Wetenschapsagenda 2 tot en met 5 juni 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC. Vanwege de situatie rondom het coronavirus verdedigen promovendi hun onderzoek nu digitaal.

Dinsdag 2 juni
Promotie (UvA), 13.00 u, online

Kamela Sy Ng: Beter opsporing van rifampicine resistente tuberculose
Routinematige verzamelde gegevens over tuberculose bevatten bruikbare informatie die het toezicht kunnen verbeteren op tuberculose die niet behandeld kan worden met het antibioticum rifampicine. Aldus Ng over mogelijkheden om deze vorm van tuberculose (rifampicine resistente of RR-TB) beter in de gaten te houden en te behandelen. Resistentie voor dit belangrijke medicijn in de bestrijding van tuberculose is ernstig, omdat de patiënt dan meestal ook voor andere antibiotica resistent is. Omdat het niet eenvoudig is om dit vast te stellen, krijgen veel van deze patiënten verkeerde medicijnen, blijven ze besmettelijk en geven ze de ziekte door. Het advies is deze patiënten te laten onderzoeken door een tb-expert op zoek naar de beste behandeling.
Voor de toekomstige toepassing van het instrument om deze patiënten vroegtijdig op te sporen, is het belangrijk rekening te houden met lokale factoren en praktijken. Daarom is het noodzakelijk om de belanghebbenden in het land te betrekken bij de aanpak van potentiële belemmeringen bij de uitvoering, beoordeling, schaalvergroting en duurzaamheid van nieuwe RR-TB-surveillancetools. Op die manier komt volgens Ng de vermindering van de last van RR-TB-transmissie dichter bij.
Link naar proefschrift 

Woensdag 3 juni

Promotie (UvA), 10.00 u, online
Daan Hellingman: Preoperatieve detectie van naar lymfeklieren uitgezaaide kanker
Via een lymfeklier kan een tumor uitzaaien naar andere organen. Het is daarom voor de behandeling van de ziekte belangrijk om te weten of de tumor al naar de lymfeklieren is uitgezaaid. Hellingman beschrijft in zijn onderzoek technieken binnen de nucleaire geneeskunde om de lymfeklieren te detecteren die in direct contact staan met de tumor. Deze lymfeklieren worden vervolgens chirurgisch verwijderd en onderzocht op de aanwezigheid van tumorcellen.
De afdeling Nucleaire Geneeskunde gebruikt een radioactieve vloeistof die in de tumor wordt gespoten om de lymfeklieren die in direct contact staan met de tumor te detecteren. Bij een klein aantal patiënten lukt dat niet. Dit wordt non-visualisatie genoemd. Bij de meeste van deze patiënten wordt de juiste lymfeklier alsnog tijdens de operatie gevonden. Uit zijn onderzoek blijkt dat preoperatieve nonvisualisatie bij patiënten met borstkanker en een klinisch/echografisch negatieve oksel niet is geassocieerd met lymfeklieruitzaaiingen of een slechtere prognose.
Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis heeft het preoperatieve protocol van Nucleaire Geneeskunde iets aangepast op basis van enkele onderzoeksresultaten van Hellingman.

Woensdag 3 juni

Promotie, 13.00 u, online
Laura Kleeblad: Terugkeer na sport met knieprothese
Kleeblad heeft verschillende aspecten onderzocht ten aanzien van de robot geassisteerde unicondylaire knieprothese (UKP), waarbij de focus ligt op patiënt selectie, de rol van beeldvorming en de klinische uitkomsten na operatie.
Veel aandacht gaat uit naar terugkeer na sport. Dit is belangrijk omdat de indicaties voor UKP zijn uitgebreid en steeds meer jongere en actievere patiënten een operatie krijgen. Honderdvierenzestig patiënten (179 UKPs) werden geïncludeerd, van wie 81 procent preoperatief een sport beoefende, dit percentage nam tot 90 procent na de operatie. Drieëntachtig procent van de patiënten was tevreden met hun vermogen om postoperatief aan sport deel te nemen. De meest beoefende sporten na een UKP waren fietsen (45 procent), zwemmen (38 procent) en stationair fietsen (27 procent). Van alle patiënten keerde 93,9 procent terug naar sporten met een lage impact, 63,9 procent naar gemiddelde impact en 32,7 procent naar hoge impact. Van de patiënten die preoperatief aan high impact sporten deelnamen, was 85,2 procent tevreden met hun herstel van sportvermogen.
Link naar proefschrift


Woensdag 3 juni

Promotie, 14.00 u, online
Anouk Post: Betere bepaling weefseleigenschappen met spectroscopy
Centraal in dit onderzoek staat het bepalen van eigenschappen van weefsel met ‘Single Fiber Reflectance spectroscopy’ (SFR). Met die techniek is na te gaan of er in het weefsel afwijkingen zijn die bijvoorbeeld wijzen op kanker. SFR is een techniek waarmee licht door een dunne glasvezel op weefsel schijnt. Dit licht verplaatst zich door het weefsel en een deel van het licht komt terug bij een detector. De techniek gebruikt ‘wit licht’ dat bestaat uit meerdere kleuren. Door per kleur te analyseren hoeveel procent van het uitgezonden licht gedetecteerd wordt, valt iets te zeggen over de structuur en samenstelling van het weefsel.
Post heeft een model gemaakt dat het gedetecteerde signaal relateert aan de ‘optische eigenschappen’ van het weefsel. Zo’n model bestond al, maar het model van Post is drie tot vier zo nauwkeurig. De onderzoekster heeft dit model gebruikt voor een studie naar afwijking in het weefsel die kunnen wijzen op slokdarmkanker. Het was een kleine studie, maar Post concludeert dat SFR potentieel heeft voor deze toepassing.
Link naar proefschrift 

Donderdag 4 juni

Promotie, 12.00 u, online
Ilse Luirink: Behandel kinderen met een erfelijk hoog cholesterolgehalte
Vroegtijdige identificatie en behandeling van kinderen met een familiair hoog cholesterol gehalte (FH) zijn belangrijk om atherosclerose (verdikking van de wand van een slagader) in het vroegste stadium van de ontwikkeling te voorkomen. Dit concludeert Luirink in haar onderzoek over de noodzaak om kinderen met FH in een vroeg stadium te behandelen.
De behandeling moet op jonge leeftijd beginnen met lifestyle-aanpassingen. Als veranderingen in levensstijl alleen niet voldoende zijn, dan zijn medicijnen nodig die het lipide-gehalte in het bloed verlagen. Deze behandeling moet beginnen vanaf de leeftijd van 8 jaar is, en het medicijn van de eerste keuze zijn statines. In een aantal korte termijn studies en een lange termijn follow-up studie zijn statines bewezen veilig en effectief bevonden. Veiligheid blijft echter een belangrijk punt. Luirink beveelt aan om een follow-up studie op langere termijn en studies met grote groepen kinderen op te zetten.
De huidige behandelingsmogelijkheden zijn niet altijd voldoende, en nieuwe veelbelovende middelen zoals PCSK9-remmers worden momenteel bestudeerd in fase III-proeven bij volwassenen. Proeven met dit nieuwe middel bij kinderen moeten nog beginnen.
Link naar proefschrift  

Vrijdag 5 juni

Promotie, 10.00 u, online
Renée Schluter: Magnetische hersenstimulatie is geen behandeling alcoholverslaving

Een aanvullende behandeling met magnetische hersenstimulatie heeft geen gunstig effect op alcoholgebruik, hunkering en het doen van taken. Dit is de belangrijkste conclusie uit het proefschrift van Schluter die voor de eerste keer heeft onderzocht wat het effect is van magnetische hersenstimulatie als aanvullende behandeling bij verslaving aan alcohol.
Magnetische hersenstimulatie wordt al toegepast bij de behandeling van ernstige depressieve klachten. De behandeling bestaat uit het stimuleren van specifieke delen van de hersenen met een pulserend magnetisch veld. Deze techniek maakt gebruik van een spoel, waardoor stroom loopt. Hierdoor ontstaat een magneetveld. Als je de spoel op de schedel plaatst dan kan het magneetveld door de schedel heen de activiteit in het hersengebied daaronder beïnvloeden.
Schluter heeft voor de eerste keer onderzocht of deze behandeling ook werkt bij alcoholverslaving en daar kwam niets uit naar voren. Dit is de eerste grote studie geweest naar het effect van de aanvullende magnetische hersenstimulatie bij alcoholverslaving. Ze adviseert om in de toekomst meer van dergelijke onderzoeken op te zetten om zeker te weten of magnetische hersenstimulatie wel of niet een goede aanvulling is op de bestaande behandeling.
Link naar proefschrift

Vrijdag 5 juni

Promotie, 12.00 u, online
Suzanne Silvis: Zeldzame vorm van trombose in de hersenen
Cerebrale veneuze trombose (CVT) is een zeldzame vorm van trombose (ontstaan van bloedpropjes) in veneuze vaten van de hersenen. De ziekte komt voornamelijk voor bij jongvolwassenen. De meeste patiënten zijn tussen de 30 en 40 jaar, slechts 10 procent van de patiënten is ouder dan 65. De belangrijkste risicofactoren zijn het slikken van anticonceptie, zwangerschap en de kraamperiode. Hierdoor komt CVT driemaal zo vaak voor bij vrouwen dan bij mannen.
De trombose in de hersenen beperkt de afvoer van liquor (hersenvocht) en bloed. Dit geeft veel soorten symptomen. Zo’n 90 procent van de patiënten meldt hoofdpijn en bijna de helft maakt acuut symptomatische epileptische insulten door. Ongeveer 80 procent herstelt zonder lichamelijke restverschijnselen. Toch is CVT een ernstige aandoening want tussen de 5 en 10 procent van de patiënten sterft door de aandoening.
Er zijn veel verschillende risicofactoren voor het ontwikkelen van CVT beschreven. Uit cohort studies blijkt dat er in 85 procent van de patiënten een of meerdere risicofactoren aanwezig zijn. Voor de meeste van deze risicofactoren zijn geen gecontroleerde studies verricht om het bewijs voor de associatie te kwantificeren.
Door de zeldzaamheid van de ziekte is het namelijk lastig om voldoende patiënten te verzamelen om grote studies met een controlegroep uit te voeren. In de afgelopen vijf jaar is er een internationaal CVT-consortium opgezet door neurologen en andere onderzoekers. Tot op heden zijn er gedetailleerde data van meer dan 1200 patiënten verzameld. Silvis beschrijft studies waarbij deze data gebruikt zijn. In het eerste deel van het proefschrift komen verschillende risicofactoren voor CVT aan bod en in het tweede deel beschrijft ze studies naar de klinische verschijnselen en de uitkomsten in patiënten met CVT.
Link naar proefschrift

Vrijdag 5 juni

Promotie, 14.00 u, online
Iris de Weerdt: Betere eliminatie chronische leukemie
Chronische lymfocytische leukemie (CLL) is de meest voorkomende vorm van bloedkanker in westerse landen. Bij CLL hopen kwaadaardige B-cellen zich op in bloed, lymfeklieren, milt en beenmerg. Het ziekteverloop is divers, variërend van patiënten die meer dan tien jaar zonder symptomen leven tot fatale progressie binnen één tot twee jaar. Hoewel de grote meerderheid van de patiënten in eerste instantie reageert op chemotherapie, is resistentie uiteindelijk onvermijdelijk. Interactie met immuuncellen is van cruciaal belang bij CLL-progressie en leidt tot activering van signaalwegen die de vermeerdering van de ziekte stimuleren en apoptose van CLL-cellen afremmen.
De Weerdt poogt een beter begrip te geven van dergelijke immuuninteracties, met de hypothese dat deze kennis zich uiteindelijk zal vertalen in betere therapeutische mogelijkheden. In de afgelopen jaren zijn er therapieën ontwikkeld die interfereren met pro-tumorsignaleringstrajecten. In het eerste deel behandelt de Weerdt het werkingsmechanisme, de toxiciteit en de combinatieschema's van deze nieuwe middelen besproken. Daarnaast worden de onbedoelde effecten van nieuwe middelen op immuuncellen onderzocht.
Link naar proefschrift