Wetenschapsagenda 22 tot en met 24 juni 2020

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC. Vanwege de situatie rondom het coronavirus verdedigen promovendi hun onderzoek nu digitaal.

Maandag 22 juni
Promotie (VU), 11.45 uur, online
Aegida Neradová: Nierschade, fosfaatbinders en vitamine K

Personen met chronische nierschade (CNS) hebben al bij een matig verstoorde nierfunctie meer kans op hart- en vaatziekten. Vaatverkalking, veroorzaakt wordt door een te hoog fosfaatgehalte, draagt hieraan bij. De nieren bij CNS zijn niet in staat deze stof voldoende uit te scheiden. Patiënten moeten daarom fosfaatbinders gebruiken die de opname van fosfaat uit voeding tegengaan. Matrix Gla Proteïne (MGP) is een remmer van vaatverkalking. De activatie van deze remmer is afhankelijk van vitamine K. Vitamine K wordt uit de darm opgenomen in het lichaam.
Een mogelijk effect van fosfaatbinders is binding van vitamine K in de darm en daardoor een verminderde vitamine K beschikbaarheid. Daardoor kan fosfaatbindende therapie weliswaar de fosfaatwaarden gunstig beïnvloeden, maar ongunstig voor de vaatverkalking zijn.
Neradová onderzocht het samenspel tussen fosfaatbinders en vitamine K, waarbij de route via het MGP-eiwit verloopt. De promovenda beschrijft dat verscheidene fosfaatbinders zowel vitamine K als fosfaat in een proefopstelling buiten het menselijk lichaam binden. In een proefdieropstelling blijkt alleen de combinatie van vitamine K en fosfaatbinders de vaatverkalking te remmen. Het onderzoek met patiënten met eindstadium nierfalen laat geen verschil zien tussen de binders en de hoeveelheid vitamine K-binding.
Wel zag ze verbetering als de dialysepatiënten extra vitamine K kregen. Ook het fosfaatbindergebruik bij patiënten met verschillende vormen van nierfunctie vervangende therapie is onderzocht. Neradová concludeert dat het niet waarschijnlijk is dat alleen fosfaatbinders of alleen vitamine K een rol spelen bij het stoppen van vaatverkalking. Het is aannemelijk dat vaatverkalking bij personen met CNS beter kan worden voorkomen door een combinatie van fosfaatbindende geneesmiddelen met extra vitamine K, dan met één van beide middelen afzonderlijk.

Dinsdag 23 juni

Promotie (UvA), 12.00 u, online
Joana Portela: Spermaproductie uit gekweekt testisweefsel (nog) niet mogelijk
Het diepbevroren bewaren van testis-weefsel is een mogelijkheid om pre-puberale jongens die het risico lopen om onvruchtbaar te worden vanwege een behandeling van kanker, toch vader te laten worden. Onderzoekers hopen dat de stamcellen in het diepgevroren weefsel kunnen worden gebruikt om sperma te kunnen krijgen voor intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI). Dan kunnen deze (ex-) patiënten in staat zijn om biologische nakomelingen te krijgen.
Hoewel het herstel van de vruchtbaarheid in muizen is gelukt via een het kweken van het weefsel, is dit bij de mens nog niet zo ver. Volgens Portola moeten er verschillende uitdagingen worden overwonnen voordat succesvolle reproduceerbaarheid en vertaling naar een behandeling in het ziekenhuis werkelijkheid wordt. In haar proefschrift heeft ze gepoogd bewijs te vinden voor elementen die belangrijk zijn voor het vruchtbaarheidsherstel bij pre-puberale jongens. Zo constateert onder meer dat de stamcellen die in de testikels van deze jongens aanwezig zijn, niet door de kanker zelf worden aangetast. Wel is het mogelijk dat ze veranderen als gevolg van de behandeling die de jongens krijgen.
Ze vindt ook dat er in de gesprekken met patiënten die overwegen zaadbalweefsel in te laten vriezen beter duidelijk moet worden gemaakt dat er nu nog geen methoden zijn die het mogelijk maken om de vruchtbaarheid van de overlevenden van kinderkanker te herstellen.
Link naar proefschrift

Dinsdag 23 juni

Promotie (UvA), 14.00 u, online
Kartika Ratna Pertiwi: Ziekte als gevolg van trombose in slagaders

Atherotrombotische ziekten zoals coronaire hartziekten, veel vormen van cerebrovasculair incident (CVA, beroerte) en perifeer arterieel vaatlijden dragen in belangrijke mate bij aan wereldwijde ziekte en sterfte. Het is algemeen bekend dat ontstekingen een belangrijke rol spelen bij zowel het ontstaan van plaques in bloedvaten waarop trombose de kans krijgt.
In dit proefschrift is de rol van twee relatief nieuwe aspecten van de 'aangeboren immuniteit' in het complexe proces van atherosclerotische en trombotische ontsteking bestudeerd. Op de eerste plaats heeft Pertiwi de rol van zogenaamde ‘extracellular traps’ en de daarmee samenhangende vorm van celdood bestudeerd in de progressie van athero-trombose en in de vaatwandhematomen die ontstaan na acute mediadissectie van de aorta.
Op tweede plaats heeft de onderzoekster de aanwezigheid van innate lymphoid cells (ILCs) bestudeerd in opeenvolgende stadia van ontwikkeling van atherosclerotische plaque. Als laatste onderzocht ze klinische pathologische correlatie tussen histopathologische kenmerken van coronaire trombose, zoals ouderdom van de trombus (samengeklonterde bloedpropje), en verschillende klinische parameters van hartinfarctpatiënten. Dit laatste laat zien hoe basaal histologisch onderzoek kan bijdragen tot meer inzicht in het klachtenpatroon van patiënten.
Link naar proefschrift


Dinsdag 23 juni 16.00 u (verplaatst van 17 maart)
Promotie (UvA), online, 16.00 uur
Ties van Brussel: Beïnvloeding sympatisch zenuwstelsel voor behandeling hart en nieren

Het sympathisch zenuwstelsel is dat deel van het autonoom zenuwstelsel dat stimulerend werkt op hart en longen. Het is in staat om onder meer de hartfrequentie, de knijpkracht van het hart, het samenknijpen van slagaderen, en de mate waarmee de nieren urine produceren, of juist vocht vasthouden, af te stellen. Hiermee vormt de beïnvloeding van het sympatisch zenuwstelsel al tientallen jaren de basis voor een enorm scala aan medicamenteuze behandelingen van hart- en vaatziekten. Andersom kan ze ook ziektes uitlokken of in standhouden, zoals een te hoge bloeddruk, hartfalen, hartritmestoornissen, en nierfalen. Ties van Brussel onderzocht dit mechanisme (sympathetic crosstalk) op meerdere vlakken, waarbij hij zich richtte op de effecten op het niveau van het hart en de nieren (cardiorenal axis).
Link naar proefschrift    

Woensdag 24 juni
Promotie (VU), 11.45 u, online
Sascha de Breij: Kijk naar opleidingsverschillen bij pensioenbeleid
De pensioenleeftijd is de afgelopen jaren in veel landen gestegen en het einde van de stijging is nog niet in zicht. De Breij zocht naar factoren die een rol spelen bij eerder stoppen met werken, en onderscheidde daarbij werknemers met verschillende opleidingsniveaus. Ook keek ze naar de factoren die een rol spelen in de gezondheid van oudere werknemers met verschillende opleidingsniveaus. Tot slot onderzocht ze de factoren die de gezondheid beïnvloeden bij gepensioneerden met verschillende opleidingsniveaus.
Een slechte ervaren gezondheid, functionele beperkingen en een depressie zijn risicofactoren voor vervroegde uittreding. Niet alleen hebben laagopgeleiden een slechtere gezondheid dan hoogopgeleiden, het risico op eerder stoppen met werken was ook groter voor laagopgeleiden met een slechte gezondheid dan voor hoogopgeleiden met een slechte gezondheid.
Laagopgeleiden werken doorgaans onder slechtere omstandigheden. Zo hebben zij vaker zwaarder lichamelijk werk, minder variatie in hun taken en minder autonomie op het werk, vergeleken met hoogopgeleide werknemers. Deze werkomstandigheden hangen samen met een slechtere ervaren gezondheid, meer functionele beperkingen en meer depressieve symptomen. Het effect van deze werkomstandigheden op gezondheid was vaak ook sterker onder laagopgeleiden.
Ook ná werkuittreding hebben laagopgeleiden een slechtere ervaren gezondheid dan hoogopgeleiden. Deze gezondheidsverschillen kunnen deels verklaard worden door de werkomstandigheden vóór uittreding. Deze resultaten onderstrepen het belang van het in acht nemen van opleidingsverschillen bij het maken van pensioenbeleid.
Link naar proefschrift 

Vrijdag 26 juni

Promotie (UvA), 10.00 u, online
Marin Strijker: Gepersonaliseerde behandeling van alvleesklierkanker
Om uitkomsten van patiënten met alvleesklier kanker en tumoren die in de buurt van dat orgaan ontstaat, te verbeteren is de Dutch Pancreatic Cancer Group (DPCG) opgezet. Dat is een landelijke samenwerking van artsen, onderzoekers, verpleegkundigen en patiëntenorganisaties. Een van de grootste projecten van de DPCG is het Dutch Pancreatic Cancer Project (PACAP).
Binnen PACAP worden klinische data, biomaterialen en kwaliteit van leven gegevens van patiënten verzameld. Onderdeel van het project is het ontwikkelen van gepersonaliseerde behandeling. In dit onderzoek heeft Strijker de verschillende bestaande methoden geëvalueerd om uitkomsten voor individuele patiënten te voorspellen.
In het eerste deel beschrijft de onderzoeker hoe nu wordt voorspeld wat de prognose is voor een aantal varianten van deze vorm van kanker. Ze bekeek welke voorspellingsmodellen voor overleving na een verwijdering van een pancreastumor beschikbaar zijn in de literatuur en beoordeelde de meest belovende.
In het tweede deel schrijft Strijker over vernieuwende methoden om uitkomsten te voorspellen, zoals biomarkers en genetische mutaties. Dat kan met behulp van materiaal opgeslagen in de Dutch Pancreas Biobank. Binnen dit project wordt bloed, DNA en tumorweefsel verzameld in dertien ziekenhuizen.
Link naar proefschrift 

Vrijdag 26 juni
Promotie (UvA), 11.00 u, online
Koen de Heer: Longontsteking als gevolg van een schimmel
Invasieve pulmonale aspergillose (IPA) is een longontsteking door een schimmel, die vooral voorkomt bij patiënten met een verminderde weerstand. Er is geen betrouwbare test om deze ziekte vast te stellen en de infectie kent een hoge mortaliteit. Deze ziekte is de belangrijkste doodsoorzaak bij de behandeling van acute myeloide leukemie met hoog-intensieve chemotherapie. De Heer heeft onderzocht of IPA kan worden vastgesteld met een analyse van uitgeademde lucht. Dat zou dan een niet-invasieve, eenvoudige methode zijn om deze longziekte in vroeg stadium op te sporen en te behandelen.
De Heer concludeert dat die onderzoeksmethode haalbaar is. Onderzoek bij patiënten met cystic fibrose (taaislijmziekte) en bij patiënten na hoog-intensieve chemotherapie suggereert dat kolonisatie of infectie door de aspergillus-schimmel leidt tot een herkenbaar profiel van uitgeademde moleculen.
Verder onderzoek is noodzakelijk om met zekerheid aan te tonen dat de hypothese klopt. Indien dit het geval is, dan leidt het tot een betere prognose voor patiënten met een verminderde weerstand. Ook maakt het in de toekomst de belastende diagnostiek met longspoeling overbodig. Ook kan dit het aantal ten onrechte behandelde patiënten met antischimmelmiddelen, die veel bijwerkingen kennen, verminderen.
Link naar proefschrift

Vrijdag 26 juni

Promotie (UvA), 12.00 u, online

Merel Hartgers: Nieuwe varianten van erfelijk hoog cholesterol
Hartgers heeft twee nieuwe genetische varianten gevonden van Familiaire Hypercholesterolemie (FH), een erfelijke ziekte die leidt tot een aangeboren hoog cholesterolgehalte. Een variant zit in het niet-coderende deel van het LDLR-gen, een gen waarvan al bekend was dat die een rol speelt bij FH. De andere variant zit in het PCSK9-gen. Hartgers ontdekte ook dat het afremmen van enzym PCSK9, een veilige en effectieve behandeling is voor FH-patiënten met meer dan één genetische variant. Ze schrijft hierover in haar proefschrift dat gaat over de relatie tussen de erfelijke aanleg en de uitingsvorm bij FH.
Mensen met FH hebben vanwege het cholesterolgehalte in hun bloed een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. De manier waarop de ziekte tot uiting komt verschilt echter per persoon. Voor een deel komt dat door verschillen in erfelijke aanleg. Soms kunnen artsen met de gangbare DNA-analyses helemaal geen erfelijke oorzaak vinden. De promovenda schrijft dat het bij deze patiënten zinvol is om te zoeken naar nieuwe genetische varianten, zowel in de coderende als in de niet coderende gebieden van het DNA.
Link naar het proefschrift

Vrijdag 26 juni
Promotie (UvA), 14.00 u, online
Caroline Bruikman: Factoren die aderverkalking beïnvloeden  
Neuroimmune Guidance Cues (NGC’s) zijn stofjes die aderverkalking kunnen versnellen of vertragen. Bruikman toont in haar proefschrift aan dat NGC’s een rol spelen bij aderverkalking. Met name het eiwit Netrin-1 lijkt een interessant nieuw therapeutisch doelwit binnen hart- en vaatziekten. De promovenda omschrijft de NGC’s als soort ‘uitsmijters’ zijn die onder andere bepalen of bepaalde ‘deurtjes‘ in een bloedvatwand dicht blijven of open gaan juist voor stoffen die aderverkalking kunnen veroorzaken.
Hart- en vaatziekten wordt vaak veroorzaakt door aderverkalking. Een grote speler daarbij is  cholesterol. Maar ondanks dat artsen cholesterol kunnen verlagen tot bijna nul, blijven hart- en vaatziekten tot de grootste doodsoorzaak ter wereld behoren. Er wordt daarom veel onderzoek gedaan naar mogelijke andere factoren die van invloed zijn op het ontstaan van aderverkalking, zoals NGC’s.
In het tweede deel van haar proefschrift gaat Bruikman in op het familiair voorkomen van aderverkalking. Normaal gesproken komen hart- en vaatziekten voor vanaf ongeveer 66 jaar. Maar in sommige families treedt de ziekte op veel jongere leeftijd op, soms al voor het vijftigste levensjaar. Meestal speelt erfelijkheid dan een rol. Bruikman beschrijft een familie waarbij het Netrin-1 gen betrokken was bij het ontstaan van aderverkalking.
Ook vergeleek de promovenda 440 families met vroegtijdige hart- en vaatziekten en toonde aan dat erfelijke ritmestoornissen die tot de dood kunnen leiden, vaker voorkomen dan gedacht.
Link naar proefschrift