Wetenschapsagenda 24-30 september 2019

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC

Promotie
dinsdag 24 september
Arne Meesters (locatie AMC): Nieuw type laser effectief bij sommige huidproblemen
Ablatieve fractionele lasers kunnen effectief worden gebruikt in de behandeling van verschillende huidziekten. Dit type lasers maakt een raster van microscopische openingen in de huid. De meest gebruikelijke indicaties zijn huidverjonging en littekenbehandelingen, hoewel de behandeling met deze laser inmiddels wordt toegepast voor vele andere huidproblemen.
Dit stelt Arne Meesters in zijn proefschrift over het gebruikt van deze lasers. Hij concludeert dat artsen met deze laser verschillende huidproblemen in sommige gevallen succesvol kunnen behandelen.
Hij stelt verder dat deze laser ook kan worden gebruikt voor het toedienen van medicijnen in de huid. De door de laser gecreëerde openingen worden gebruikt om lokaal op de huid aangebrachte geneesmiddelen beter in de huid te laten doordringen. De behandeling van het huidprobleem wordt zo effectiever.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA), 14 uur
Link naar proefschrift

Promotie
Woensdag 25 september
Charlotte van Laar(locatie AMC): Betere behandeling boezemfibrilleren
Thoracoscopische ablatie voor de behandeling van de hartaandoening atriumfibrileren (AF) is een effectieve en veilige behandeling. Bij deze ingreep brengen artsen littekens in het hartweefsel om de elektrische storing in het hart te dempen of op te heffen. Dit stelt Charlotte van Laar over een techniek die een steeds belangrijkere plaats inneemt bij de behandeling van AF. Bij deze aandoening, ook boezemfibrilleren genoemd, is de hartslag onregelmatig en meestal te hoog. Het ontstaat door een slechte geleiding van de prikkel in het hartweefsel.
De behandeling resulteert volgens haar in een redelijke en reproduceerbare afname van het aantal keer dat boezemfibrilleren terugkeert, op zowel korte als lange termijn. De kans op complicaties is relatief laag en er zijn duidelijke aanwijzingen dat thoracoscopische ablatie leidt tot een reductie in het aantal beroertes op lange termijn. Daarnaast heeft ze aangetoond dat het plaatsen van een clip tijdens thoracoscopische ablatie een haalbare en veilige techniek is om het linker hartoor te sluiten. 
Het doel van dit proefschrift is om cardiologen, hartchirurgen, het AF-hartteam en huisartsen te voorzien van meer adequate informatie, zodat de besluitvorming over ritmecontrole therapie voor patiënten met AF geoptimaliseerd kan worden.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA), 12 uur.
Link naar proefschrift

Promotie
Woensdag 25 september
Floor van Dijk (locatie AMC): Keuzewijzer voor schizofrenie


In de eerste vier jaar na het begin van een behandeling, neemt 55 procent van de patiënten met schizofrenie de medicatie niet goed in. Floor van Dijk beschrijft de ontwikkeling van een keuzehulp voor antipsychotica (de Persoonlijke Antipsychotica Keuzewijzer of PAKwijzer), waarin de persoonlijke voorkeuren van de patiënt over werking en bijwerkingen zijn verbonden aan kennis hierover uit de wetenschappelijke literatuur. Het tweede deel van haar onderzoek gaat in op het subjectief welbevinden van patiënten in vergelijking met gezonde familieleden en controles. Subjectief welbevinden omvat de manier waarop iemand tegen medicatie aankijkt, de eigen emotionele en lichamelijk toestand beleeft en hoop ervaart om zich aan een zinvol leven te wijden.
De PAKwijzer is de eerste antipsychotica keuzehulp van Nederland die rekening houdt met de voorkeur van de patiënt. Hij vervangt niet de klinische blik, maar betrekt patiënten beter als ze beginnen met het slikken van een antipsychoticum. Gedurende de behandeling is de juiste dosering daarvan belangrijker voor het subjectief welbevinden dan de keuze voor het middel. Eén op de zeven patiënten behoudt een laag subjectief welbevinden gedurende zes jaar. Er zijn aanwijzingen dat neuroticisme (tendens tot emotionele instabiliteit) als karaktertrek een risico vormt. Van Dijk vond dat actief omgaan met negatieve levenservaringen bijdraagt aan een beter subjectief welbevinden, terwijl een passieve houding het subjectief welbevinden lijkt te verslechteren.
Plaats en tijd: Aula (UvA), 13 uur
Link naar proefschrift

Promotie
25 september
Hannah Leyerzapf (locatie VUmc): Geneeskundeopleiding, gelijkmaker?


Uit onderzoek van Hannah Leyerzapf blijkt dat diversiteit in de medische wereld als ‘anders’ wordt gezien en minder wordt gewaardeerd. Professionals horen volgens de algemeen geldende norm meer neutraal te zijn. Het afwijkende van professionals met een migratie-achtergrond wordt als minder betrouwbaar ervaren. Als reactie hierop gaan zij zich aanpassen en vindt er een soort witwassen in houding en gedrag plaats. Doordat alle (aankomend) professionals zich als goede professional willen kwalificeren, reproduceren ze deze normen en normaliseren zo ongelijkheid op de werkvloer. Om ziekenhuizen en de universiteit inclusiever en sociaal veiliger te maken moet dit gedrag, door álle betrokkenen en gezamenlijk, ter discussie worden gesteld.
In Nederlandse umc’s zijn artsen en leidinggevenden met migratie-achtergrond ondervertegenwoordigd, terwijl ze in ondersteunende functies juist zijn oververtegenwoordigd. Hannah Leyerzapf deed onderzoek naar de positie van professionals met migratie-achtergrond. Zij keek naar hoe studenten en professionals met en zonder migratie-achtergrond in de geneeskunde-opleiding en op de werkvloer van het ziekenhuis omgaan met diversiteit.
Studenten met een migratie-achtergrond worden volgens Leyerzapf gedurende de opleiding gestimuleerd om hun achtergrond los te laten en zich te gaan gedragen naar de dominante, witte normen. “Diversiteit lijkt moeilijk verenigbaar met waardering in de medische werkpraktijk. Ik zag dat witte zorgprofessionals gemakkelijker als goede professional worden gezien. En professionals met een migratie-achtergrond lopen het risico als ‘anders’ te worden beleefd. Dat anders zijn lijkt ook tot onderwaardering te leiden.”
Plaats en tijd: Aula VU, 15.45 uur

Promotie
26 september
Alexander Delaney (locatie VUmc): Tijdwinst door automatisering van radiotherapie behandelplannen


Een meer geautomatiseerde manier voor het opstellen van behandelplannen met radiotherapie kan tijdwinst opleveren. “Vooral voor onervaren en onderbezette ziekenhuizen biedt automatisering in behandelingsplanning een kans om behandelingsplannen te maken die vergelijkbaar zijn met die van ervaren centra, maar dan met minimale menselijke tussenkomst”, aldus Delaney.
Radiotherapie heeft als doel een hoge dosis straling toe te dienen aan de tumor en de dosis in het omliggende gezonde weefsel te minimaliseren. Uit het promotieonderzoek van Delaney blijkt dat het aangeven van gezond weefsel bij een patiënt eenvoudiger kan met automatisering. Ook de dosis straling en de te kiezen locatie is automatisch beter te bepalen. Automatisering van behandelplannen geeft op een efficiënte manier klinisch aanvaardbare resultaten op vergeleken met de conventionele manier. Ook zag hij dat geautomatiseerde behandelplanning een onbevooroordeelde selectie tussen behandelingskeuzes voor een nieuwe patiënt mogelijk maakt. Delaney keek ook naar het vereenvoudigen van het afbakenen van gezond weefsel van de patiënt: “Een vereenvoudigd geautomatiseerd afbakenproces biedt centra met onvoldoende middelen een snelle, gratis en eenvoudige oplossing voor het arbeidsintensieve proces van het afbakenen van gezond weefsel”, concludeert Delaney.
Plaats en tijd: Aula VU, 9.45 uur
Link naar proefschrift 

Promotie

Donderdag 26 september
Paulien Nuyts (locatie AMC): Anti-rook beleid heeft effect
Beleidsmaatregelen gericht op de verkoop van tabak kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het doel van het bereiken van een rookvrije generatie. Nuyts stelt dat het bepalen van een minimumleeftijd waarop tabak gekocht mag worden, roken bij jongeren kan verminderen en voorkomen. Maar als de handhaving zwak is, dan behouden adolescenten toch toegang tot sigaretten.
Uit het proefschrift van Nuyts blijkt verder dat het verbod in winkels om sigaretten zichtbaar uit te stallen, zodat de tabaksproducten minder goed zichtbaar zijn, het aantal rokers doet afnemen.
Een toenemend aantal Europese landen heeft het idee van een rookvrije generatiebeweging omarmd, die erop gericht is nieuwe generaties rookvrij te laten opgroeien. Het streven is dat minder dan 5 procent van de bevolking rookt. Dit vraagt om een restrictiever tabaksontmoedigingsbeleid. Nuyts focust zich op maatregelen die zijn gericht op de verkoop van tabak, omdat dit gebied nog niet veel aandacht heeft gekregen. Het algemene doel van haar onderzoek is of dergelijke beleid jongeren aanzet minder te gaan roken. Dit geldt met name voor maatregelen gericht op tabaksverkooppunten en de minimumleeftijd voor verkoop van tabak.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA), 10 uur
Link naar proefschrift

26 september

Promotie
Oliver Wiebenga (locatie VUmc) Minder hersenschade door medicijn natalizumab bij MS


Natalizumab is een effectief tweedelijns medicijn voor MS. Het middel verhindert dat ontstekingscellen vanuit het bloed het centraal zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg) bereiken. Oliver Wiebenga deed onderzoek naar de precieze werking van het medicijn met geavanceerde MRI-technieken. Bij mensen met MS, die natalizumab gebruiken, verandert zowel het hersenweefsel binnen als buiten de littekens in de hersenen. Mogelijk zorgt dit op de lange termijn voor minder klachten. Deze veranderingen waren niet meetbaar bij de controlegroep.
Zijn onderzoek bevestigt dat natalizumab het ontstaan van nieuwe littekens in hersenweefsel voorkomt. Door het medicijn te gebruiken veranderde de concentraties van bepaalde metabolieten in de bestaande littekens. Dat wijst op mogelijk herstel van het hersenweefsel. Ook verbeterde de subtiele schade in de witte stof buiten de littekens. Deze schade heeft een relatie met cognitieve klachten. Ook hadden de mensen die het middel gebruikten een stabiel functioneel hersennetwerk. Bij mensen met MS die geen natalizumab gebruikten waren veranderingen in de concentraties van glutamaat (een bepaald soort metaboliet) in hersengebieden te zien waar later littekens ontstonden. Deze veranderingen ontstaan mogelijk door het binnentreden van ontstekingscellen in de hersenen. Het meten van verhoogde glutamaatconcentraties op MRI-scans van de hersenen kan in de toekomst het ontstaan van nieuwe littekens mogelijk voorspellen.
Plaats en tijd: Aula VU, 11.45 uur  

Promotie

Donderdag 26 september
Qinwie Zhang (locatie AMC): Scherpe en trillingvrije beelden van MRI

Qinwei Zhang heeft gedurende zijn onderzoek een nieuwe methode geïntroduceerd en onderzocht om de kwaliteit van de beelden van een diffusie MRI te verbeteren. Hierdoor is het beeld scherper en trillingvrij, een drastische verbetering. De promovendus liet de voordelen van deze MRI-techniek zien in de behandeling van patiënten met rectale kanker.
Diffusie MRI is een krachtige en onschadelijke techniek. Het heeft veel toepassingen, zoals de diagnose van kanker, het opsporen van problemen in hart en bloedvaten en het in beeld brengen van de hersenen. De huidige diffusie MRI is beperkt in gebruikt omdat de beelden een lage resolutie hebben en het beeld vaak is verstoord. Daardoor kan deze techniek niet overal worden toegepast. Zhang heeft met zijn onderzoek gepoogd deze bezwaren weg te nemen zodat de techniek breder kan worden gebruikt.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA), 12 uur.

Promotie

26 september
Esmé Kamphuis (locatie VUmc): Meer zicht op vroeggeboorte


Vroeggeboorte is een van de grootste problemen in onze gezondheidszorg. In 2017 werden in Nederland bijna 12.000 baby’s te vroeg geboren (voor 37 weken zwangerschapsduur). De gevolgen van vroeggeboorte hangen samen met de zwangerschapsduur. Korte termijn gevolgen zijn o.a. sterfte, hersenaandoeningen en chronische longaandoeningen. Lange termijn gevolgen zijn concentratie- en leerproblemen. Bepaalde gynaecologische interventies kunnen bijdragen aan het risico op vroeggeboorte.
Esmé Kamphuis analyseerde gynaecologische interventies die aan vroeggeboorte kunnen bijdragen, zoals screening voor baarmoederhalskanker. Door intensieve screening worden meer vrouwen hiervoor behandeld. Dit verhoogt het risico op vroeggeboorte tijdens een latere zwangerschap. Echter ruim 40 procent van deze afwijkende uitslagen als het gaat om baarmoederhalskanker verdwijnen spontaan. Het advies is daarom om terughoudend te zijn met invasieve therapie bij vrouwen met een (toekomstige) kinderwens. Kamphuis keek ook naar zwangerschappen via IVF, waarbij een verhoogd risico is op spontane vroeggeboorte. Door verbeterde IVF-technieken is het risico nu minder groot door afname van het aantal meerlingzwangerschappen. Maar ook eenling zwangerschappen na IVF hebben een verhoogd risico op vroeggeboorte.
Kamphuis pleit ervoor om bij elke gynaecologische interventie kritisch te kijken naar de indicatie en rekening te houden met onbedoelde neveneffecten zoals vroeggeboorte.
Plaats en tijd: Aula VU, 13.45 uur

Promotie

donderdag 26 september
Ilse van Beusekom (locatie AMC): Betere zorg na opname op IC
Mensen die een opname op de Intensive Care (IC) overlevenden, hebben meer zorg nodig gedurende het jaar voor IC-opname en het jaar na IC-ontslag ten opzichte van mensen uit de algemene Nederlandse bevolking. Van Beusekom stelt dat IC-overlevenden een verminderde kwaliteit van leven hebben in het jaar voor IC-opname en het jaar na IC-ontslag. IC-overlevenden en hun mantelzorgers hebben ernstige en langdurige klachten na ontslag uit het ziekenhuis en een groot deel van de IC-overlevenden krijgt geen zorg voor deze klachten.
Het screenen van IC-overlevenden en hun mantelzorgers wordt aanbevolen om hen de zorg te geven die ze nodig hebben. Patiëntportalen kunnen hiervoor worden ingezet. IC-overlevenden met meerdere IC-opnamen, een of meer chronische aandoeningen voorafgaand aan de IC-opname en een hoge leeftijd, hebben een grotere kans op een verminderde kwaliteit van leven na IC-ontslag en hebben daarom IC-nazorg nodig.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA), 14 uur
Link naar proefschrift

Vrijdag 27 september

Promotie
Thomas van Ravesteyn (locatie VUmc): Erfelijk materiaal bewerken voor onderzoek naar het ontstaan van kanker


Thomas van Ravesteyn veranderde erfelijk materiaal dat is opgeslagen in DNA-moleculen. Hij deed dit om te onderzoeken wat het effect is van verschillende erfelijke variaties op bijvoorbeeld het ontstaan van kanker.
Om het erfelijk materiaal van levende cellen in het laboratorium te wijzigen, is in dit onderzoek gebruik gemaakt van zeer korte DNA-moleculen (ssODNs) die door de cel ingebouwd worden. Door aanpassingen in het ssODN ontwerp heeft hij de effectiviteit van deze techniek in gezonde cellen zo’n 10.000 maal kunnen verhogen. Daarnaast is onderzocht welke moleculaire processen van invloed zijn op het genmodificatie-proces en is aangetoond dat het met deze techniek mogelijk is om gelijktijdig twee varianten te creëren.
De verbetering van deze genmodificatie techniek draagt bij aan innovatieve onderzoeksmethoden waarmee we specifieke zeldzame erfelijke varianten nauwkeurig kunnen bestuderen. Op deze manier kunnen we betrouwbaar inschatten of deze erfelijke variaties wel óf niet bijdragen aan het ontstaan van verschillende vormen van kanker.
Door samenwerking met andere ziekenhuizen vinden deze methoden momenteel hun weg naar de kliniek. Uiteindelijk zullen patiënten en familieleden met onbekende erfelijke varianten een helder en onderbouwd persoonlijk screeningsadvies kunnen krijgen. Zo’n advies kan enerzijds leiden tot vroegere ontdekking en effectievere behandeling van kanker, maar voorkomt anderzijds onnodige screening en de (psychologische) belasting van mensen zonder verhoogd risico. Gebruik van deze technologie is een duidelijk voorbeeld van de ontwikkelingen binnen het onderwerp ‘personalized medicine’.
Plaats en tijd: Aula VU 11.45 uur
Link naar proefschrift

Promotie

27 september
Anne van Beek(locatie AMC): Eiwitten bij infectieziekten in kinderen
Anne van Beek heeft onderzocht welke rol de factor-H familie (een groep eiwitten) speelt bij infectieziekten in kinderen. Deze eiwitten beschermen de eigen cellen tegen schade, maar ze worden ook door verschillende ziekteverwekkers misbruikt om beter te overleven in bloed. Hoewel er een genetisch verband is tussen de factor-H familie en infectieziekten, is er vrij weinig over de eiwitten die in het bloed circuleren. Van Beek stelt dat er voor de factor-H gerelateerde eiwitten nog geen testen beschikbaar om te bepalen welke bloedwaarden betrokken waren bij de vatbaarheid en ernst van verschillende infectie ziekten.
In haar onderzoek laat Van Beek zien dat de eiwitten in meerdere vormen in het bloed voorkomen. Ze heeft ook als eerste ter wereld accurate testen ontwikkeld die elk van deze vormen kan detecteren. De promovendus laat zien dat de factor-H gerelateerde eiwitten vrij lage waarden hebben in het bloed ten opzichte van factor-H, ook tijdens de acute fase van een infectie. Hoewel een duidelijke rol voor de factor-H gerelateerde eiwitten nog niet opgehelderd is, laten ze tijdens een meningokokken infectie een bijzondere activiteit zien, wat aanknopingspunten geeft voor verder onderzoek.
Factor-H en de factor-H gerelateerde eiwitten lijken betrokken te zijn bij meningokokken en malaria infecties. Beide zijn vreselijke en vaak dodelijke infecties, waaraan kinderen nog vaak overlijden. Een beter begrip van de eiwitten en de ziekten kan in de toekomst leiden tot een betere behandeling. Mocht in de toekomst duidelijk worden dat de eiwitten goed voorspellen hoe ernstig een kind ziek is, of hoe vatbaar het is, dan kunnen de testen verder worden ontwikkeld voor diagnostisch gebruik.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA), 12 uur.
Link naar proefschrift

Promotie
Vrijdag 27 september
Marleen de Waal (locatie AMC): Patiënten met meer psychische stoornissen vaker slachtoffer criminaliteit


Patiënten met een verslaving en een andere psychische stoornis (dubbele diagnose patiënten) hebben een vijftien keer grotere kans om slachtoffer te worden van fysiek geweld in vergelijking met de gemiddelde Amsterdammer. Bovendien hebben zij een zes keer zo grote kans om slachtoffer te worden van seksueel geweld en een twee keer zo grote kans om slachtoffer te worden van een vermogensdelict.
Dit stelt Marleen de Waal in haar proefschrift over het vergrote risico dat mensen met een dubbele diagnose hebben om slachtoffer te worden van criminaliteit (victimisatie). Zij stelt dat het toevoegen van SOS-trainingen aan de standaardbehandeling van dubbele diagnose patiënten leidt tot een sterke afname van victimisatie.
Deze SOS-training kan geïmplementeerd worden in behandelcentra voor dubbele diagnose patiënten ter bevordering van preventie van victimisatie. De training, bestaande uit twaalf groepsbijeenkomsten, is gemakkelijk te gebruiken in zorginstellingen, aangezien psychologen en verpleegkundige deze training al kunnen geven na een korte scholing van twee dagdelen.
Plaats en tijd: Agnietenkapel (UvA), 14 uur
Link naar proefschrift