

Verbeek beschrijft de synthese en eerste biologische testen van nieuwe verbindingen waarmee de hoeveelheid en de functionaliteit van het eiwit genaamd P-glycoproteïne is te meten. Dit eiwit ‘pompt’ allerlei stoffen die het herkent uit de hersenen en houdt zo de hersenen schoon. 
Bij verschillende ziektebeelden kan de functie van deze pomp verstoord raken, zoals bij alzheimer en epilepsie. Ook veel medicijnen die in het brein hun werk moeten doen, haalt de ‘P-glycoproteïne-pomp’ weg. Hierdoor is de dosering niet optimaal.
Om de werking van P-glycoproteïne goed te kunnen meten, ontwikkelde Verbeek verschillende stoffen en testte deze op hun biologische werking. Door medische beeldvorming (PET) maakte hij de hoeveelheid en de werking van P-glycoproteïne met deze nieuwe stoffen zichtbaar. Om de synthese van deze stoffen mogelijk te maken, ontwikkelde hij verschillende syntheseroutes die ook voor andere verbindingen bruikbaar zouden kunnen zijn.
Het beste resultaat is de eerste verbinding die ook in een levend organisme lijkt te binden aan P-glycoproteïne. Voordat deze verbinding bij de mens toepasbaar is, is er nog vervolgonderzoek nodig.
Link naar proefschrift
Livestream Vrije Universiteit

Woensdag 20 mei

Promotie (VU), 9.45 uur
Mariam Slot: Helpen PET-scans vooraf aan operatie hersentumoren

Slot onderzocht hoe ver hersentumoren, specifiek meningeomen, doorgroeien in de normale bekleding van de hersenen. Meningeomen zijn de meest voorkomende hersentumoren en ontstaan uit cellen in de meningen, de bekleding van de hersenen en het ruggenmerg.
Meestal zijn dit goedaardige tumoren, bij ongeveer tien procent van de patiënten zijn de tumoren onrustig of zelfs kwaadaardig. Of een tumor goed- of kwaadaardig is wordt pas duidelijk na een operatie wanneer het weefsel is onderzocht. Naast het onderzoeken van het doorgroeien in de normale bekleding, bestudeerde Slot of deze doorgroei zichtbaar is op een MRI-scan. De uitkomst is dat onrustige en kwaadaardige meningeomen uitgebreider in de normale meningen groeien dan op een MRI-scan zichtbaar is.
Ook keek ze of artsen vóór de operatie met PET-scans beter kunnen inschatten hoe kwaadaardig een meningeoom is. Uitgebreide informatie hierover, samen met de mate van ingroei in de meningen, beïnvloedt de besluitvorming omtrent indicatie en timing voor chirurgie. Bovendien kan het de mate van het wegsnijden, die de chirurg nastreeft, beïnvloeden.
Link naar proefschrift

Woensdag 20 mei

Promotie (UvA), 12.00 u 
Erik-Jonas van de Griendt: Behandeling van problematisch ernstige astma

Gedragsproblemen als teruggetrokken zijn en somberheid komen vaker voor bij kinderen met problematische ernstig astma. Ook hebben deze kinderen een lagere kwaliteit van leven. Dit stelt Erik-Jonas van de Griendt in zijn proefschrift dat inzicht biedt in problemen bij het behandelen van problematisch ernstige astma, vroeger moeilijk behandelbaar astma genoemd.
Hij vroeg zich af wat nodig is om deze vorm van astma bij kinderen weer behandelbaar te krijgen. Van de Griendt kijkt naar diverse domeinen zoals longfunctie, astmacontrole en gedrag en kwaliteit van leven. Ook heeft hij de samenhang met ernstig overgewicht en hooikoorts onderzocht. Is er bewijs om die aandoeningen aan te pakken in het licht van astmaklachten.
De promovendus stelt dat zorgverleners deze patiënten multidisciplinair moeten behandelen, waarbij alle gezondheidsdomeinen aandacht krijgen. Het blijkt dat het verminderen van ernstig overgewicht bij alle kinderen de longfunctie verbetert. Dit geldt ook bij kinderen met astma.
Hij vond onvoldoende onderbouwing om hooikoorts aan te pakken met immuuntherapie om astmaklachten onder controle te krijgen. Dat wil niet zeggen dat er geen aandacht moet zijn voor hooikoorts bij kinderen met astma. Ook moet het behandelteam psychologische aspecten van de ziekte in ogenschouw nemen.
Link naar proefschrift

Woensdag 20 mei

Promotie (VU), 13.45 uur  
Kate Sitnikova: Psychologische behandeling medisch onverklaarde klachten door praktijkondersteuner kan effectief zijn
Medisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten komen veel voor en huisartsen zien regelmatig dergelijke patiënten. De meest onderzochte effectieve behandeling voor deze klachten is cognitieve gedragstherapie. Om in aanmerking te komen voor deze behandeling, verwijst de huisarts patiënten vaak door naar een psycholoog binnen de GGZ. Voor veel mensen is dit een obstakel. Kate Sitnikova deed onderzoek naar een laagdrempeliger psychologische behandeling door de praktijkondersteuner voor de GGZ binnen de huisartsenpraktijk.
Aan het onderzoek van Sitnikova deden 213 patiënten mee. De helft kreeg de behandeling naast gebruikelijke zorg en de andere helft kreeg gebruikelijke zorg, waarbij de huisarts de geldende richtlijnen volgt.
Bij de behandeling van zes sessies door de praktijkondersteuner ging de aandacht uit naar het psychisch en praktisch omgaan met de gevolgen van de klachten.
In vergelijking met de controlegroep hadden de patiënten die de behandeling van de praktijkondersteuner volgden, na een jaar minder last van pijn en beperkingen door de fysieke klachten. Vooral patiënten met een kortere klachtenduur en een kleiner aantal andere fysieke aandoeningen hadden baat bij de deze behandeling. De zorgkosten in zowel de eerste- als tweedelijnszorg namen af en patiënten meldden zich minder vaak ziek.
Livestream van de promotie

Dinsdag26 mei

Promotie (UvA), 14.00 u
Joey Kuijpers: Verschil man-vrouw bij aangeboren hartafwijking

Er is een verschil in prognose tussen mannen en vrouwen met bepaalde aangeboren hartafwijkingen, schrijft Kuijpers in zijn proefschrift over het vergroten van de kennis over de prognose van volwassenen met een aangeboren hartafwijking.
Kuijpers constateert verder dat patiënten met een aangeboren hartafwijking een verhoogd risico hebben op een infectie van het hart en op verworven hartziekte zoals een hartinfarct. Kunsthartkleppen verhogen in belangrijke mate het risico op een infectie van het hart.
Zijn onderzoek heeft de kennis over de prognose van volwassenen met een aangeboren hartafwijking vergroot, maar laat ook zien dat er veel onderzoek nodig is om de patiëntenzorg wetenschappelijk te onderbouwen. Belangrijk is dat artsen volwassenen met een aangeboren hartafwijking als risicogroep zien voor verworven hart- en vaatziekten. Het behandelen van risicofactoren (zoals hoge bloeddruk en hoog cholesterol) is bij deze patiënten dus belangrijk.  

Woensdag 27 mei

Promotie (UvA), 10.00 u 

Jack Yang: Beter inzicht in astma
Astma is lange tijd beschouwd als een longaandoening die gepaard gaat met longontsteking, belemmering van de luchtstroom, hoesten en slijmproductie. Sinds de introductie dertig jaar geleden zijn inademings-corticosteroïden en bronchodilatoren nog steeds de hoeksteen van het astmabeheer. Dit geeft aan dat de vooruitgang op dit gebied enigszins is gestagneerd.
De laatste jaren groeit het besef dat het astma-syndroom complexe en heterogene pathofysiologische mechanismen omvat. De biologische middelen die gericht zijn op specifieke type 2 cytokines hebben grote klinische verbeteringen laten zien bij astmapatiënten en illustreren het belang van gerichte therapie om de behandeling van astma te bevorderen.
Dit proefschrift poogt onontdekte pathofysiologische eigenschappen bij astma te identificeren. Yang heeft het therapeutisch potentieel van C1-remmer onderzocht in mensen en proefdieren.
Link naar proefschrift

Woensdag 27 mei
Promotie (UvA), 14.00 u
Ply Chichareon: Voorspellen risico van ingreep vernauwde kransslagader
Dit proefschrift beoordeelt en voorspelt het risico op ongewenste voorvallen bij patiënten met een vernauwing van de kransslagader als artsen de bloedtoevoer naar de bloedarme hartspieren herstellen. Chichareon gebruikt hiervoor het risicovoorspellingsmodel als objectief instrument om het toekomstige risico op ongewenste voorvallen te voorspellen.
Het achterliggende doel is dat artsen en patiënten met coronaire vaatlijden de juiste keuze maken voor hun juiste behandeling.
Belangrijk is dat het proces van risicostratificatie en -voorspelling dynamisch is als gevolg van de onvermijdelijke veranderingen in de kenmerken van de patiënt, de ziektelast en de evolutie van de behandeling. De bestaande risicoscores van een patiënt kunnen verouderd zijn. De bevindingen van het proefschrift suggereren dat het bijwerken van de scores essentieel is en noodzakelijk kan zijn om de patiënt de best zorg te bieden.
Link naar proefschrift

Donderdag 28 mei

Promotie (UvA), 14.00 u
Diede Broekaart: Ontwikkeling van epilepsie verminderen

Twee belangrijke processen die betrokken zijn bij epilepsie zijn de onstekingsprocessen in het brein en de regulatie van een groep eiwitten, genaamd matrix metalloproteinases. In haar proefschrift beschrijft Broekaart onderzoek een inzicht om de epilepsieontwikkeling te verminderen.
De eiwitten zijn verantwoordelijk voor het kapot knippen van veel belangrijke moleculen in het brein. Hierdoor verergeren ze ontstekingsprocessen, ze maken de barrière tussen het bloed en het brein meer doorlaatbaar en ze kunnen tot gevolg hebben dat de zenuwcellen in de hersenen, de neuronen, meer signalen aan elkaar doorgeven. Dit heet het vuren.
Met meerdere strategieën heeft Broekaart deze eiwitten in toom proberen te houden. Ze ziet dat de remming daarvan leidt tot een drastische vermindering van epilepsieontwikkeling in verschillende modellen van de ziekte.
Ondanks de vele beschikbare anti-epileptica medicijnen heeft 30 procent van de patiënten er geen baat van. Bovendien bestrijden de middelen alleen de symptomen: de epileptische aanvallen. Er bestaat tot op heden geen middel dat de ontwikkeling van epilepsie tegenhoudt.
De bevindingen uit dit proefschrift bieden meer inzicht in het identificeren van processen die leiden tot epilepsie en brengen de ontwikkelen van medicijnen om de ziekte te voorkomen een stapje dichterbij.

Vrijdag 29 mei
Promotie (UvA), 11.00 u
Melanie Machiels: betere bestraling slokdarmkanker met markers

Geïmplanteerde markers op de tumorgrenzen in slokdarmkanker verbeteren de nauwkeurigheid van de bestraling. De markers geven de artsen ook meer inzicht in de onzekerheden en onduidelijkheden tijdens die behandeling. In haar proefschrift betoogt Machiels dat artsen hierdoor een aantal onzekerheden wisten aan te pakken of te verhelpen. Ze raadt het gebruik van markers aan voor de bestraling van slokdarmkanker.
Sinds enkele jaren is bestraling onmisbaar in de behandeling van slokdarmkanker. Deze behandeling is niet heel nauwkeurig en loopt achter qua nauwkeurigheid op andere tumoren. Dit komt doordat het moeilijk is om een slokdarmtumor te zien op CT-scans, die gebruikt worden tijdens de bestralingsbehandeling.
Machiels heeft onderzocht of (goud)markers, geïmplanteerd op de tumorgrenzen, de zichtbaarheid van de slokdarmtumoren en de nauwkeurigheid van de bestraling vergroten. De tumor wordt nauwkeuriger bestraald en het omliggende gezonde weefsel blijft dan beter bespaard.
Link naar proefschrift

Vrijdag 29 mei

Promotie (UvA), 12.00 u
Tsveta Malinova: Inzicht in vaatlekkage

De verbindingen tussen de cellen aan de binnenkant van onze bloedvaten (endotheelcellen) heten de endotheliale adherens junctions. Als deze verbindingen los zijn, lekt het bloed uit de vaten naar omliggende weefsel. Dit lekken van bloed neemt toe bij veroudering en veroorzaakt ontstekingen waardoor hart- en vaatziekten ontstaan of verergeren. Deze lekkende vaten bevorderen ook de groei van kanker.
Malinova onderzocht hoe de endotheliale adherens kruispunten worden opgebouwd en hoe de dichtheid ervan wordt geregeld. Ze ontdekte dat het actieve structuren zijn die hun moleculaire samenstelling en ruimtelijke organisatie veranderen als reactie op mechanische kracht.
De promovenda kwam nieuwe eiwitten in deze structuren op het spoor. Ze ontrafelde hoe deze nieuwe eiwitten de dichtheid van de endotheelcellen regelen. Tot slot heeft ze deze fundamentele biologische kennis toegepast op nieuwe methoden voor de behandeling en diagnose van hart- en vaatziekten op basis van nanogeneeskunde.
Volgens Malinova is een beter begrip van de structuur en functie van de endotheliale adherens junctions cruciaal om de negatieve effecten van veroudering op onze bloedvaten tegen te gaan. Die kruispunten zijn de beste plek om nieuwe geneesmiddelen op basis van nanodeeltjes door te laten stromen naar de weefsels.
 
Vrijdag 29 mei
Promotie (UvA), 14.00 u
Melissa Newling: Hoe antistoffen witte bloedcellen helpen

Mensen worden voortdurend blootgesteld aan ziekteverwekkers, zoals bacteriën, virussen, schimmels en parasieten. Ons lichaam beschermt zich hiertegen door de aanmaak van antistoffen tegen deze ziekteverwekkers. Deze antistoffen gaan op verschillende manieren een infectie. De antistoffen binden zich aan virussen en bacteriën waardoor de ziekteverwekkers geen lichaamscellen meer kunnen binnendringen. De witte bloedcellen kunnen ze dan makkelijker opruimen.
Newling heeft een nieuwe functie van antistoffen bestudeerd, namelijk hoe antistoffen witte bloedcellen helpen te herkennen met wat soort ziekteverwekker ze te maken hebben (een virus of een bacterie). Dit is belangrijk voor het activeren van de juiste afweerreactie op het juiste moment.
De promovenda heeft het onderliggende mechanisme hiervan geïdentificeerd en ontdekt dat antistoffen witte bloedcellen op twee verschillende manieren kunnen activeren. Dat doen ze door te binden aan zogenaamde Fc-receptoren, een familie van eiwitten aan de buitenkant van cellen. Tijdens een virale infectie wekken antistoffen daarmee een antivirale en tijdens een bacteriële infectie een antibacteriële afweerreactie op.
Deze nieuwe functie van antistoffen beschermt het lichaam niet in alle gevallen. Als de antistoffen niet gericht zijn tegen een ziekteverwekker, maar tegen het eigen lichaam, dan leidt ditzelfde mechanisme tot ongewenste afweerreacties. Deze aandoeningen heten auto-immuunziekten, zoals SLE.
Uit dit proefschrift blijkt dat bij SLE-patiënten die een gevaarlijke nierontsteking hebben (of hebben gehad), de afweercellen veel te sterk reageren op antistoffen, met als gevolg een ernstige ontstekingsreactie. Dit is een belangrijke bevinding, omdat het aanknopingspunten biedt voor nieuwe therapieën om nierontstekingen te remmen in deze groep van ernstig zieke patiënten.