Wetenschapsagenda 3-13 september 2019

Overzicht van de promoties en oraties van Amsterdam UMC

Promotie
4 september

Rishi Nannan Panday (locatie VUmc): Prehospitale behandeling van sepsis

Sepsis, bloedvergiftiging, is een ernstige ontstekingsreactie van het lichaam die kan ontstaan na een infectie. Sepsis is een van de meest voorkomende doodsoorzaken in ziekenhuizen wereldwijd. Jaarlijks krijgen 30 miljoen mensen wereldwijd sepsis, van wie meer dan 5 miljoen overlijden. Vroegtijdige en adequate behandeling van sepsis verbetert de overlevingskans en kwaliteit van leven. Echter, het herkennen van sepsis is een uitdaging, maar wordt vergemakkelijkt door het aantonen van bacteriën in het bloed (positieve bloedkweek).
Rishi Nannan Panday deed wereldwijd als eerste onderzoek in de ambulance naar de kweekuitslagen van 2.659 patiënten met sepsis. Van hen hadden 1.133 patiënten een positieve bloedkweek en 1.526 patiënten hadden een negatieve bloedkweek. Uit zijn onderzoek blijkt dat patiënten met een positieve bloedkweek meer schade aan organen hebben én een bijna 50 procent hogere kans op overlijden. Deze nieuwe bevindingen bieden veelbelovende aanknopingspunten om sepsis zowel (vroegtijdige) te herkennen als de behandeling te optimaliseren.
Plaats en tijd:
Aula VU, 9.45 uur.
Link naar proefschrift

Promotie
4 september

Charlotte Schmidt (locatie VUmc): Vermindering van diabetes-distress

Promovenda Charlotte Schmidt deed onderzoek naar diabetes-distress. Dit zijn angsten en zorgen die direct te maken hebben met deze ziekte. Patiënten zijn bijvoorbeeld bang voor het krijgen van complicaties of hebben het gevoel dat diabetes je dagelijks veel energie kost. Diabetes-distress komt voor bij ongeveer een derde deel van alle diabetespatiënten, terwijl artsen of verpleegkundigen hiervoor vaak weinig aandacht hebben. Dit leidt tot meer zorgverbruik en een slechtere bloedsuikerregulatie. Bovendien hangen de angsten en zorgen tijdens de zwangerschap samen met meer negatieve zwangerschapsuitkomsten, zoals bevallingscomplicaties en een lager geboortegewicht van het kind.
Schmidt onderzocht of diabetes-distress vermindert als de patiënt twee extra gesprekken heeft met een diabetesverpleegkundige. Zorgverleners vinden de twee extra gesprekken nuttig en nodig, alleen bleek het lastig om deze gesprekken in te plannen. Vanuit patiënten is er zeker behoefte aan aandacht voor diabetes-stress. Wanneer jaarlijks een korte vragenlijst wordt afgenomen, kan snel tot behandeling worden overgegaan. Dit onderzoek onderstreept het belang van value-based healthcare. Het is belangrijk om de zorg zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten, omdat er beperkt tijd en geld beschikbaar is. Het betrekken van patiënten bij hun behandeling en luisteren naar hun wensen en behoeftes draagt hieraan bij.
Plaats en tijd: Aula VU, 11.45 uur.

Promotie
4 september
Kim Verhaegh (locatie AMC):
Minder snel opnieuw opgenomen in ziekenhuis na ontslag

Het is belangrijk dat ziekenhuizen patiënten voorbereiden op hun ontslag. Dat kan door ​hen te helpen hoe ze thuis de nodige zorg het beste ​kunnen organiseren. ​Het risico van een onvolledige voorbereiding op de overgang van ziekenhuis naar thuis is groot. Ongeveer één op de vijf patiënten wordt korte tijd na ontslag ongepland heropgenomen. 
In de laatste tijd is de ontslagbrief en de uitleg over de zorg na ontslag verbeterd, maar volgens Kim Verhaegh had dat geen effect op het aantal heropnames in het ziekenhuis. Ze stelt dat uitgebreide organisatorische veranderingen, van invloed kunnen zijn geweest op het ontbreken van een effect. Met haar onderzoek wil Verhaegh voorkomen dat chronisch zieke patiënten na ontslag ongepland terug moeten naar het ziekenhuis voor een heropname. In het proefschrift geeft ze inzicht in organisatorische, gedrags- en sociale factoren die van invloed zijn op een heropname. De onderzoekster heeft geprobeerd de ontslagprocedure te verbeteren. Verder heeft ze meer inzicht gekregen in de periode rondom het ontslag uit het ziekenhuis, waarbij ze het perspectief van de patiënt centraal stelt. Ten slotte heeft ze onderzocht of de sociale situatie van de patiënt de kans op een heropname voorspelt.
Verhaegh adviseert zorgorganisaties te investeren in de zorg buiten het ziekenhuis, omdat dergelijke interventies patiënten met een hoog risico op een heropname, ondersteunen bij het zorgen voor zichzelf. De betrokkenheid van patiënt​en voor goede zorg thuis kan worden versterkt door te screenen of patiënt​en ‘klaar’ zijn voor ontslag. Ook patiëntgericht communiceren en gedeelde besluitvorming stimuleren patiënten ​en hun mantelzorgers actief betrokken te zijn bij hun eigen zorg.
Plaats en tijd: Aula (UvA), 13.00 uur.
Link naar proefschrift

Promotie
4 september
Annefleur de Bruijn (locatie VUmc): Behandeling van vleesbomen

Vrouwen met klachten van vleesbomen of adenomyose bij wie medicijnen niet voldoende helpen, zijn vaak aangewezen op een baarmoederverwijdering. Dit is een zware operatie. Annefleur de Bruijn, gynaecoloog in opleiding, onderzocht een minder ingrijpend alternatief: de baarmoeder-embolisatie. Dit is het afsluiten van de baarmoeder. Gedurende haar onderzoek werd duidelijk dat vleesbomen vaak wordt gemist. Daarom werd een classificatiesysteem ontwikkeld voor het met een echo aantonen van adenomyose. Zo hebben artsen een duidelijke leidraad waar ze op moeten letten tijdens de echo. Patiënten krijgen hiermee sneller een diagnose en zodoende betere zorg.
De Bruijn constateert dat vrouwen met klachten van vleesbomen na een embolisatie of een baarmoederverwijdering 10 jaar na de ingreep dezelfde kwaliteit van leven hebben. Ongeveer 70 procent van de vrouwen met een embolisatie heeft na 10 jaar hun baarmoeder nog. Zij keek ook naar het behandeleffect van embolisatie door een systematische review en meta-analyse van de beschikbare literatuur. Dit betrof vrouwen met adenomyose. Bij ruim 83 procent van de deelnemende vrouwen resulteerde embolisatie in verbetering van symptomen. Op basis van deze uitkomsten is de QUESTA-studie opgezet. Deze vergelijkt baarmoeder-embolisatie met baarmoederverwijdering als behandeling van vrouwen met klachten van adenomyose en in combinatie met vleesbomen. Resultaten zijn nog niet beschikbaar aangezien deze studie nog loopt.
Plaats en tijd: Aula VU, 11.45 uur.

Oratie
5 september
Prof. dr. Bart Biemond (locatie AMC): Sikkel en de Zeis

Bart Biemond is benoemd tot hoogleraar Inwendige Geneeskunde, in het bijzonder de hemoglobinopathie. Hij houdt zijn oratie: Sikkel en de Zeis.
Biemond staat stil bij de impact van sikkelcelziekte. Dit is een erfelijke vorm van bloedarmoede die wereldwijd naar schatting bij 300 tot 400 duizend pasgeborenen per jaar gediagnosticeerd wordt.De ziekte kenmerkt zich door chronische bloedarmoede en aanvallen van hevige pijn als gevolg van afgesloten bloedvaatjes door afwijkend gevormde rode bloedcellen (sikkelcellen), die zich makkelijk kunnen hechten aan de bloedwand. De ziekte leidt tot veel complicaties en een sterk verminderde levensverwachting.
In Nederland lijden naar schatting 1500 tot 2000 mensen aan deze ziekte.
Biemond bespreekt de impact van deze chronische ziekte op kinder- en volwassenleeftijd bespreken en gaat in op nieuwe inzichten in de ziekte die een aangrijpingspunt bieden voor nieuw ontwikkelde behandelingen. Voorbeelden hiervan zijn geneesmiddelen die erop gericht zijn om de plakkerigheid van rode en witte bloedcellen aan de vaatwand te verminderen waardoor voorkomen kan worden dat bloedvaten afgesloten raken en patiënten geen pijnaanvallen maar ook hopelijk minder orgaanschade oplopen gedurende hun leven.
Tenslotte zal Biemond vertellen over de mogelijkheid sikkelcelziekte te genezen met een stamceltransplantatie waarbij slechts een milde voorbereiding zonder chemotherapie nodig is. Hiermee is de weg geopend een deel van de volwassen patiënten met sikkelcelziekte door een stamceltransplantatie te genezen van hun ziekte zoals in het afgelopen jaar met succes is toegepast in het Amsterdam UMC. Ook zal hij in gaan op de mogelijkheid om patiënten in de toekomst te genezen met behulp van gen therapie.
Plaats en tijd: Aula (UvA), 16.00 uur

Promotie
6 september
Melissa Verkaik (locatie VUmc): Herstel van de fosfaatbalans in het lichaam
Melissa Verkaik deed onderzoek naar het eiwit fibroblast groeifactor (FGF23) . Het lichaamseigen FGF23 herstelt de fosfaatbalans in het lichaam bij een vermindering van de nierfunctie. Als de nieren niet goed werken, neemt de hoeveelheid fosfaat in het lichaam toe en daarmee ook het risico op hart- en vaatziekten.
Naast het herstel van de fosfaatbalans, kan het eiwit ook schade veroorzaken aan de bloedvaten. Het gaat daarbij om een verslechterende functie van het endotheel, een bedekkend ééncellig laagje aan de binnenkant van bloedvaten en lymfevaten. Deze endotheelcellen beschermen onder andere tegen bloedstolling.
Verkaiks onderzoek liet zien dat bij muizen met nierschade het blokkeren van FGF23 een verslechterde functie van bloedvaten voorkomt. Daarnaast bleken ook calciumstromen in hartspiercellen verstoord door hoge concentraties van FGF23, nog voordat het hart in de problemen kwam. Verkaik: “Het lijkt er dus op dat deze verstoring van de calciumstromen door hoge FGF23 concentraties vroeg in het ziekteproces plaatsvindt. Dat biedt aanknopingspunten voor verder onderzoek om door verlaging van de FGF23-concentratie cardiovasculaire ziekten bij patiënten met chronische nierschade te voorkomen.”
Plaats en tijd: Aula VU, 9.45 uur

Oratie
6 september
Prof. dr. Louis Vermeulen (locatie AMC): Moleculaire oncologie - Kans en noodzakelijkheid

Louis Vermeulen is benoemd tot hoogleraar Molecular Oncology. Hij houdt zijn oratie: Moleculaire oncologie - Kans en noodzakelijkheid.
De evolutie van al het leven op aarde hangt af van het optreden van DNA-veranderingen. De variaties in het DNA maken het mogelijk dat dieren, planten en andere organismen zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden. En juist ook bij dit essentiële proces begint ook het onheil: kleine veranderingen en mutaties in het DNA van een cel zijn ook de oorzaak van kanker. Of en wanneer er kanker ontstaat, is een kwestie van toeval en tijd. De ziekte steekt alleen de kop op als een nieuwe mutatie een essentieel regulatieproces in de cel beïnvloedt. Het merendeel van de mutaties zijn namelijk onschadelijk.
Het ontstaan van kanker betreft zowel kans als noodzakelijkheid. ‘Kans’ omdat het optreden van kanker bij een persoon voornamelijk op toeval is gebaseerd, maar ‘noodzakelijk’ omdat het volgt uit de enige echte wet in de biologie: de evolutietheorie. En net zoals het ontstaan van kanker een proces is van kans en noodzakelijkheid is de oplossing dat ook.
Veel van wat we weten over kanker en hoe de ziekte het beste te behandelen is, berust op toevallige bevindingen. En hoe beter valt het toeval uit te dagen dan met een multidisciplinaire visie? Het is volgens Vermeulen (35), de jongste hoogleraar op locatie AMC en nog in opleiding tot specialist, daarom essentieel in het moleculaire kankeronderzoek om in multidisciplinaire teams samen te werken. Zo hebben we de meeste kans om de code van kanker te kraken en de noodzakelijke behandeling te vinden.
Plaats en tijd: Aula (UvA), 16.00 uur

Promotie
9 september
Lisette van der Houwen (locatie VUmc): Optimale vruchtbaarheidsbehandeling bij endometriose
Lisette van der Houwen deed onderzoek naar endometriose. Dit is een goedaardige gynaecologische aandoening, waarbij baarmoederslijmvliesachtig weefsel op plaatsen buiten de baarmoeder te vinden is. Circa de helft van de vrouwen met vruchtbaarheidsproblemen heeft endometriose.
Door een chirurgische behandeling of het toepassen van voortplantingstechnieken als kunstmatige inseminatie of IVF hebben deze vrouwen meer kans om zwanger te worden. Deze behandelingen hebben een risico op complicaties en kunnen ook van invloed zijn op endometriose gerelateerde klachten.
Van der Houwen wilde meer inzicht krijgen in het nut en de veiligheid van de verschillende behandelingen. Zo ontwikkelde zij een schema voor de optimale behandeling van vrouwen met endometriose en een kinderwens. Dit schema gaat uit van de zwaarte van de aan endometriose gerelateerde klachten, waarbij advies volgt over het toepassen van voortplantingstechnieken en/of operatieve behandeling. Het schema geeft een duidelijk overzicht van de verschillende behandelopties en maakt duidelijk waar kennis nog ontbreekt. Verder onderzoek is nodig om te kijken of het schema in de praktijk gebruikt kan worden.
Plaats en tijd: Aula VU, 13.45 uur

Promotie
11 september
Kamar Belghazi (locatie AMC): Optimale behandeling voorstadium slokdarmkanker

Endoscopische behandeling is ook op de lange termijn een effectieve en veilige methode voor patiënten met een vroege vorm van kanker in een Barrett slokdarm. Het risico dat de kanker terugkeert na een succesvolle endoscopische behandeling is zeer klein aldus Kamar Belghazi.
Bij een Barrett slokdarm is het onderste deel van de slokdarm met ander weefsel bekleed dan normaal. Dit verhoogt de kans op slokdarmkanker. Minder dan 5 procent van de mensen met een Barrett slokdarm ontwikkelt de ernstige ziekte. De slokdarm wordt regelmatig gecontroleerd om slokdarmkanker in een vroeg stadium te kunnen ontdekken wat de kans op genezing vergroot.
Belghazi keek naar de beste manier om deze patiënten te behandelen. Een endoscopische behandeling (kijkoperatie) van de zogenoemde ‘vroegkanker’ in een Barrett slokdarm is de gouden standaard. De afgelopen jaren heeft onderzoek aangetoond dat de combinatie van het wegsnijden van zichtbare afwijkingen gevolgd door het wegbranden van het resterende Barrett weefsel effectief en veilig is.
De promovenda wilde weten wat de effecten zijn op de lange termijn van deze ingreep en kijken of de behandeling nog beter kan. Behalve de conclusie dat de endoscopische behandeling op de lange termijn veilig is, constateert de promovenda dat twee verschillende apparaten om zichtbare afwijkingen in een Barrett slokdarm endoscopisch weg te snijden veilig zijn. Een nieuwe techniek om het weefsel weg te branden, is even goed als de oude en heeft als voordeel dat de ingreep simpeler is en minder lang duurt.
Plaats en tijd: Agnietenkapel UvA, 10 uur.
link naar proefschrift

Promotie
11 september
Emil den Bakker (locatie VUmc): Nierfunctie bepalen met slimme combinaties van creatinine en cystatine C

Emil den Bakker deed onderzoek naar de nierfunctie bij kinderen. De nierfunctie wordt uitgedrukt in glomerulaire filtratie snelheid (GFR). Deze GFR kan worden gemeten door inuline in te spuiten en met herhaalde bloedafnames te meten hoe snel die uit het lichaam verdwijnt (inulineklaring).
Deze bewerkelijke procedure wordt echter in de praktijk nauwelijks uitgevoerd. Meestal wordt de nierfunctie geschat aan de hand van creatinine in het bloed. Dit stofje wordt door de nieren uitgescheiden. Deze schatting is bij kinderen erg onnauwkeurig. Een alternatieve meting van de nierfunctie is het bepalen van de proteïne cystatine C. De nauwkeurigheid van beide schattingen is gelijkwaardig.
Den Bakker vergeleek de geschatte GFR op basis van cystatine C en creatinine met gemeten GFR door inulineklaringen bij ongeveer 400 kinderen. Den Bakker laat zien dat de nauwkeurigheid aanzienlijk verbetert door slimme combinaties van deze twee schattingen. Zo kunnen nierziektes eerder worden opgespoord en ook beter worden gevolgd. Ook kan de juiste dosering van medicatie nauwkeuriger worden vastgesteld.
Plaats en tijd: Aula VU, 13.45 uur

Promotie
12 september
Jurre de Haan (locatie VUmc): De ziekte van Alzheimer zichtbaar in het oog?

Bij de ziekte van Alzheimer spelen verschillende ziekteprocessen een rol, zoals het stapelen van de eiwitten amyloid en tau in de hersenen en veranderingen aan de bloedvaten. Onderzoek van Jurre de Haan laat zien dat stapeling van het eiwit tau ook aanwezig is in het netvlies. Dit kan in de toekomst helpen om de diagnose patiëntvriendelijker te stellen via onderzoek van het oog.
Het netvlies van ons oog lijkt qua opbouw sterk op de hersenen en bevat ook zenuwcellen en bloedvaten. Mogelijk zijn ziekteprocessen bij Alzheimer daarom zichtbaar in het netvlies. Met een oogscanner is het netvlies snel én weinig belastend af te beelden en zo kunnen artsen in de toekomst mogelijk de diagnose ziekte van Alzheimer met een oogscan stellen.
Den Haan onderzocht het oog van patiënten met de ziekte van Alzheimer en gezonde personen om de netvliesdikte en kleine bloedvaten te meten. Den Haan concludeert dat patiënten met de ziekte van Alzheimer meer stapeling van het eiwit tau, en niet amyloid, hebben in hun netvlies. De netvliesdikte en bloedvaten veranderden daarentegen niet meetbaar.
Vervolgonderzoek is nodig om deze bevindingen uit het laboratorium te vertalen naar de praktijk. Bijvoorbeeld met een nog te ontwikkelen speciale oogscanner, die in staat is tau in het oog meetbaar te maken.
Plaats en tijd: Aula VU, 9.45 uur

Promotie
12 september
Lauren Mason (locatie AMC): Ziekteverwekkende bacteriën van teken

Bacteriën afkomstig van teken activeren na een beet gespecialiseerde afweercellen die uit de huid migreren zodat ze een goede respons kunnen opwekken tegen de indringers. Dit zegt Lauren Mason in haar proefschrift over de bacteriën die teken overdragen (Borrelia burgdorferi en Borrelia miyamotoi). De eerste Borrelia is de verwekker van de ziekte van Lyme, en de tweede is een recentelijk ontdekte ziekteverwekker van een vorm van relapsing fever, een steeds terugkerende koorts.
Dit onderzoek levert een bijdrage aan de kennis over de immuunrespons op Borrelia. Dit kan leiden tot het ontwikkelen van een vaccin of het identificeren van processen waarbij therapeutisch ingegrepen kan worden. Een goede behandeling van de ziektes die het gevolg is van een besmetting met een Borrelia, is belangrijk omdat de ziekte van Lyme in Europa en de VS de meest voorkomende door teken-overdraagbare ziekte is.
Voor Borrelia miyamotoi is deze studie een van de eerste naar de afweerresponse van deze tot nu toe vrij onbekende bacterie. Daarnaast heeft Mason een huidmodel (met huid afkomstig van plastisch chirurgische ingrepen) opgezet dat gebruikt kan worden om vaccinkandidaten te kunnen bestuderen en om de effecten van tekenspeeksel op de immuunrespons tegen Borrelia te onderzoeken.
Plaats en tijd:
Agnietenkapel (UvA), 14 uur
Link naar proefschrift

Promotie
12 september
Giuliana Caiti: (locatie AMC): Nog betere operatie op maat

Betere software voor preoperatieve planning kan de deur openen naar 3D-printfaciliteiten op locatie in ziekenhuizen, zodat een operatie als het ware kan virtueel kan worden uitgeprobeerd met speciaal voor de patiënt op maat gemaakte operatiegereedschap. Pas na het oefenen van de operatie mag de chirurg echt aan de slag. Dit stelt Giuliana Caiti in haar proefschrift over het beter opereren van operaties aan het spaakbeen.
Ze schrijft dat bij het opereren waarbij het spaakbeen wordt doorsneden, de persoonlijke aanpak een van de meest succesvolle innovaties is. Maar de mogelijkheden zijn nog niet uitgeput. In dit proefschrift heeft ze geprobeerd de procedure te verbeteren. Een betere uitvoering van de virtuele operatie met op maat gemaakt instrumenten en een met een 3D-printer gemaakt implantaat kan de genezing van het bot bevorderen. Ook daalt dan de tijd van de ingreep wat kosten bespaart.
Plaats en tijd: Agnietenkapel UvA, 12 uur

Promotie
13 september
Guus de Waard (locatie VUmc): Kleine vaatjes in de hoofdrol bij hart- en vaatziekten
Pijn in de borst of een hartinfarct zijn bekende problemen bij hart- en vaatziekten. Beide hebben te maken met de kransslagaders die respectievelijk vernauwen of afsluiten. ‘Minder bekend zijn de talloze kleine vertakkingen vanuit de kransslagaders: de microcirculatie’, zegt Guus de Waard, die deze kleine vaatjes heeft onderzocht.
Als de bloedstroom na een hartinfarct weer op gang komt door het plaatsen van een stent, ondervindt een deel van de patiënten schade aan de microcirculatie. De Waard wilde weten hoe dit gebeurt om met die kennis de kleine vaatjes te kunnen beschermen. Dit is lastig, omdat de microcirculatie met röntgenstraling of een scan niet te zien is.
Daarom mat hij de bloeddruk en de bloedstroom in de kransslagaders. Hieruit bleek dat de weerstand van de microcirculatie een belangrijke voorspeller is voor de uitkomst na een hartinfarct. ‘Als er behandelingen komen om de microcirculatie te beschermen, kunnen we de weerstandsmeting inzetten om direct na het verhelpen van het hartinfarct in te schatten of een patiënt baat heeft bij de nieuwe behandeling. De hoop is dat we hiermee hartfalen en uiteindelijk sterfte na het hartinfarct kunnen verminderen’, aldus De Waard.
Bij patiënten met pijn op de borst gebruikt De Waard een nieuwe meting, de iFR, om de vernauwing van de kransslagaders in te schatten. Bij de huidige meting krijgt de patiënt eenmalige medicatie om te kunnen meten. Met de nieuwe meting is dat niet meer nodig en blijven vervelende bijwerkingen uit.
Plaats en tijd: Aula VU, 9.45 uur.
Link naar proefschrift

Promotie
13 september
Eva Bouwsma (locatie VUmc):
 Door EHealth programma sneller herstel en besparing kosten
Artsen besteden relatief weinig aandacht aan het herstelproces na een operatie. Tegenwoordig verlaten patiënten snel het ziekenhuis en zijn dan vooral op zichtzelf aangewezen bij het hervatten van hun dagelijks activiteiten. Hersteladviezen die patiënten meekrijgen bij ontslag uit het ziekenhuis zijn weinig concreet en luiden vaak: ‘luister naar uw lichaam’, of ‘doe het rustig aan’. Daarom verloopt herstel na een gynaecologische operatie niet altijd zoals verwacht en kan het langer duren dan nodig. Vertraagd herstel kan leiden tot gezondheidsproblemen, psychische klachten en een verhoogd risico op blijvende arbeidsongeschiktheid. En langer ziekteverzuim leidt weer tot hogere maatschappelijke kosten.
Eva Bouwsma ontwikkelde een nieuw zorgprogramma om de begeleiding rondom gynaecologische ingrepen te verbeteren. Een interactieve website biedt patiënten duidelijke en individuele adviezen. Verwachtingen van patiënten worden op deze manier positief beïnvloed, waardoor zij zich optimaal kunnen voorbereiden op hun eigen herstel. Zelfmanagement wordt zo gefaciliteerd. Indien nodig kan een arbeidsdeskundige extra hulp bieden bij de terugkeer naar werk.
Ze onderzocht of dit zorgprogramma leidt tot een snellere werkhervatting in vergelijking met de gebruikelijke zorg. Zo bleek dat patiënten met het nieuwe zorgprogramma in de eerste 85 dagen na de operatie sneller terugkeerden naar hun werk dan patiënten die de gebruikelijke zorg ontvingen. Daarnaast zorgde het zorgprogramma voor een daling van de maatschappelijke kosten van gemiddeld 650 euro per patiënt, met name door lagere verzuimkosten. Voor de maatschappij en werkgevers wegen de baten van dit eHealth programma ruimschoots op tegen de kosten van slechts 80 euro per persoon.
Plaats en tijd: Aula VU, 13.45 uur.

Promotie
13 september
Hedy van Oers (locatie AMC): Psychosociale problemen bij ouders van zieke kinderen

Ouders van een kind met een chronische aandoening hebben meer kans op het ontwikkelen van psychosociale problemen dan ouders van gezonde kinderen. Voor zowel vaders als moeders geldt dat zij vaker kampen met angst en depressie en meer problemen in het dagelijks leven ervaren.
Hedy van Oers beschrijft in haar proefschrift wat het voor ouders betekent om een kind te hebben met een chronische ziekte. Ze wilde met haar studie meer inzicht krijgen in het psychosociaal functioneren en de kwaliteit van leven van ouders van een kind met een chronische ziekte. Ze ontwikkelde een vragenlijst, die de promovenda aanduidt met de Last Thermometer voor Ouders (LTO). Dit blijkt een valide en betrouwbaar screeningsinstrument te zijn. Van Oers wijst erop dat zorgprofessionals beter kunnen vragen naar concrete dagelijkse problemen, dan naar het algemeen functioneren.
Van Oers pleit er in haar proefschrift voor dat zorgprofessionals de ouders op een individueel niveau beoordelen en hun welbevinden structureel monitoren. Dit is bijvoorbeeld mogelijk via KLIK (www.hetklikt.nu), een Patient Reported Outcome Measure (PROM) portaal waarop patiënten en ouders vragenlijsten (PROMs) kunnen invullen. Bij deze portal verschijnen de antwoorden op een dashboard zodat een professional deze kan bekijken en bespreken met de betrokkenen. Dan kan de juiste hulp op het juiste moment door de juiste professional geboden worden.
Plaats en tijd: Agnietenkapel UvA, 14.00 uur
Link naar proefschrift

13 september
Oratie
Prof. dr. Guido van Wingen (locatie AMC): Voorspelbare hersenen
Guido van Wingen is benoemd tot bijzonder hoogleraar Neuroimaging in de psychiatrie. Hij houdt zijn oratie: Voorspelbare hersenen.

De zorg voor patiënten met een psychiatrische aandoening is weinig efficiënt. Ze krijgen doorgaans in eerste instantie de minst belastende en voordeligste behandeling, maar die is vaak niet meteen effectief. Door middel van trial-and-error krijgen patiënten meerdere behandelingen om beter te worden, waardoor 25-40 procent van hen langer dan een jaar in zorg is.
Om dit te veranderen en daarmee de ziektelast en ziektekosten te verminderen, is het noodzakelijk om vooraf te kunnen voorspellen of een behandeling effectief is. In zijn oratie betoogt Van Wingen dat dit mogelijk wordt door gebruikt te maken van hersenscans. Hij laat zien hoe analysetechnieken uit de kunstmatige intelligentie, patronen van hersenactiviteit kunnen opsporen. Daarmee kan met hoge nauwkeurigheid het succes van een behandeling worden voorspeld.
Met deze technieken zijn inmiddels meerdere biomarkers voor verschillende psychiatrische aandoeningen en behandelingen ontdekt. Hieruit blijkt dat de mate van hersenactiviteit een belangrijke voorspellende waarde heeft. Hoewel er nog een lange weg te gaan is voordat artsen deze kennis in de praktijk kunnen benutten, gloort een toekomst waarin psychiatrische patiënten sneller de zorg krijgen die ze nodig hebben.
Plaats en tijd: Aula UvA, 16 uur